PVV stijgt door, GroenLinks grootste op links

    0
    386

    Leestijd: 1 minuten.

    In een nieuwe peiling van I&O Research klimt de PVV 3 zetels door naar 33 zetels, terwijl de VVD juist 4 zetels verliest. GroenLinks vliegt met 6 zetels omhoog naar 18, waarmee de partij van Jesse Klaver in deze peiling de grootste partij op links is.

    Dit schrijf I&O over de peiling:

    “De groei van de PVV, die we een maand geleden zagen, zet door. De partij stijgt van 30 naar 33 zetels. De VVD levert vier zetels in en staat met 23 zetels op een tweede plaats. De PVV is hiermee met afstand (virtueel) de grootste partij. Voor de PVV-kiezers blijven immigratie & asiel, dreiging van terrorisme, veiligheid en de Europese Unie de belangrijkste stemmotieven, maar minder dan een half jaar geleden. Voor PVV-kiezers zijn normen en waarden belangrijker geworden. Het gaat vaak over dat Nederlanders niet kunnen doen wat ze gewend zijn (of waren). De instroom van asielzoekers en andere nieuwkomers is daar volgens velen van hen debet aan.

    Een potentiële PVV-stemmer: “Ik ben al dat gedoe in Nederland zat. Anderen maken de dienst uit en wij moeten maar volgen. Hebben wij nog wat te vertellen?”

    Jongeren zijn beduidend vaker van plan om op de PVV te stemmen dan ouderen: van de kiezers tot 35 jaar is maar liefst een kwart van plan dit te gaan doen.

    Een andere opvallende verschuiving is de groei van GroenLinks, met 6 zetels, naar 18 zetels. Hiermee zou GroenLinks de derde partij van Nederland zijn en ‘de grootste op links’. Hoewel het niet eenduidig te zeggen is waaraan GroenLinks deze forse stijging nu te danken heeft, lijkt de dynamiek die de ‘beweging’ rond Jesse Klaver probeert los te maken aan te slaan. Regelmatig wordt de term ‘vernieuwend’ of ‘nieuw’ genoemd, als potentiële GroenLinks-kiezers hun voorkeur toelichten. GroenLinks scoort opvallend gelijkmatig onder de verschillende leeftijdsgroepen.

    Op de vraag welke onderwerpen van belang zijn bij de partijkeuze valt op dat zowel immigratie & asiel als veiligheid iets minder vaak genoemd worden dan in juni. Hardere sociaaleconomische onderwerpen als sociale voorzieningen en armoedebeleid, werkgelegenheid, inkomensbeleid en economie en overheidsfinanciën worden nog even vaak als stemmotief genoemd.

    Dit blijkt uit landelijk representatief onderzoek van I&O Research onder 2.850 Nederlanders van 18 jaar en ouder. Het onderzoek werd uitgevoerd tussen 16 december en 19 december 2016.”