Achterkamertjesoverleg is van alle tijden

    0
    239

    Leestijd: 2 minuten.

    De Tweede Kamer beslist vandaag over het lot van VVD-minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie). De kans is aanzienlijk dat hij moet aftreden omdat hij als Kamerlid toenmalig minister en partijgenoot Ivo Opstelten heeft geadviseerd allerlei onwelgevallige zaken over de Teevendeal niet aan de Tweede Kamer te melden. Hij speelde, met andere woorden, voor advocaat van de duivel voor een lid van het kabinet. Zoiets kan natuurlijk niet, en Van der Steur zal met een heel overtuigend verhaal moeten komen om zijn hachje nog te redden.

    Wat de VVD’er gedaan heeft gaat erg ver. Toch is het is allerminst uniek dat leden van de Tweede Kamer met bewindslieden achter gesloten deuren overleggen over belangrijke beleidskwesties. Het zogeheten dualisme, dat veronderstelt dat er een strikte scheiding bestaat tussen regering en parlement, is grotendeels een mythe. Vooral tussen coalitiepartijen en kabinet vindt frequent beraad plaats. En als de omstandigheden dat meebrengen worden ook oppositiepartijen daarbij betrokken.

    Iedere donderdagavond komen de ministers en de fractieleider van elke regeringspartij bijeen in het zogeheten Bewindspersonenoverleg (BPO) om de ministerraad van de volgende dag voor te koken. Meestal zijn daarbij naast de fractievoorzitter ook andere Kamerleden of de partijprominenten aanwezig. Dat er BPO’s plaatshebben weet iedereen. Wat er wordt besproken is geheim, maar vaak wordt er “strategisch” over gelekt. Zodat de kranten de volgende dag bijvoorbeeld kunnen melden dat regeringspartij X op het punt staat een belangrijk succes te boeken in het kabinet.

    Tot in de jaren negentig bestond daarnaast het Torentjesoverleg. De kopstukken van kabinet en regeringsfracties kwamen elke woensdag naar het Torentje van de premier om “de klokken gelijk te zetten”. Toen de kritiek op dit politieke handjeklap steeds verder aanzwol werd het Torentjesoverleg afgeschaft. Maar dat betekent niet dat het is verdwenen. Zo zijn sinds 2012 premier Rutte, vicepremier Asscher en de fractievoorzitters Halbe Zijlstra (VVD) en diens PvdA-collega (tot voor kort Diederik Samsom, nu Attje Kuiken) iedere maandagochtend te gast op het departement van Asscher om “de actualiteit door te nemen”. Zelden krijgt de buitenwereld iets te horen over wat daar gezegd wordt. Maar één ding staat vast: met dualisme heeft het niets te maken.

    Oppositiepartijen ergeren zich aan dit voortdurende onderhandelen in achterkamertjes, maar als ze zelf worden uitgenodigd gaan ze daar maar al te graag op in. De afgelopen kabinetsperiode gebeurde dat met grote regelmaat. Rutte II heeft immers geen meerderheid in de Eerste Kamer en moest herhaaldelijk bij de oppositie om steun bedelen. Waardoor de leiders van D66, ChristenUnie, SGP en soms ook CDA en GroenLinks volop de gelegenheid kregen de achterkamertjes van binnen te bezichtigen.

    Wie denkt dat Helden van de Democratie als Geert Wilders zich aan dit soort praktijken niet zullen bezondigen, heeft het mis. In de periode 2010 tot 2012, toen Rutte I regeerde met gedoogsteun van de PVV, hing Wilders voortdurend bij de premier en andere bewindslieden aan te telefoon om het beleid “door te spreken”. Soms zocht hij ze zelfs op in hun ministerie om zijn eisen kenbaar te maken. En uiteindelijk sneuvelde dit kabinet nadat de politieke aanvoerders (inclusief Wilders en zijn secondante Fleur Agema) wekenlang hadden zitten konkelfoezen in het grootste achterkamertje van Nederland: het Catshuis.