Feest van de democratie

    0
    342

    Leestijd: 2 minuten.

    De opkomst bij de verkiezingen was meer dan 80 procent. Verrassend hoog. Bij veel stembureaus moesten in allerijl extra biljetten worden aangesleept. Biljetten die nog breder waren dan een ouderwetse krant, want er deden ook nog eens veel partijen mee.

    Er was dus wat te kiezen en daar maakten de stemgerechtigden gebruik van. Ze lieten hun hart spreken en stemden niet “strategisch”. De stemmen werden verdeeld over een breed palet van partijen. Bovendien komen er straks maar liefst vier nieuwe Kamerleden die hun zetel te danken hebben aan voorkeurstemmen.

    De democratie in ons land beantwoordt meer dan in veel andere westerse landen aan het principe “one man one vote” en die democratie blijkt springlevend. Even horen we niemand over de kloof tussen burger en politiek. En de roep om bestuurlijke vernieuwing lijkt verstomd.

    Voor de verkiezingen kwam het onderwerp in de tv-debatten tussen de lijsttrekkers zelfs niet aan de orde. Maar ondertussen ligt er nog steeds een initiatiefwet van D66 om een correctief referendum in te voeren. Daarvoor is een wijziging van de grondwet nodig en moet tweederde van de Tweede Kamer ermee instemmen. Anders gezegd, als eenderde tegen is wordt zo’n referendum niet ingevoerd. VVD en CDA zijn samen goed voor meer dan eenderde van de zetels en zij zijn geharnaste tegenstanders van zo’n referendum.

    Het ziet er niet naar uit dat D66-leider Alexander Pechtold hier in de onderhandelingen over een nieuwe coalitie een hard punt van zal maken. Na het Oekraïne-referendum is het enthousiasme bekoeld. De leden van D66 besloten tijdens hun congres dat internationale verdragen niet referendabel moeten zijn. Bij hen vielen de schellen van de ogen, toen het Oekraïne-referendum weinig met het verdrag met dat land te maken bleek te hebben en een speeltje leek van populisten.

    In dat referendum bleek 19 procent van alle stemgerechtigden tegen het verdrag. In de Tweede Kamer was een meerderheid van meer dan tweederde voor het verdrag. Een correctief referendum vult onze vertegenwoordigende democratie niet aan, maar schuift die aan de kant.

    Zo beschouwd pakt het Oekraïne-referendum dus goed uit. Maar daarmee is het laatste woord over bestuurlijke vernieuwing nog lang niet gezegd.

    De keerzijde van ons kiesstelsel en de deelname van veel partijen is dat een moeizame vorming van een nieuwe coalitie. Een coalitie die op tal van punten compromissen sluit. Compromissen die voor veel mensen onbegrijpelijk zijn of waarin zij zich vaak niet herkennen. Zo was de onvrede vooral groot na de vorming van het huidige demissionaire kabinet.

    Ook bij de vorming van het nieuwe kabinet zullen compromissen worden gesloten. Weer zal een groot deel van de kiezers het gevoel hebben weer jaren buitenspel te staan tot de volgende verkiezingen. En weer zal gesproken worden over de kloof tussen burger en politiek. En waarschijnlijk klinkt dan weer de roep om meer directe democratie.

    Wat mij betreft ontaardt dat niet opnieuw in een voorstel voor een correctief referendum. Onze vertegenwoordigende democratie is mooi, maar niet volmaakt. Dat vraagt om een oer-Nederlandse oplossing: Een commissie van wijze mannen. Misschien moet de commissie Remkes, die zich buigt over ons staatsbestel, uitgaan van een brede taakopvatting.