Kankeren is burgerplicht

    1
    201

    Leestijd: 6 minuten.

    Het wezenskenmerk van de Nederlandse politiek is haar bloedstollende stabiliteit. Grote, laat staan wereldschokkende drama’s komen zelden tot nooit voor. Van tijd tot tijd wil iemand wel eens de boel opschudden, ontstaat er reuring, zelfs het buitenland neemt even kennis van de opwinding in de polder, maar heel gauw keert de rust weer terug.

    Geert Wilders en voor hem Pim Fortuyn mogen iconen van het wereldwijde rechtse populisme zijn geweest, ze waren/zijn uiteindelijk weinig meer dan rimpelingen in de Hofvijver. Zelfs de moord op Fortuyn, de eerste sinds de Vader des Vaderlands een kleine 420 jaar geleden werd doodgeschoten, heeft de politiek niet ingrijpend veranderd.

    Wie in de Binnenhofse bubbel werkt, heeft vaak de illusie dat de bewegingen en schijnbewegingen op die paar honderd vierkante meter wel spannend zijn. Hij/zij is gegrepen door het spel dat inderdaad verslavend kan werken. Het gesteggel, de ongebreidelde profileringsdrift, de handige formuleringen waarmee een probleem lijkt te worden opgelost, – meestal verdoezeld -, debatten op het het scherp van de snede hebben van tijd tot tijd ongetwijfeld hun bekoring. Maar de inzet van al dat gedoe is vaak van een ontnuchterend allooi: koopkrachtplaatjes, hoogte eigen zorgbijdrage, een onsje meer hier en een onsje minder daar. Geen wonder dat de burger zelden met rode konen volgt wat er in Den Haag afgekonkeld en bekokstoofd wordt. Het is, zoals een Amerikaan ooit zei over schaatsen als kijksport, net zo spannend als het opdrogen van verf en het groeien van gras.

    En het is een zegen.

    De politiek in dit land doet meestal wat ze geacht wordt te doen: op de winkel passen. Zorgen dat het land redelijk tot goed bestuurd wordt. Het nationale kasboek op orde houden. Het samenleven van de diverse bevolkingsgroepen in redelijke banen leiden. Conflicten oplossen voor ze uit de hand lopen. Met soms meer en soms minder succes, maar door de bank genomen is er niet veel reden tot klagen. Daar verandert ook de versplintering van het partijentableau weinig aan.

    De dijken belemmeren soms het zicht op wat buiten de polder gebeurt, maar zelfs vergeleken met de buurlanden doen we het meer dan redelijk. Kijk maar naar België en zelfs Duitsland waar de zaken er vaak stukken minder florissant voor staan. Is dit dan een ‘ontzettend gaaf land’, zoals de minister-president ons wil doen geloven? Dat is natuurlijk relatief en riekt naar gemakzuchtige zelfgenoegzaamheid, van tijd tot tijd de buitenboel in de beits zetten et voilà, maar hij heeft wel een puntje. Niet ontzettend gaaf maar zeker goed leefbaar.

    Met andere woorden de dik-voor-mekaar-show?

    Natuurlijk niet.

    Aan een pragmatische,  oplossingsgerichte politiek kleven soms grote problemen. Als politiek managen wordt, technocraten en experts de boventoon gaan voeren, bestaat het risico dat reële tegenstellingen worden weggemoffeld en de burgers gaandeweg uit zicht raken.

    De polderende elites willen wel eens vergeten dat ergens in het Middenland Henk en Ingrid wonen. Die niet met de neus op de politiek zitten maar wel door de h.h. politici serieus genomen willen worden. En aan de bel gaan hangen als er net iets teveel over hun hoofden heen bedisseld wordt. Als in Culemborg wel een asielzoekerscentrum wordt geopend, bij voorkeur in of bij een sociaal zwakkere buurt, en in Wassenaar of Aerdenhout niet. Daar schrikken de bestuurders van, even, gaan door het stof, beloven beterschap, vooral als er verkiezingen voor de deur staan, om daarna meestal weer onbekommerd de oude wegen in te slaan. Liefst in een limousine met chauffeur.

    De gevolgen van dit soort wanbestuur hoeven we hier niet uitvoerig uit de doeken te doen. Als regenten te regentesk worden, verschijnen er protestpartijen. Dat is een politieke natuurwet. Als Mark Rutte de ‘hardwerkende Nederlander’ € 1000,- belooft, ‘geen cent meer naar de Grieken’ zegt te sturen, en de uitslag van het Oekraïne-referendum aan de zolen lapt, zeggen Henk en Ingrid: pikken we niet. We stemmen op Geert. Niet omdat ze van Geert het heil verwachten maar omdat ze Mark, Lodewijk, Diederik en Alexander een poepje willen laten ruiken. Het populisme is behalve een provocatie van de gevestigde orde, vooral niet teveel opkloppen a.u.b., een veiligheidsventiel. Er wordt stoom afgeblazen. En de verstandige politicus weet dan wat hem te doen staat.

    Er zijn mensen die denken dat er dan meer ‘elan en visie’ nodig is. Ook of juist in de polder. Ze schijnen van mening te zijn dat ‘de politiek’ in een diepe, zelfs existentiële crisis verkeert en dat elan en visie daartoe het geëigende bestrijdingsmiddel zijn.

