Kom op met die kiesdrempel!

    7
    551

    Leestijd: 4 minuten.

    Duitsland heeft het, België ook net als Zweden: een kiesdrempel. In deze landen moeten de politieke partijen een voorgeschreven percentage van de uitgebrachte stemmen halen om in het parlement te komen. De percentages variëren. In Duitsland en België ligt het bij vijf procent, in Zweden bij vier. Het doel blijft hetzelfde. Ze willen de versnippering voorkomen die het functioneren van de politiek dreigt te ondermijnen.

    In de polder valt een pleidooi voor een kiesdrempel meestal in zompige aarde. Zou niet passen in onze geschiedenis, ‘volksaard’ en traditie van representatieve vertegenwoordiging tot achter de komma. (Letterlijk, want we hebben hier wel een kiesdrempeltje, maar dat ligt nog onder de 0,7 procent).

    Het invoeren van een drempel van vijf procent zou het partijenlandschap flink opschonen. Kleine partijen als de SGP, Partij voor de Dieren, Denk, Forum voor Democratie, 50PLUS en wat er nog meer aan splinters in de kamerbankjes zit zouden verdwijnen. Tegenstanders zullen het ongetwijfeld een kaalslag noemen, – we hebben er per slot van rekening altijd goed mee kunnen leven -, maar je kunt het even goed een te lang uitgesteld afscheid van folklore noemen. We lopen ook niet meer op klompen.

    Een van de bezwaren die je vaak hoort is dat een hoge kiesdrempel mensen, groepen en overtuigingen zou buitensluiten. De orthodox gereformeerden zouden zonder SGP geen stem meer hebben. De fans van Sylvana Simons zouden politiek dakloos zijn. Dat hoeft natuurlijk niet. De ouderling uit Barneveld zou zich kunnen aanmelden bij een andere, grotere christendemocratische partij, CDA, ChristenUnie, en zich daar inzetten voor zijn variant van politiek met de bijbel. En de anti-Piet-activist zou zonder Bij1 vast en zeker bij GroenLinks zijn standpunt kunnen uittoeteren.

    Een ander, verwant, bezwaar zou de verschraling van het debat zijn. Alsof iemand monddood zou worden gemaakt. Ook dat is, met permissie, kul. Het debat en de ideeënstrijd verschuiven van tussen de partijen naar binnen een partij. Het zo geprezen ‘unieke’  eigen geluid hoeft daarbij niet verloren te gaan. In tegendeel, het zou versterkt door een grotere aanhang zelfs luider kunnen klinken. Bovendien, de levendigheid en kwaliteit van het debat zitten niet in een kakafonie van 12 partijen en meer in een parlements- of raadzaal. Minder is ook hier vaak meer. Krachten bundelen werkt beter dan krachten versnipperen.

    Bij deze discussie dreigt het doel van de politiek uit zicht te raken. De politiek is er om problemen op te lossen. Dat doen we met het bestuur. Op lokaal niveau gaat het vooral om concrete, dagelijkse problemen, de scheve stoeptegel. Op het Binnenhof over zaken die ons allemaal aangaan, rijksbegroting, defensie, veiligheid, buitenlandbeleid, Europa, etc.

    De partijen benaderen die probleemvelden vanuit hun eigen visie en invalshoek. Om tot overeenstemming te komen en de gemeente en het land bestuurbaar te houden, worden er compromissen gesloten. Dat gaat vaak van ‘au’, maar iedereen weet dat het niet anders kan.

    Dat werkt alleen als er niet te veel partijen nodig zijn. Als er door de versnippering te veel partijen komen, als het vormen van coalities puzzelen wordt met ministukjes, geknoei rond de kleinste gemene deler, met waterige compromissen als resultaat, komt het bestuur in het gedrang. En daarmee op den duur het aanzien en de geloofwaardigheid van de politiek.

    Bij de laatste kabinetsformatie is het allemaal nog net goed afgelopen. Er moest wel het record formeren voor worden gebroken. En of het kabinet lang standhoudt en voldoende voor elkaar krijgt staat nog te bezien. Dat geldt ook voor de collegevorming in Rotterdam, Amsterdam, en al die andere steden en dorpen waar de raadzaal grotendeels gevuld wordt met paarpersoonsfracties. Dan kun je een geoliede besluitvorming wel vergeten.

    Daar zit een stevig risico aan. Wanneer problemen niet aangepakt worden omdat de dames en heren volksvertegenwoordigers voornamelijk bezig zijn een kaartenhuis overeind te houden, elkaar de tent uitvechten, of na heibel voor zichzelf beginnen, kun je er donder op zeggen dat de kiezers gaan morren.

    Als ze tot de conclusie komen dat ze niet gehoord worden, dat hun zorgen niet serieus worden genomen, kunnen ze een paar dingen doen. Overstappen naar een protestpartij of zelf met medestanders een eigen partij beginnen. Daar schiet meestal niemand iets mee op. Protestpartijen dragen zelden iets constructiefs bij, per definitie bijna onmogelijk. Ze zijn een uitlaatklep voor het ongenoegen, meer zit er niet in. En een nieuwe partij zorgt vooral voor verdere versplintering. Voor je het weet zit je in een negatieve spiraal en probeer dan de boel maar eens bij elkaar te houden.

    Om goed te blijven functioneren moet een systeem regelmatig aangepast worden aan veranderende omstandigheden. Maakt niet uit of het een auto, bedrijf, instantie, instituut of politiek stelsel is. Als dat niet gebeurt, als niet van tijd tot tijd kritisch wordt gekeken naar het reilen en zeilen, gaat het gegarandeerd naar de gallemiezen. Met dat ingrijpen moet je niet te lang wachten. Later is altijd te laat. Dus: kom op met die kiesdrempel.

