Gaat het al slecht genoeg voor een linkse samenwerking?

    5
    382

    Leestijd: 3 minuten.

    GroenLinks, SP en PvdA gaan samen een initiatiefwet indienen. Ze willen de rechten van ‘payrollers’ verbeteren. Dat is personeel dat via een payrollbedrijf wordt ingehuurd, doorgaans tegen aanzienlijk slechtere arbeidsvoorwaarden dan gewone werknemers.

    Op zich niets bijzonders, zo’n gezamenlijk wetje, zou je zeggen. Maar de Volkskrant ziet er het mogelijke begin in van een vergaande linkse samenwerking. Een initiatiefwet van alleen de linkse partijen is nog nooit eerder vertoond, schrijft de krant. Dus…

    Ja, dus wat? Toen GroenLinks en CDA in 2010 samen een wet indienden om werknemers het recht te geven op flexibele arbeidstijden had niemand het over een nakende fusie tussen deze twee partijen. Willen de linkse drie hun krachten bundelen dan is er echt nog wel iets meer nodig dan een gezamenlijk initiatiefwetje. En dan heb ik het niet alleen over de onderlinge inhoudelijke meningsverschillen over bijvoorbeeld de EU of de pensioenen, maar ook over de manier waarop de drie partijen zich politiek opstellen.

    GroenLinks haakte een paar maanden geleden af bij de kabinetsformatie om maar geen compromissen te hoeven sluiten met VVD en CDA over het asielbeleid. Ook eerder liet de partij blijken nauwelijks water bij de wijn te willen doen in formatieverband. Geregeerd heeft de GroenLinks nog nooit. De SP al evenmin. Zij heeft zelfs nog nooit aan een kabinetsformatie deelgenomen. De SP lijkt compromissen sluiten vooralsnog te zien als heulen met de duivel, terwijl dat toch een essentiële voorwaarde is voor kabinetsdeelname.

    De PvdA daarentegen is al sinds haar oprichting bij tal van kabinetten betrokken geweest. Zeven maal (vier keer Drees, één keer Den Uyl en twee keer Kok) leverde ze zelfs de premier. Ook in Rutte II was ze coalitiepartner. Ze deed toen zoveel concessies dat ze door de kiezer afgestraft werd met de grootste verkiezingsnederlaag ooit. Ik bedoel maar.

    Maar desondanks is het niet helemaal uitgesloten dat er de komende jaren zoiets tot stand komt als een linkse samenwerking, en wie weet een gezamenlijke lijst bij de volgende verkiezingen. Daarvoor is namelijk een goede reden: de toekomstverwachtingen voor de drie partijen zijn niet best.

    Over de PvdA kunnen we kort zijn. De sociaaldemocraten hangen dizzy in de touwen na het verlies van 29 zetels op 15 maart. Ze hebben geen idee hoe ze zichzelf weer op de kaart moeten zetten. De strapatsen van partijleider Lodewijk Asscher, die eerst als vicepremier dreigde met een kabinetsbreuk om vervolgens kwispelend op zijn schreden terug te keren, zijn wat dat betreft veelbetekenend.

    Ook de benarde positie van de SP behoeft weinig uitleg. Die partij verliest als sinds 2010 verkiezingen. Politiek leider Emile Roemer is duidelijk niet de juiste keus. Hij zal binnen afzienbare tijd wel vervangen worden. Uit het recente boek van ex-Kamerlid Sharon Gesthuizen blijkt dat binnen de SP jarenlang een bijna stalinistische terreur heeft geheerst en dat de interne verhoudingen nog steeds verre van optimaal zijn.

    En dan GroenLinks. Dat won onder de bezielende leiding van Jesse Klaver maar liefst 10 zetels bij de laatste verkiezingen. Maar het is zeer de vraag hoelang dat succes beklijft. Ongetwijfeld hebben veel kiezers erop gerekend dat de partij na haar monsteroverwinning eindelijk zou gaan regeren. Nu dat niet gebeurt, kan Klaver de komende jaren weinig anders dan machteloos protesteren tegen het beleid van ‘rechts met de Bijbel’. Vermoedelijk zal zijn ster in de oppositiebankjes snel verbleken.

    Een klimaat met weinig tot geen vooruitzichten op een glorierijke toekomst is gunstig voor samenwerking en fusie. Het verleden toont dat aan. Het CDA ontstond nadat zijn voorgangers KVP, ARP en CHU al jaren electoraal achteruit kachelden. Ook GroenLinks kwam pas tot stand toen PPR, PSP, CPN en EVP tot politieke splinters waren gereduceerd.

