Verkeerd calvinisme en goedkoop populisme

    5
    386

    Leestijd: 4 minuten.

    Ronald Raak van de SP heeft een aansprekend onderwerp bij de kop. De wachtgeldregeling voor politici is te riant. De afgelopen vijf jaar zou er ‘maar liefst’, – die verzuchting hoort er altijd bij -, 20 miljoen aan werkloze volksvertegenwoordigers zijn overgemaakt.

    Raak  zou deze regeling willen gelijktrekken met de ww-uitkering, waar de ‘gewone, normale’ Nederlander bij werkloosheid aanspraak op kan maken.

    Het voorstel heeft de charme van de eenvoud, de schijn van gerechtigheid en speelt in op de vooroordelen van veel kiezers. Zie je wel, zelfs als ze niets meer doen, blijven de zakkenvullers graaien.

    Nu zullen er ongetwijfeld politici zijn die na hun al dan niet vrijwillige vertrek uit de Kamer of een ambt, niet meteen uit volle overtuiging gaan solliciteren. Soms zijn het net mensen. Maar ze moeten het wel en net als bij de gewone, normale werkloze Nederlander worden ze gekort als ze de sollicitatieplicht zonder geldige reden laten versloffen.

    Toch, ter verdediging van de graaiende, zakkenvullende plucheplakkers: politiek is geen door de weekse betrekking. Het politieke bestaan is ongewis, je bent niet alleen afhankelijk van je eigen kwaliteiten, de partijleiding, maar ook en vooral van de luimen van je baas, de kiezer. Je kan op straat worden gezet, terwijl je jarenlang je stinkende best hebt gedaan omdat de baas het om hem moverende redenen vindt dat het toch niet goed genoeg was. Dat is het risico van het vak, inderdaad. Hadden ze kunnen weten. Geen medelijden mee.

    In het bedrijfsleven kan zoiets natuurlijk ook gebeuren. Als een onderneming slecht draait of in het uiterste geval failliet gaat, zijn de werknemers ook de klos. Het bedrijf werd slecht geleid, was niet innovatief genoeg, verloor de slag met de concurrentie of werd de dupe van oneerlijke concurrentie. Daar had de man op de werkvloer geen vat op en hij staat wel op straat. Vaak na vele jaren trouwe dienst, niet zelden met het gevoel afgedankt te zijn en geen of nauwelijks perspectief op een nieuwe baan.

    Dat zijn soms grote persoonlijke drama’s waar nooit lichtvaardig over gedacht mag worden.

    Niettemin, politici lopen extra risico’s. Een kabinet kan vallen, de Tweede Kamer wordt ontbonden, hij/zij komt door allerlei machinaties op een onverkiesbare plaats. Hij/zij was een beroepspoliticus. Zijn vaardigheden, kennis en kwaliteiten zijn ontwikkeld en toegesneden op dit vak. Iets anders kan hij/zij meestal niet of, als hij/zij ooit in een ander beroep actief is geweest, is de kans groot dat, afhankelijk van de duur van zijn/haar politieke carriere, die vakkennis verouderd en achterhaald is. En niet iedereen kan buschauffeur worden.  Of lobbyist, de vluchtheuvel van menig uitgerangeerd politicus. In dat geval moet hij/zij wel enige renommee, specifieke competenties en het bijbehorende netwerk meebrengen. Anders blijven de deuren ook voor hem/haar dicht.

    Extra risico’s moeten gecompenseerd worden. Een soldaat die op een gevaarlijke missie wordt gestuurd dient meer te verdienen dan een baliemedewerker bij het UWV, ook al hebben ze op dezelfde MAVO gezeten. Dat is altijd zo geweest en hopelijk ook nu niet omstreden.

    Een politicus ligt zelden letterlijk onder vuur maar hij loopt wel meer risico’s dan de baliemedewerker, directiesecretaresse, manager of uitbater van een koffieshop.

    Sterker nog, we zouden verder kunnen of misschien wel moeten gaan. Er wordt met enige regelmaat geklaagd over de kwaliteit van onze volksvertegenwoordigers. Of dat terecht is, is in zijn algemeenheid natuurlijk niet vast te stellen. Dat valt alleen individueel te beoordelen. Feit is wel dat partijen zich beklagen over het feit dat ze geen ‘goede mensen’ kunnen krijgen. Dat geldt vooral voor de gemeente- en provinciale raden. Alleen wie teveel vrije tijd, een moeizaam huwelijk en/of geen andere hobby’s heeft, schijnt nog op de kandidatenlijst te willen.

    Dat dit ten koste gaat van de plaatselijke politiek en dus van de kwaliteit van het bestuur hoeft hopelijk niet verder uitgelegd te worden.

    Het lidmaatschap van de Tweede Kamer heeft zo op het eerste gezicht meer glamour. Dat is schijn. In een grote fractie moet zeker het verse Kamerlid vechten voor een enigszins interessante portefeuille. Dat verliest hij/zij meestal van een gevestigde collega. In een kleine fractie is hij/zij een gauw overwerkte duvelstoejager. In het zonnetje staan ze zelden, publiciteit is alleen weggelegd voor de grote kanonnen. Zij zijn, niets meer en niets minder, de onderknuppels van de democratie. Het kan dus niemand verbazen dat het verloop onder Kamerleden zo groot is. Wie niet gebukt gaat onder teveel idealisme, sowieso een handicap, of er aan verslaafd is, zal wel tig keer nadenken voor hij/zij de politiek ingaat. Ook omdat van de ooit verheven status weinig meer over is.

