Aanvallers horen niet thuis in een kabinet

    1
    335

    Leestijd: 3 minuten.

    Je hebt twee soorten politici: aanvallers en verdedigers. Een aanvaller is agressief en scherp en heeft een feilloos gevoel voor de zwakke plekken van de tegenstander. Hij (of zij) zegt waar het op staat en zet zijn mening vaak nog wat steviger aan ook. In de Tweede Kamer is hij bijna niet weg te slaan bij de interruptiemicrofoon. Aanvallers vind je vooral in de oppositie. Bekende voorbeelden: PVV-leider Geert Wilders en voormalig SP-kanon Jan Marijnissen.

    Een verdediger is een heel ander type. Hij/zij rekt tijd, verbergt zich achter een mist van woorden en houdt zijn/haar ware bedoelingen zorgvuldig voor zich. De verdediger blinkt uit in het doen van nietszeggende mededelingen waar niemand ooit vat op krijgt.

    Verdedigers zijn aan te treffen bij de coalitiepartijen of in het kabinet. Neem de ministers Kajsa Ollongren (D66) en Wopke Hoekstra (CDA), die deze kunst tot in de puntjes beheersen. Ollongren blijft almaar vriendelijk glimlachen en knikken terwijl ze voor de zoveelste keer haar inhoudsloze boodschap herhaalt. Zelden tot nooit laat ze zich in haar kaarten kijken. Ook Hoekstra kan bij onwelkome vragen heel goed doen alsof hij van de prins geen kwaad weet. Het overkomt hem zelden of nooit dat hij iets zegt waarvan hij achteraf spijt moet hebben.

    Sommige politici kunnen zowel aanvallen als verdedigen. Zoals VVD’er Mark Rutte. In zijn tijd als oppositieleider (2006-2010) een echte aanvaller. Maar sinds hij eenmaal premier is geworden specialiseert Rutte zich erin alle ballen naast of over het eigen doel te koppen. Hij kan uren (desnoods waarschijnlijk dagen) praten zonder iets te zeggen. Rutte blijft daarbij – net als Ollongren en Hoekstra – altijd vriendelijk en toont zich nooit geïrriteerd. Ook PvdA-leider Lodewijk Asscher heeft laten blijken van beide markten thuis te zijn. Als vicepremier in de vorige regeerperiode wist hij alle harde ingrepen van het kabinet als noodzakelijk en onontkoombaar te presenteren. Maar nu zijn partij in de oppositie zit, spreekt hij met een stalen gezicht schande van maatregelen die hij een paar jaar terug nog ondersteunde. En volgens de peilingen komt hij er prima mee weg.

    Maar er zijn ook aanvallers die niet kunnen verdedigen. In deze categorie valt de gewezen D66-leider Alexander Pechtold. Toen zijn partij nog in de oppositie zat grossierde hij in wisecracks en hatelijkheden, waarmee hij kabinet en regeringsfracties uit die tijd het leven zuur maakte. Zijn partij groeide onder zijn leiderschap als kool. Ook andere aanvallers, zoals Wilders, schuwde Pechtold niet, wat hem extra populair maakte. Maar nadat D66 in 2017 tot Rutte III was toegetreden, ging het mis. Pechtold slaagde er niet in de juiste, verhullende toon aan te slaan die de ware verdedigende politicus kenmerkt. Hij verstrikte zich in zijn eigen uitvluchten, raakte ook nog eens in opspraak en moest in het najaar van 2018 met schande overladen de politiek verlaten.

    Hoewel aanvallen doorgaans makkelijker is dan verdedigen, zijn er ook politici geweest die het tweede wel, maar het eerste niet beheersten. Vrijwel alle CDA-toppers wisten zich in 1994 geen raad toen hun partij voor de eerste keer sinds decennia in de oppositie belandde. Nu moesten ze opeens het beleid van anderen de grond in boren. Dat waren ze absoluut niet gewend en het ging aanvankelijk dan ook behoorlijk mis. Voormalig PvdA-premier Wim Kok was eveneens een verdediger bij uitstek. Als oppositieleider in de jaren tachtig maakte hij weinig indruk, maar dat veranderde nadat hij eenmaal minister en later premier was geworden. Plotseling bleek hij – met zijn wijdlopige zinnen en onderkoelde ironie – in zijn element.

    Een typische aanvaller is ook CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt, in belangrijke mate verantwoordelijk voor de val D66-staatssecretaris Menno Snel (Financiën). Omtzigt is inhoudelijk zeer goed op de hoogte en blijft maar doorgaan als hij misstanden vermoedt. Maar zou hij zelf ook kunnen besturen?

    Volgens anonieme bronnen voelde zijn partij er niets voor dat Omtzigt een van de opvolgers van Snel zou worden. Dat kon alleen maar tot ongelukken leiden. Een terechte inschatting van het CDA (als het althans klopt wat de anonieme bronnen zeggen). Een geboren aanvaller heeft in een kabinet niks te zoeken. Eigenlijk kan een regeringspartij, die noodgedwongen voornamelijk catenaccio  speelt, zo iemand missen als kiespijn.

    1 REACTIE

    1. Mensen die gekozen zijn als controleurs van de regering ( Parlementariërs ) zijn niet gekozen voor de uitvoerende macht ( de regering). Helaas lopen in Nederland politici heen en weer tussen twee machten, waardoor de positie van uitvoerders en controleurs schimmig wordt en controle ontkracht wordt door medeverantwoordelijkheid ( denk maar aan de Fyra).

      Natuurlijk moet Omtzigt niet overlopen naar de regering. Waar blijft dan de terriër die de regering op zijn huid zit?

      In Nederland ontbreekt de gekozen president met een eigen mandaat die gecontroleerd wordt door een echt onafhankelijk parlement.

    LAAT EEN REACTIE ACHTER (maximaal 200 woorden per reactie)

    Please enter your comment!
    Please enter your name here