Even een paar jaartjes herbronnen in de oppositie

    0
    188

    Leestijd: 2 minuten.

    Wat Lodewijk Asscher de afgelopen jaren nauwelijks voor elkaar kreeg, blijkt nu hij eenmaal demissionair is toch te lukken: de werkloosheid daalt, en niet zo’n beetje. Het aantal WW-uitkeringen gaat volgens nieuwe cijfers van uitkeringsinstantie UWV dit jaar van 412.000 naar 351.000. Voor volgend jaar voorziet het UWV een verdere daling naar 311.000.

    Kortom: het impopulaire maar noodzakelijke bezuinigingsbeleid van het kabinet begint vruchten af te werpen. Helaas voor Asscher net te laat. De 29 Kamerzetels die de PvdA bij de verkiezingen kwijtraakte, krijgt hij er niet mee terug. En van de financiële meevallers die het dalend aantal WW-gerechtigden veroorzaakt – dit jaar 300 miljoen, volgend jaar 670 miljoen – mag Rutte III binnenkort mooi weer gaan spelen. De PvdA zal daar geen deel van uitmaken, want die zit dan in de oppositie.

    Voor de Nederlandse economie staan alle seinen de komende jaren op groen. Door de economische groei zal niet alleen de werkloosheid fors afnemen, er is ook meer te besteden voor gezondheidszorg, milieu en noem nog maar een paar goede doelen op. De PvdA gaat straks ongetwijfeld roepen dat het allemaal niet genoeg is, maar wie zal zich druk maken om het machteloze gemor van de vierde oppositiepartij?

    Misschien een paar kiezers. Regeringspartijen maken onvermijdelijk vuile handen en zijn dus niet geliefd bij het electoraat. Een deel van de stemgerechtigden gaat vermoedelijk al snel op zoek naar een alternatief in de oppositiebankjes. Naar een partij die garandeert dat ze haar beloftes wel zal nakomen.

    Het is dus zeker niet onmogelijk dat de PvdA weldra weer zal stijgen in de peilingen. Als Asscher het handig speelt zijn 15, 20, ja zelfs 25 zetels alleszins haalbaar tegen het einde van de nieuwe regeerperiode. Dan nog even een goede verkiezingscampagne er tegenaan en wie weet heeft de PvdA na de volgende stembusgang weer meer dan 30 zetels.

    Uiteraard komt ze dan in aanmerking om te gaan regeren. En Asscher zal dat in die omstandigheden zeker niet meer weigeren. Een nieuw kabinet treedt aan, Rutte IV, of als het heel erg meezit Asscher I.

    Helaas is de economische bloeiperiode op dat moment waarschijnlijk weer over haar hoogtepunt heen. De werkloosheid begint op te lopen, net als het financieringstekort, de staatsschuld, de zorgkosten en wat al niet. Er moet dus stevig bezuinigd worden. Maar gelukkig staat er iemand aan het roer die eerder met dat bijltje gehakt heeft. Hij was immers al vicepremier in Rutte II, het kabinet dat zo daadkrachtig de tering naar de nering wist te zetten.