    Die crisis wordt om de haverklap uitgeroepen en getuigt meestal van een matig ontwikkeld historisch besef. Wie een grote, echt de democratie bedreigende crisis wil zien, moet het geschiedenisboek open slaan bij de jaren dertig van de vorige eeuw. Fascisme, nationaal-socialisme, stalinisme, dat is heel wat anders dan Trump, Le Pen en Wilders.  Het zelfcorrigerende en zelfvernieuwende vermogen van de westerse democratie wordt te gauw onderschat. Het kan lang duren, op zoek naar de oplossing wordt geen omweg overgeslagen en die oplossing zal nooit iedereen tevreden stellen maar misstanden worden uiteindelijk wel aangepakt. Al was het maar uit politiek lijfsbehoud.

    Maar goed, elan en visie.

    Het is gemakkelijk om te wijzen naar figuren die met elan en visie de problemen van hun tijd en hun land te lijf gingen. Wat je ook van Hitler, Stalin en Mao kunt beweren, en er zijn hele zwartboeken over hen vol geschreven, hun onderdanen hebben geweten dat ze elan en visie hadden. Zullen we dus niet doen. Wij kijken naar elan en visie in gevestigde democratieën. En dan valt op dat politici met elan en visie meestal bij de teugel worden gehouden door minder bevlogen collega’s.  In Duitsland werd de visionair Willy Brandt met zijn Ostpolitik (toenadering tot de DDR en andere landen uit het voormalige Oostblok) op de vingers gekeken en indien nodig getikt door de pragmaticus Helmut Schmidt.

    In de polder zijn elan en visie meestal de specialiteit van getuigenispartijen als GroenLinks. Ze spelen hun rol, zijn soms aanjager van veranderingen en koesteren meestal het eigen gelijk in hun comfortzone aan de zijlijn. GroenLinks had kunnen meeregeren en, megabonus, de duur van de formatie binnen de perken kunnen houden maar koos voor de illusie van schone handen.

    Elan en visie zijn facultatief, nooit te verwarren met de hoofdzaak. Ze zijn vooral handig tijdens verkiezingscampagnes, om zieltjes te winnen. ‘Jessias’ Klaver heeft vermoedelijk een overdosis maar het is voor een geslaagde politieke carrière bij lange na niet genoeg. Politiek gaat om macht en macht win je en houd je alleen met competentie. Jesse Klaver is pas een goede politicus zodra hij zijn verkiezingswinst weet te verzilveren en (mede) het beleid bepaalt.

    Competentie is zelden spectaculair. Het valt vooral op als het er niet is. Als alles heel spectaculair in duigen valt. De Brexit is geknipt voor het toekomstige schoolvoorbeeld. Hartstikke visionair! Onder het Brusselse juk uit! Weer baas in eigen land! Alleen, de Brexiteers hebben geen flauw benul hoe ze het voor mekaar moeten krijgen. Visie en elan zonder competentie zijn het recept voor ongelukken.

    Dus ondanks die slepende en slaapverwekkende kabinetsformaties, vaak onbegrijpelijke compromissen, saaie debatten en graaiende bestuurders, zouden we eigenlijk niet mogen mopperen. Toch moeten we het blijven doen. Om hullie in Den Haag bij de les te houden. Mopperen is onze burgerplicht.

    1 REACTIE

    1. Beste Peter,
      Een lang en goed artikel van jou. Ga ik vanavond eens
      rustig doorlezen. Maar toch een eerste reactie op jouw
      opvatting over gemopper en gekanker door Nederlanders.
      Wat mij de laatste tijd steeds meer opvalt is dat de kritische
      geest van Nederlanders, noem ze Henk en Ingrid, duidelijk
      voor een kwalitatief beter Nederland zorgt.
      Slecht onderwijs, slechte gezondheidszorg, slechte pensioenen,
      dat “pikken” wij dus in Nederland niet. En daar zal de overheid
      in Den Haag dus goed rekening mee moeten houden.
      Ter vergelijk: ik kom vaak in Duitsland, een mooi land met vele
      lieve inwoners. Maar wat daar gebeurt, zouden wij Nederlanders
      dus nooit accepteren. Een paar voorbeelden:
      In het verkeer: Duitsers sluiten zomaar voor een half jaar 16 km,
      de helft van een Autobahn af. Gevolg zes maanden files. Zou niet
      zo erg zijn; maar er wordt totaal niet aan de weg gewerkt. Zouden
      Nederlanders dat accepteren?? De verkeerslichten in Duitsland: je
      staat zomaar vij minuten te wachten voor een rood licht omdat deze
      verkeerslichten zo onnozel zijn afgesteld. Wat dacht je van compleet
      afgesloten doorgaande wegen. “Umleitung”, dus 25 km omrijden!!
      Logeren in een viersterrenhotel, zonder een gehandicapteparkeer-
      plaats voor de deur. Ik, Hollander zeg daar dus wat van. Snap je?
      Dat zouden we dus in ons Nederland niet accepteren. De Duitsers
      wel. En daarom: kankeren en mopperen klinkt best negatief, maar
      verhoogt aantoonbaar de kwaliteit van vele zaken in ons land.
      Bert.

    Comments are closed.