Afscheid van het Binnenhof

    3
    458

    Leestijd: 4 minuten.

    In 2018 verlieten weer heel wat politici het Binnenhof. Sommigen vrijwillig, anderen niet geheel, of in het geheel niet. Vandaag een terugblik op enkele van de meest prominente vertrekkers.

    JEANINE HENNIS

    VVD-politica Hennis trad in 2010 toe tot de Tweede Kamer, nadat ze ook al zes jaar in het Europees Parlement had gezeten. Hoewel ze zich als Kamerlid vooral bezighield met onderwerpen als politie, gelijke behandeling en rampenbestrijding, werd ze in 2012 minister van Defensie in Rutte II. Hennis was de eerste vrouw ooit op deze post. Heel erg goed deed ze het niet, maar toch ook weer niet zo slecht dat een nieuw ministerschap er niet in zou zitten. Hennis, lid van de grootste regeringspartij tenslotte, werd zelfs genoemd voor Buitenlandse Zaken, een van de meest prestigieuze functies in een kabinet.

    Maar toen verscheen in het najaar van 2017 een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over de Nederlandse missie in Mali. Volgens de Onderzoeksraad was het departement van Defensie schuldig aan de dood van twee militairen. Zij hadden in het Afrikaanse land met ondeugdelijk materiaal moeten schieten. Hennis, politiek verantwoordelijk voor dit drama, kon tijdens een Kamerdebat op 3 oktober vorig jaar niet anders dan aftreden. Rutte II was op dat moment al meer dan een half jaar demissionair.

    Uiteraard viel er hierna niet meer te denken aan een nieuwe ministerspost. Hennis keerde terug naar de Kamer, waar ze onwennig en onwillig wachtte op een nieuwe uitdaging.

    De baantjescarrousel stopte voor haar in september van dit jaar. Hennis werd – vermoedelijk mede dankzij lobbywerk van haar partijgenoot Mark Rutte – benoemd tot vertegenwoordiger van de VN in Irak. Zien we haar ooit terug op het Binnenhof, bijvoorbeeld als minister in Rutte IV of V? Dat blijft mogelijk, in elk geval in theorie.

    HALBE ZIJLSTRA

    Vanaf het moment dat Halbe Zijlstra (ook VVD) in 2006 voor het eerst in de Kamer kwam, was duidelijk dat hij het ver wilde gaan brengen in de politiek. Tijdens de talrijke tv-optredens waarvoor hij uitgenodigd wist te worden, spatte de ambitie eraf. In 2010 mocht hij voor het eerst aan het grote werk ruiken. Zijlstra werd staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in Rutte I. De opera- en balletsector keek nogal op de hardrockfan neer, maar daar trok Zijlstra zich niets van aan. Hij bezuinigde er enthousiast op los. En passant introduceerde hij ook nog de langstudeerboete voor studenten, al zou die geen lang leven beschoren zijn.

    In de VVD bleef de noeste arbeid van Zijlstra niet onopgemerkt. Bij het aantreden van Rutte II werd hij fractievoorzitter, en daarmee een potentiële opvolger van de premier. Hij toonde zich een trouwe steunpilaar van het VVD-PvdA-kabinet, maar opereerde niet altijd even gelukkig. Aspiraties op het partijleiderschap moest hij uiteindelijk laten varen, temeer toen Rutte geen enkele aanstalten maakte te vertrekken. Maar Zijlstra werd wel beloond met een ministerspost in Rutte III. Eerst was de verwachting dat hij Sociale Zaken zou gaan doen, maar door het gedwongen vertrek van Hennis kwam Buitenlandse Zaken vrij. Ook mooi, natuurlijk.

    Heel slecht leek het in de eerste maanden niet te gaan met de nieuwe bewindsman. Tot een leugen uit zijn tijd als fractievoorzitter hem achterhaalde. In februari van dit jaar moest hij toegeven dat hij nooit in de datsja van de Russische president Poetin was geweest, zoals hij eerder tijdens een VVD-congres had beweerd.

    Betrapt worden op glashard liegen kan voor een Nederlandse minister maar één ding betekenen: wegwezen. Zijlstra trad af en verliet het Binnenhof, droevig nagezwaaid door een betraande Rutte. Eventjes waren er nog geruchten dat Zijlstra dankzij diens hulp zijn carrière zou kunnen voortzetten bij de Wereldbank. Maar voor een nieuwe politieke functie bleek zijn verleden te zwaar belast. In november kwam hij als ‘strategieadviseur’ in dienst bij bouwondernemer VolkerWessels. De kans dat Zijlstra nog ooit een comeback maakt in de landelijke politiek is klein. Hooguit wordt hij nog een keer senator.

    ALEXANDER PECHTOLD

    Toen D66 Alexander Pechtold in juni 2006 koos tot lijsttrekker ging het bijzonder slecht met de partij. In sommige peilingen stond ze op nul zetels. Was Pechtold (die eerder partijvoorzitter en een blauwe maandag minister voor Bestuurlijke Vernieuwing was geweest) de man die het licht mocht gaan uitdoen bij de democraten?

