In gemeenteraden gelden andere normen en waarden

    0
    251

    Leestijd: 2 minuten.

    Van de 1449 wethouders in de Nederlandse gemeenten zijn er de afgelopen vier jaar 285 noodgedwongen afgetreden, zo meldt Trouw. 285 van de 1449, dat is ongeveer 20 procent. Is dat veel?

    Het kabinet Rutte II telde twintig bewindslieden: dertien ministers en zeven staatssecretarissen. Van hen zijn er zeven moeten opstappen, ruim 30 procent dus. Er is maar één conclusie mogelijk: het aantal aftredende wethouders viel mee vergeleken bij de landelijke situatie.

    Toch is er een verschil: geen van de bewindspersonen van Rutte II moest weg vanwege onbetamelijk gedrag. Hun positie werd onhoudbaar omdat ze de fraude met toeslagen niet onder controle kregen (staatssecretaris Weekers), vanwege de ‘bonnetjesaffaire’ bij Justitie (de ministers Opstelten en Van der Steur en staatssecretaris Teeven), het Fyra-debacle (staatssecretaris Mansveld) of een mortierongeluk tijdens een militaire oefening in Mali (minister Hennis). Slechts in één geval was er sprake van een persoonlijke kwestie: staatssecretaris Co Verdaas raakte zodanig in opspraak door zijn declaratiegedrag in een vorige baan dat hij niet langer in het kabinet te handhaven viel. Hierbij was echter geen sprake van zelfverrijking.

    Bij de wethouders die voortijdig vertrokken, waren er echter 44 die in problemen kwamen door een persoonlijk schandaal. Ze wisten, al dan niet onder invloed van alcohol, hun handen niet thuis te houden of maakten zich schuldig aan scheldpartijen of andere vormen van wangedrag. Een enkeling ontzag zich zelfs niet lichamelijk geweld te gebruiken.

    En er is nog een verschil. De leden van het vorige kabinet die moesten aftreden zien we waarschijnlijk nooit meer terug op het Binnenhof. In ieder geval heeft geen van hen daartoe tot dusver een poging ondernomen. Maar bij sommige vertrokken wethouders ligt dat anders. Zo is Geurt Visser uit Den Helder, die zijn biezen moest pakken nadat hij seksueel getinte berichtjes had verstuurd (‘Geile Geurt’), lijsttrekker van de door hemzelf opgerichte partij Gemeentebelangen. Hij heeft zich tevens opgeworpen als wethouderskandidaat. Ook Ger Lindeman uit Hoogezand, afgetreden wegens vunzige chatgesprekken, wilde weer een comeback maken in de raad, al trok hij zich onder druk van zijn partij (de PvdA) uiteindelijk terug van de lijst.

    Op lokaal niveau, en zeker in plattelandsgemeenten, gelden kennelijk andere normen en waarden dan in de landelijke politiek. Neem de gemeente Brunssum, waar een wethouder collega’s uitschold voor ‘varkenskop’ en de burgemeester betitelde als ‘achterlijke Heinie’. Een minister zou na zo’n uitspraak onmiddellijk kunnen opstappen, maar deze wethouder is nog steeds in functie. Als lijsttrekker van een plaatselijke lijst is hij ook verkiesbaar op 21 maart.

    Misschien is dat wel de reden dat de voorbije vier jaar op lokaal niveau minder is afgetreden dan landelijk: je kunt je er meer permitteren. Dat komt vermoedelijk ook doordat gemeenteraden minder onder het vergrootglas van de publiciteit liggen dan politiek Den Haag.