    Daarom moeten de inkomens, vergoedingen en wachtgeldregelingen omhoog. Dat kan niet op stel en sprong en zoals alles in de polder zal het door de consensusmolen moeten. Maar toch, het zou mooi zijn als de staatscommissie-Remkes die de zwakke en sterke punten van ons parlementaire stelsel onderzoekt, daar ook het beloningssysteem voor politici bij betrekt. Daar zou volgens de taakomschrijving ruimte voor moeten zijn. Kwaliteit kost geld. Ook in de politiek. En verkeerd calvinisme leidt gauw tot goedkoop populisme.

     

    5 REACTIES

    1. Ronald van Raak van de SP spreekt hier oprecht uit dat de ongelijkheid tussen politici en gewone werknemers niet meer van deze tijd is.
      Het zijn partijen als VVD, D66 etc. die voorstander zijn van flexbanen, tijdelijke contracten, ontslagversoepeling etc. Dan moet je niet raar staan te kijken dat men kritischer gaat kijken naar de wel zeer riante regelingen voor de politici zelf!
      Aanvankelijk was ik voor de wachtgeldregeling vanwege het onzekere bestaan van een politicus. Dat ben ik nog! Alleen vind ik het absurd dat er ook wachtgeld wordt uitgekeerd aan fraudeurs (liegen over diploma’s bijv.) en mensen die zélf besluiten om op te stappen om meer bij de kinderen te zijn of wat leuks te gaan doen – zoals flyeren voor een president in bijv. de VS!
      En natuurlijk vind ik dat per direct de rechten van de gewone werknemers moeten worden hersteld. Weg met de door rechts gecreëerde flutbanen zonder enige zekerheid, zonder dat je een hypotheek kunt krijgen, zonder dat je realistisch over de toekomst kunt dromen. Weg met de banen zonder pensioenopbouw of recht op een uitkering bij arbeidsongeschiktheid. Weg met de tijdelijke contracten waarbij men er steevast aan het einde uit ligt en weer bij stap nul moet beginnen! Weg met de banen met laag inkomen en waarbij men toch eist over te werken zonder uitbetaling omdat je anders gedag kunt zeggen tegen je baan.

    2. Het salaris van volksvertegenwoordigers is ruim genoeg om wat opzij te leggen voor onvoorziene omstandigheden.
      Als een meer sobere regeling er toe bijdraagt dat het idealisme in de Kamers toeneemt, is dat bovendien mooi meegenomen.

    3. Waarom Jaap er Baudet bij haalt ontgaat mij, maar het artikel lijkt geschreven te zijn door iemand die een kamerzetel ambieert. De redenen die Peter van Nuijsenburg aanhaalt om parlementariers een betere wachtgeldregeling te geven dan zij andere werknemers gunnen gelden ook voor andere “specialisten”, die ook niet zomaar kunnen omschakelen op een andere vaardigheid. En de baangarantie van bezorgers van Deliveroo is ook niet beter. Bij de overheid is er een terugkeerregeling voor parlementariers en dat is de reden dat de samenstelling van het parlement nogal eenzijdig is. Een beter salaris-, pensioen- en wachtgeldregeling is geen garantie voor kwaliteit als je die grijze muizen in het Europese Parlement ziet met hun sjoemelende declaratiecultuur. Het is meer een beloning voor dienstbaarheid aan een partij.

      Nee, ik beschouw dit maar als een preek voor eigen parochie.

    4. Dit artikel laat maar weer al te goed zien dat alles wat niet van de glorieuze verlosser Baudet komt, er niet toe doet.

      Kijk nou eens breder dan je eigen cirkeltje, en bekijk de standpunten van politici objectief, niet die constante visie van: ‘wat kan ik hier nou weer op aanmerken, aangezien het niet van mijn partij van voorkeur komt.’

      Soms hebben politici van andere partijen ook hele goede standpunten, sluit die niet uit door de partij waar ze achterstaan.

      • @Jaap,
        Wel goed lezen hoor, het gaat hier niet om dhr. Baudet maar dhr. Raak van de SP…
        De laatste alinea daarin van jouw betoog daarin kan ik mij geheel vinden. Ook weer zoiets waar de SP iets van zou kunnen leren.

        Wat het artikel van de auteur betreft, hij lijkt uit te gaan in zijn vergelijk tussen politici en werknemers van mensen met een vaste baan. Die stellingname is voor een groot deel achterhaald door de ‘doorgeschoten’ flexibilisering. Werknemers zijn net als politici vaak ‘aangeschoten’ wild. Als de een meer wachtgeldbescherming verdiend, geldt dat voor de ander m.b.t. WW.
        Ronald van Raak heeft een punt.
        In dit geval gaat het dan wel om minder i.p.v. meer.
        Maar zoals ik laatst al opmerkte: de ‘zure’ appel van het volk wordt immer zoeter gegeten door hen die deze ‘appels’ voor het volk regelen. Verschil moet er zijn… Of is hier sprake van legale discriminatie?

    Comments are closed.