Van collegebankje naar Kamerzetel

    2
    204

    Leestijd: 2 minuten.

    Onze volksvertegenwoordiging is geen afspiegeling van de bevolking. Leidse wetenschappers hebben vastgesteld dat hoogopgeleiden oververtegenwoordigd zijn in het parlement. Mensen met een lage opleiding zouden zich slecht vertegenwoordigd kunnen voelen. Dat roept bij Bert van den Braak, onderzoeker aan de Universiteit van Leiden, in een column de vraag op of het tijd is voor een partij van/voor laagopgeleiden. Een vraag die hij vervolgens zelf met ‘nee’ beantwoordt.

    Volgens Van den Braak is het vrijwel een illusie dat iemand met een laag opleidingsniveau vandaag de dag goed zal kunnen functioneren in het parlement. Voorheen betekende een lagere opleiding niet per definitie dat het aan kennis of denkniveau ontbrak, maar tegenwoordig is dat vrijwel zeker het geval: “Wie als oppositiefractie met alternatieven wil komen en samenwerking met andere fracties moet zoeken om resultaten te behalen, moet daarvoor voldoende denkkracht hebben.”

    Het lijkt mij dat Van den Braak hier denkkracht wat al te gemakkelijk gelijk stelt aan een hoog opleidingsniveau. En zou het echt zo zijn dat het tijdperk van de gewone volksjongens die het maken in de politiek definitief voorbij is? Dat we het voortaan moeten doen zonder, ik noem maar een voorbeeld, een Jan Schaefer? Hij werd bekend door zijn uitspraak “in geouwehoer kun je niet wonen” en kwam in werkkleding, een spijkerpak, naar de Tweede Kamer. Schaefer maakte er geen geheim van dat hij na één jaar mulo (de voorloper van de mavo) koos voor de lts om daar het vak van banketbakker te leren.

    En wat te denken van Jan Marijnissen, de grote man van de SP. Hij maakte de HBS niet af en liet zich erop voorstaan dat hij zijn brood had verdiend als worstmaker en lasser. Zijn compaan in de Tweede Kamer Remi Poppe was eerder werkzaam als arbeider in de haven.

    Ook zonder academisch niveau kun je het ver schoppen in de Nederlandse politiek. Het hoogste wat je kunt bereiken is premier. Na de Tweede Wereldoorlog hebben we drie keer een minister-president gehad die niet aan een universiteit had gestudeerd: ‘Vadertje Drees’, duikbootkapitein Piet de Jong en Wim Kok, de selfmade man die een opleiding volgde aan Nijenrode.

    Zouden de tijden echt zo veranderd zijn dat er voor dit soort politici geen plaats meer is?  Partijen die zich afzetten tegen de heersende(?) elite hebben geen laagopgeleiden als volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer. Het geldt niet voor de PVV van Geert Wilders, maar wel voor Forum voor Democratie van latinist Thierry Baudet en voor de SP.

    De vraag is of de laagopgeleiden daar mee zitten. De politicus Joop den Uyl was populair bij een groot deel van de bevolking, maar werd destijds wel ‘de doctorandus uit Buitenveldert’ genoemd. En je kunt verschillend denken over Pim Fortuyn, maar populair was hij wel. De powerhomo uit Rotterdam liet zijn Jaguar besturen door een butler en zich vergezellen door twee schoothondjes. Hij had niets gemeen met de man in de straat en stond erop dat hij werd aangesproken met ‘professor’.

    Politiek is een vak dat je niet leert aan de universiteit, maar in de praktijk van alledag. Bij dat vak hoort ook dat je als volksvertegenwoordiger goed luistert naar alle lagen van de maatschappij. Daar is geen hoog opleidingsniveau voor nodig. Ik ben het eens met Van den Braak dat het ook ‘geen belemmering hoeft te zijn’.

    DELEN
    Vorig artikelGeen grote verschuivingen in peiling Ipsos
    Volgend artikelDag 121
    Henk van Lierop (1951) is journalist, met een ruime ervaring bij regionale dagbladen en het persbureau ANP.

    2 REACTIES

    1. Het grappige is dat veel mensen menen dat iemand met een universitaire opleiding overal verstand van heeft. De realiteit is dat deze mensen zijn afgestudeerd op een bepaald item in de breedste zin des woords. Maar wat de andere zaken betreft weten ze misschien niet veel meer dan de gemiddelde Nederlander. Je kunt je afvragen of een kunsthistoricus de economische vraagstukken aankan. Of de voormalige leraar geschiedenis, kan hij/zij in de EU tegenwicht bieden ?
      Zomaar wat vragen…

    2. Geheel zonder wetenschappelijk onderzoek stel ik vast dat het parlement geen afspiegeling van de bevolking is. Eerste Kamer, Tweede Kamer, regering, hoge ambtenaren, Raad van State, overal vinden we een randstedelijke meerderheid. En dat terwijl de meerderheid van het gewone volk buiten die rampstad woont. Natuurlijk is het vrijwel een illusie dat iemand die niet in de randstad leeft, vandaag de dag goed zou kunnen functioneren in het parlement, laat staan het landsbestuur. Eigenwijs zijn ze wel, daar in de moderne koloniën. In Eindhoven bijvoorbeeld, waar ze als netto-betaler aan Den Haag, sneller groeien dan Amsterdam. Of de up-starts in Groningen, met hun Nobelprijs. Waarom geven we die hele zooi niet aan Duitsland?

    Comments are closed.