De vriend-vijand in Ankara

    0
    218

    Leestijd: 4 minuten.

    Turkije is een belangrijke bondgenoot. Het is de voorpost van de NAVO in het Midden-Oosten, de lichtst ontvlambare regio aan de Europese zuid-oostgrens. Ankara dekt een kwetsbare flank af en is daarom sinds de Koude Oorlog een onmisbare schakel in het Westerse veiligheidssysteem. Ook de dubieuze rol in de huidige ontwikkelingen, de strijd tegen IS, de burgeroorlog in Syrië, en de nieuwe strafexpeditie tegen de Koerden veranderen daar niets aan.

    Daarnaast is Turkije ook belangrijk wegens de vluchtelingendeal die de EU twee jaar geleden met haar sloot. De vloedgolf die Europa dreigde te overspoelen, is sindsdien misschien niet opgedroogd maar in elk geval ingebed tot een beheersbare stroom. Het kostte een paar centen en hier en daar werd geroepen dat we ons afhankelijk en dus chantabel maakten van een regime met onzindelijke trekjes. Maar goed, het was een prijs die we uiteindelijk graag betaalden.

    De deal is een schoolvoorbeeld van realpolitiek. Er valt van alles op af te dingen, verdient misschien geen schoonheidsprijs en het eigenbelang geeft uiteindelijk de doorslag. Er is geen regering die zit te wachten op een herhaling van de toestanden van drie jaar geleden.

    Realpolitiek bedrijf je per definitie met regimes die je het liefst op afstand zou houden en met wie je bij voorkeur  zo min mogelijk zaken wil doen. Alleen, de situatie laat je geen keus. Het belang, in het geval van Turkije het indammen van de vluchtelingenstroom, was te groot. Je hebt het in de boze buitenwereld niet altijd voor het uitkiezen.

    De strategische sleutelpositie van Ankara en de vluchtelingendeal beperken de manoeuvreerruimte van niet alleen Den Haag, maar ook Berlijn en Brussel. Diplomatie is spitsroeden lopen. De andere kant uitkijken als president Recep Tayyip Erdogan op grote schaal de burgerrechten aan zijn laars lapt, dissidenten opsluit, de pers breidelt, strafexpedities tegen de Koerden organiseert, kortom geen boodschap heeft aan de waarden ter verdediging waarvan de NAVO 70 jaar geleden is opgericht.

    Er valt, afgezien van het tandeloze pro forma protest, weinig aan te doen. Het zijn de binnenlandse aangelegenheden van een bondgenoot. Daar kun je je niet in mengen. En wat ooit een machtsmiddel was, het eventuele EU-lidmaatschap, werkt allang niet meer. De Sultan van Ankara hoeft niet zo nodig bij Europa te horen.

    Waar en hoe trek je de grens in de omgang met een potentaat die bijna alle troeven in handen heeft? Hoe lang laat je keer op keer met je sollen en wordt er ooit een punt bereikt waarop de slagboom naar beneden gaat?

    Je  kunt er donder op zeggen dat een sterke man, of hij nu Poetin of Erdogan heet, die grenzen opzoekt. Dat zit nu eenmaal  in het dna van de ‘sterke man’. We hoeven maar te kijken naar wat Poetin in de Krim en door middel van zetbazen in het oosten van de Oekraïne uitspookt. Met een lange neus naar het Westen, ondanks economische sancties.

    Erdogan heeft dat punt vorig jaar bereikt en overschreden. Hij wilde een grondwetswijziging die zijn bevoegdheden nog verder zouden uitbreiden. De bevolking kon zich daar in een referendum over uitspreken. Omdat Erdogan zeker van zijn zaak wilde zijn dan wel een score op dictatoriaal niveau wilde halen, moesten ook de Turken in de diaspora worden gemobiliseerd. En daar begon het gedonder.

    In België, Duitsland en ons land vond men dat niet zo’n goed idee. Het betekende polarisatie in de diaspora. Turkse politieke vetes zouden op Nederlandse, Duitse en Belgische bodem worden uitgevochten. Ankara werd daarom door Den Haag verzocht geen politici op campagne naar ons land te sturen.

    Enfin, we weten waarop het is uitgedraaid. De Turkse minister van familiezaken verscheen tegen de afspraken opeens in Rotterdam. De regering en burgemeester Ahmed Aboutaleb hielden voet bij stuk. Ze bleef ongewenst. De minister weigerde te vertrekken. Duizenden Nederturken rukten op naar Rotterdam. Het liep uit op rellen. De Nederlandse ambassadeur moest Turkije verlaten en op zijn beurt trok zijn Turkse collega de deur in Den Haag achter zich dicht.

    Erdogan blies het vuurtje nog verder aan door zijn bondgenoten in Den Haag, Berlijn en Brussel uit te maken voor nazi’s en fascisten.

    Sindsdien schommelen de betrekkingen rond het vriespunt. Eind van het jaar leek er even sprake van een dooi. Erdogan ontdekte opeens dat er in Den Haag, Berlijn en Brussel ‘goede, oude vrienden’ zaten. Maar die fase bleek dus van korte duur.

    De besprekingen over normalisatie van de betrekkingen zijn vastgelopen, erkende minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra. De ambassadeurs blijven tot nader order op de thuisbasis.

    Het is een situatie zonder vooruitzicht op een snelle oplossing. Schade beperken, informele kanalen open houden en voorkomen dat de impasse ontaardt in een diepe crisis, meer  zit er voorlopig niet in. Andere bondgenoten zouden kunnen bemiddelen maar verwacht er niet teveel van. De reacties op Erdogans Operatie Olijftak, de nieuwe campagne tegen de Koerden, illustreren de machteloosheid van het Westen. Het blijft bij loos gesputter zonder serieuze sancties. Zolang de Sultan aan de macht is, zal Turkije een vriend-vijand blijven. Een onmogelijke bondgenoot. En onmisbaar.