    7 REACTIES

    1. “Als er door de versnippering te veel partijen komen, als het vormen van coalities puzzelen wordt met ministukjes, geknoei rond de kleinste gemene deler, met waterige compromissen als resultaat, komt het bestuur in het gedrang. ”

      Volgt de auteur wel eens de formatie in Duitsland en Tsjechie? Niet bepaald een succes daar.

    2. Ja, pfff wat een onzin weer, ik wordt een beetje moe van dat geblaat over die kiesdrempel altijd weer… Een totaal verkeerde oplossing voor de verkeerde diagnose van een probleem. Lees het rapport van de Raad voor Openbaar Bestuur van even geleden, of de mooie analyse op Stuk Rood Vlees, waar ze becijferden wat de gevolgen van een kiesdrempel zouden zijn.

      Het probleem is de regeringsvorming, niet de zetelverdeling in het parlement. De oplossing is meer democratie, niet minder.

    3. Echt te bizar voor woorden om hierbij een foto van geiten te plaatsen!
      Ga terug naar de schoolbanken, en probeer een serieus journalist te worden.
      Of probeer anders de cabaretieropleiding ergens ver weg.

    4. Joris Luyendijk schreef pas een goed artikel waarin hij het politieke systeem van Nederland vergeleek met dat van het Verenigd Koninkrijk: in het tweede land bestaat het politieke bestel uit twee superpartijen waarbij een meestal een absolute meerderheid bezit. Een verschil met ons versplinterde parlement, dus. Toch dreigt het VK nu onbestuurbaar te worden omdat de politieke partijen zelf hopeloos zijn versplinterd en te druk bezig zijn met het uitvechten van conflicten tussen verschillende interne facties. Een kiesdrempel negeert uiteindelijk de dieper liggende oorzaak van onze politieke fragmentatie, namelijk dat steeds minder mensen zich aangetrokken voelen tot de traditionele grote bestuurderspartijen (CDA, VVD, PvdA, etc.) en vormt naar mijn mening hoogstens een tijdelijke oplossing. Tel daarbij op dat verkiezingsopkomstcijfers en het vertrouwen in de democratie gemiddeld veel lager zijn in landen met een minder proportioneel kiessysteem, en ik kom tot de conclusie dat een kiesdrempel meer nadelen dan voordelen bezit. We zouden juist trots moeten zijn dat in Nederland zo’n lage drempel bestaat om in het parlement te komen en dat zoveel verschillende bevolkingsgroepen een stem krijgen in onze volksvertegenwoordiging.

      • een makkie !
        Ik vind het idee van een kiesdrempel uitstekend, maar ik zou een proeftijd voor nieuwe partijen inlassen.
        Heel eenvoudig: nieuwe partijen die een zetel halen, mogen 5 jaar in de Kamer zitten, maar bij de volgende verkiezingen moeten ze boven de 5 (ik zeg maar wat) scoren, anders is het schluss.
        De Tweede Kamer is een geweldige vitrine, neem het voorbeeld van het FvD: die hadden virtueel nooit zo hoog gestaan als ze niet in de Kamer gezeten hadden.
        Er mogen maximaal 2 van zulke partijen de Kamer in en welke dat zijn, wordt bepaald door de scores of tijdens een gezellige televisieshow.

        Iedereen happy

    5. We hebben dan wel meer partijen. Maar de opkomst is wel omhoog gegaan. Licht maar toch.
      Als die teveel daalt ondermijnt dat de democratie.
      Er wordt vanuit gegaan dat een SGPer zijn heil wel zoekt bij het CDA.
      Of een Bij1er bij Groen Links.
      Maar zouden ze ook niet kunnen denken voor mij hoeft het niet meer . Ik blijf wel thuis.

    6. Citaat: ‘Om goed te kunnen functioneren moet het systeem regelmatig aangepast worden aan veranderde omstandigheden.’ Helemaal mee eens. Vandaar ook de democratische vernieuwing van het systeem. Referenda.
      Maar DAT schaft de zittende macht af. Gevolg: versnippering… Dus dan maar de versnippering afschaffen? Wat een idiote redenering… Dat is oorzaak en gevolg omdraaien. Noemt u dit het toonbeeld van democratische vernieuwing? Beseft u wel dat kleine partijen die in de Tweede Kamer komen juist democratische vernieuwing inhouden? Nieuw bloed. Vertegenwoordigers van wat nieuwe democratische stromingen kunnen worden… Kleine partijen kunnen de volgende keer groot worden… Maar die vernieuwing wilt u dan maar direct in de kiem smoren??
      Wel, wel, het moet niet gekker in dit land worden dan het al is. Waarom dan niet het gelijk goed doorpakken voor de bestuurlijkheid? Wat dacht u van een kiesdrempel van 20%? Zijn we gelijk ook af van de middelgroten. Wat is er bestuurlijk niet beter dan dictatuur? Kan de VVD in z’n eentje regeren… Klaar.
      Net zo simpel als uw lange verhaal… Sorry hoor, hier zakt toch echt mijn broek van af. Kunt u echt niet iets nuttigers bedenken? Iets dat de democratie echt vernieuwt? I.p.v. oude wijn uit verkreukte nieuwe zakken schenken? Want wat u doet is juist het bestendigen van het oude systeem. Is geen enkele ‘vernieuwing’ in te ontdekken.

    Comments are closed.