    Over een linkse volkspartij wordt al sinds begin jaren zeventig gesproken. Toen beschikte ‘links’ (waartoe destijds overigens ook D66 werd gerekend) nog over een kleine 60 Kamerzetels. Inmiddels zijn het er 37. Weinig genoeg voor een gezamenlijke lijst?

    5 REACTIES

    1. Genoemd wordt de initiatiefwet die GL met CDA indiende. Hier is niets nieuws onder de zon. De SP diende zelfs initiatiefwetten in samen met de VVD, bijvoorbeeld om het MKB beter te beschermen tegen fraude.
      Wat nieuw is, is een initiatiefwet die wordt ingediend door uitsluitend linkse partijen. Voorheen had de PvdA het moeilijk om samen te werken met de SP. Van diverse insiders van de PvdA (waaronder prominente!) vernam ik dat er binnen de PvdA met haat werd gesproken over de SP terwijl bij de SP gesproken werd over de PvdA als ‘bevriende linkse partij’. Nou, laten we hopen dat er onder Asscher ook écht een nieuwe linkse wind waait. Ik ben nog wat wantrouwend.
      Zelfs toen ik meeliep met een demonstratie van de FNV en er FNV materiaal werd uitgedeeld, kreeg ik een sneer van een vakbondslid. ‘Wij zijn niet zo van die tomaat!’. Vreemd, want het zag tijdens de demonstratie rood van de mensen gehuld in kleding van de SP. Zonder de SP was er helemaal geen demonstratie voor de zorg geweest. Tenminste, niet journaalwaardig groot. En waar ging het dat vakbondslid nou eigenlijk om? Het ging toch om de belangen van de thuiszorgmedewerksters en de kwaliteit in verzorgingshuizen? Nee, het ging de dame meer om de concurrentie tussen de PvdA en de SP…

    2. Om een vuist te kunnen maken heb je een hand nodig is een bekend gezegde. Kleine partijen hebben geen macht (hand) dus kunnen zij ook geen vuist maken. Ik meen dat het linkse landschap dermate verdeeld is dat rechts nauwelijks tot geen rekening met links zal gaan houden. Uiteraard is deze arrogantie van de macht verwerpelijk en zal na enige tijd (vermoedelijk minsten één kabinetsperiode) de wal het schip doen keren, maar tot dan zal van een echte linkse inbreng geen sprake zijn.

    3. Beetje raar om het boek van één persoon als de hele waarheid te zien. Sharon was boos dat haar kandidatuur niet gesteund werd door het bestuur.
      Ik heb Sharon persoonlijk meegemaakt en ik vond haar een prettige, beschaafde vrouw. Echter, net als het SP-bestuur vond ik haar te weinig zichtbaar om een kandidatuur te steunen. Mag toch?
      Toch mochten de leden wel op haar stemmen en trok Sharon langs zoveel mogelijk afdelingen (regelmatig samen met Ron) om stemmen te winnen. Dit deed ze goed want de overwinning van Ron was niet eens zo heel erg groot.
      Toch bleef ze zich afgewezen voelen.
      In een interview in het Parool klaagt ze over de wat norse beslistheid waarmee Jan Marijnissen opereerde maar ze klaagt ook over de lieve, zachte houding van Agnes Kant richting Sharon. ‘Ze bemoederde me, daar had ik geen behoefte aan.’ Dan krijg ik een beetje het idee: ‘het is niet goed of het deugt niet’. Een klein beetje zelfreflectie had wel fijn geweest. Waarom hebben de mensen mij niet gekozen?
      Ze stelt ook dat er teveel eer ging naar Jan Marijnissen. ‘Er wordt gezegd dat hij de partij groot maakte maar dit was ook dankzij de vele vrijwilligers.’
      Klopt. En hoe denk je, Sharon, dat die vrijwilligers zich voelen na alle heisa rondom jouw boek? Er wordt een beeld geschetst waar vele SP’ers zich niet in herkennen.

    4. Goed dat GroenLinks en de SP met elkaar samenwerken, maar ze kunnen mijns inziens beter niet fuseren. Beide partijen spreken verschillende lagen van de bevolking aan, en daar is niets mis mee. Kiezers lijken steeds minder behoefte te hebben aan brede volkspartijen en vertrouwen steeds vaker op partijen die zich specifiek tot hun bevolkingsgroep richten.

      • Dat lijkt mij ook. Alle drie de partijen doen er het beste aan hun eigen koers te blijven volgen. Zouden zij samen gaan, dan vervaagt de binding van de kiezer met de partij en zelfs met z’n drie-en vormen ze geen echte factor van belang.

    Comments are closed.