1 mei

    4
    213

    Leestijd: 2 minuten.

    In Nederland is 1 mei, in tegenstelling tot veel andere landen, geen nationale feestdag. En De Dag van de Arbeid begon bovendien weinig feestelijk voor de vakbeweging. De Telegraaf wist te melden dat supermarktketen Jumbo de vakbonden buitenspel zet.Voor de werknemers in de distributiecentra worden lonen en werktijden voortaan geregeld in een AVR (arbeidsvoorwaardenreglement), dat wordt voorgelegd aan de ondernemingsraad. Dit komt in de plaats van de cao’s, waarover wordt onderhandeld met de vakbonden.

    Dit bestaat al in een aantal winkelketens, waar slechts weinig werknemers lid zijn van een vakbond en die kan daar dus geen vuist maken. De macht van de vakbeweging neemt af, maar de FNV wil vandaag, op 1 mei, de tanden laten zien.

    Dat 1 mei geen nationale feestdag is in Nederland, is niet toevallig. Niet alleen viel 1 mei tot het aantreden van koning Willem-Alexander daags na de vrije Koninginnedag, in ons land waren vroeger de arbeidsconflicten minder hevig dan in andere landen. En hier hebben we het befaamde poldermodel, dat erop neerkomt dat overheid, vakbeweging en werkgevers in overleg het sociaal-economisch beleid proberen vorm te geven.

    Dat poldermodel staat nu onder druk. Werkgevers en vakbeweging kunnen het niet eens worden over belangrijke onderwerpen als een nieuw pensioenstelsel en flexibele arbeidscontracten. Werknemers willen niet alleen meer loon, maar ook minder werkdruk. Getuige de staking in het streekvervoer op uitgerekend 1 mei, als de FNV demonstreert in Den Haag. Er is niet gekozen voor Amsterdam, zoals in voorbije jaren, maar voor de plaats van de regering. De vakbeweging strijdt voor hoger loon én voor een ander beleid. De FNV heeft de week voor Prinsjesdag al uitgeroepen tot actieweek.

    Op 1 mei wist het CBS te melden dat de ‘kloof’ tussen de salarissen aan de top van grote bedrijven en de lonen op de werkvloer vorig jaar wat groter is geworden. Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldde ook dat het aantal stakingen vorig jaar flink hoger was dan in 2016. Sinds 1989 werd niet meer zoveel gestaakt in Nederland. Staakten in 2016 nog 11.000 werknemers, vorig jaar waren dat er 147.000.

    Er werd vorig jaar 13 keer gestaakt in de industrie en 12 keer in het vervoer. De meest omvangrijke stakingen waren in het onderwijs. Daar lijkt een flinke voedingsbodem te zijn voor nieuwe arbeidsonrust. Uit onderzoek blijkt dat de meeste leerkrachten ontevreden zijn over de werkdruk en dat de helft van de leraren in het basisonderwijs ook nog eens ontevreden is over het salaris.

    Nu er na de magere jaren weer geld te verdelen is, klopt de vakbeweging niet alleen op de deur van de directiekamers, maar ook op die van de regering. In vergelijking met andere landen is Nederland nog steeds een oase van rust als het gaat om arbeidsconflicten, maar de verhoudingen worden hier wel scherper.

    4 REACTIES

    1. Ondanks de toegenomen stakingen loopt de invloed van vakbonden steeds verder terug.
      En dat is een goed teken – het toont de emancipatie van de werknemer.

      • Een schijnemancipatie waar je niets voor koopt. Het is eerder een teken van groeiende onderlinge verdeeldheid, afgunst en onverschilligheid, waar werkgevers (die nog wel verenigd zijn) van profiteren. Wat zal een race to the bottom voorkomen als er geen overkoepelende CAO bestaat voor een gehele branche?

        • Mee eens. Ondanks de flinke economische groei blijven de lonen maar achter. Een IMF, DNB en regering verzoeken de werkgevers zelfs om de lonen eens flink te verhogen. Hoe raar wil je het hebben?
          Toch gebeurt het niet.
          De macht van de vakbonden is helaas tanende. Flex hier, flex daar. We zakken af naar een werkgeversparadijs met als het kan het liefst dagloners… Het wordt arbeidstechnisch steeds asocialer. Beter wordt het voor de gewone arbeider in ieder geval niet.

    Comments are closed.