    Dat viel reuze mee. Bij de Kamerverkiezingen van november 2006 haalde de partij toch nog 3 zetels. En onder aanvoerderschap van Pechtold zette een krachtig herstel in. In 2010 klom D66 naar 10 zetels, in 2012 naar 12 en in 2017 naar 19. Die opmars viel voor een groot deel op het conto van de nieuwe partijleider te schrijven. Pechtold ontpopte zich als een voor Nederlandse begrippen uitzonderlijk goed debater. Aan de interruptiemicrofoon was hij jarenlang vrijwel onovertroffen. Pechtold zorgde bovendien voor een nieuwe politieke koers voor D66. De ‘kroonjuwelen’ (referendum, nieuw kiesstelsel, gekozen minister-president etc.) verdwenen naar de achtergrond. Pechtold profileerde D66 als een middenpartij, met veel aandacht voor Onderwijs.

    De problemen kwamen toen D66 in Rutte III weer ging meeregeren. Concessies doen is altijd moeilijker dan eisen stellen vanuit de oppositiebankjes. Bovendien maakte een flink deel van de D66-achterban duidelijk wel degelijk veel waarde te hechten aan de aloude kroonjuwelen. Het gemak waarmee de partij afscheid nam van het raadgevend referendum werd haar niet in dank afgenomen.

    En daar kwam nog iets bij. Pechtold raakte persoonlijk in opspraak. Een van een vriend geërfd appartementje bleek hij niet te hebben opgegeven bij het geschenkenregister van de Tweede Kamer. Hoewel hij daarmee geen enkele formele regel had overtreden, zorgde dat voor veel negatieve publiciteit. Een ongelukkig afgelopen affaire met een rancuneuze ex-partijgenote verergerde de reputatieschade nog.

    In oktober maakte Pechtold tijdens een D66-congres bekend dat hij de politiek zou verlaten. Enkele dagen later benoemde de fractie Rob Jetten tot zijn opvolger als fractievoorzitter. Ook Pechtold zal zo goed als zeker niet meer terugkeren in de Haagse politiek.

    3 REACTIES

    1. Toch speelt Pechtold nog mee. Bij de politieke rechtszaak van Wilders. Althans, politiek was die, maar zijn rechters werden door de rechtelijke macht zelf van de zaak afgehaald. Was er een aanklacht tegen Pechtold toen hij het Russische volk discrimineerde?
      Nee. Maar Wilders advocaat zei heel terecht: er is een gelijkheidsbeginsel in het Nederlandse recht. Je kan niet de ene politicus wel vervolgen om zo’n uitspraak en de andere niet.
      Het OM en rechters vonden dat Pechtold de Russen niet gediscrimineerd had. Dat was anders dan Wilders Marokkanen. Maar het was zo vaag onderbouwd dat de vooringenomenheid van rechters en OM ervan afdroop.
      Pure kartelmacht in praktijk!
      Zelfs de rechtelijke macht begreep: zulk een zwak verweer geeft weer dat het echt een politiek proces is! De drie rechters werden gewraakt – van de zaak afgehaald – de NL rechtspraak gered en nu ligt diezelfde vraag er opnieuw… Wilders wel en Pechtold niet? Beiden rassendiscriminators?
      Zijn Russen dan een ras?
      Marokkanen wel vond het OM. Dat voor Wilders speciaal het begrip volk en ras als één verklaarde…
      Natuurlijk: geen mens of wetenschapper die dat zou doen. 👨‍🎓
      Dus als Wilders gestraft wordt, wat te doen met Pechtold?

    2. Dat keihard liegen een reden voor vertrek is, is natuurlijk niet waar. We weten allemaal nog dat Rutte beweerde dat het eigen risico zorg bij de VVD niet omhoog zou gaan. Nou, het ging wél omhoog, en niet zo’n beetje ook. Hij won de verkiezingen met die leugen omdat bij Roemer (SP) de mond openviel van verbazing dat iemand zo keihard kon liegen zonder met de ogen te knipperen. Roemer was te beschaafd om Rutte de mantel uit te vegen. En voor beschaving is er in de huidige politiek helaas geen plaats meer.
      En dan het VVD-beleid. Zelfs Colijn, ex-directeur van Clingendael, veegt de vloer aan met VVD-beleid. Rutte heeft totaal geen kennis van de buitenlandse politiek en het zou een ramp betekenen hem binnen de EU een baan van betekenis te geven. Rutte heeft ons land in een financiële crisis gebracht door op het verkeerde moment te bezuinigen (ja, en dan later de eer krijgen voor het opruimen van je eigen puinhoop… er was helemaal geen crisis in ons land! Dat kwam pas door Ruttes idiote bezuinigingsbeleid.)

    3. Politiek is een hard vak. Dat Hennis moest vertrekken vanwege Mali is voor mij een gotspe. Wat gebeurt er niet allemaal binnen Defensie, ook geruime tijd voor Hennis: verkrachtinkje hier, verkrachtinkje daar; met spul werken waar je ziek van werd en dood. In de zaak AP23/Spijkers, waar soldaten puur voor de lol, door een AP23 als vuurwerk werden afgeschoten (moord met voorbedachte rade) en de ministers (VVD, PvdA, CDA) er vrolijk op los logen en de klokkenluider op een walgelijke manier werd kapot gemaakt, was politiek toegestaan en ethisch verantwoord omdat dit in landsbelang was. Hoe immoreel politici kunnen zijn is meer dan bewezen. En dat moet natuurlijk onder de pet gehouden worden mede dankzij de onafhankelijke media.

    Comments are closed.