Aftreden kan ook nog in blessuretijd

    0
    101

    Leestijd: 2 minuten.

    Moet staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën aftreden? De VVD’er is in ernstige politieke problemen geraakt over de vrijwillige vertrekregeling bij de Belastingdienst. Omdat veel meer ambtenaren dan verwacht (vooral ouderen) kiezen voor een gouden handdruk kost die regeling de schatkist klauwen met geld: maar liefst een half miljard euro. En nu blijkt ook nog dat de bewindsman niet heeft laten nagaan door een speciaal daarvoor in het leven geroepen commissie of de uitgaven wel verstandig waren.

    Grote commotie in de Tweede Kamer. CDA en D66 zijn “perplex”. Nu ben je als oppositiepartij natuurlijk altijd perplex wanneer er stront aan de knikker is, maar vervelender voor Wiebes is de reactie van coalitiegenoot PvdA. Kamerlid Henk Nijboer van deze partij slaat een opvallend harde toon aan. Hij vindt dat de staatssecretaris “onzorgvuldig” is omgesprongen met het belastinggeld en noemt dat “te gek” en “triest”.

    Wiebes kon deze week niets anders doen dan nederig toegeven dat hij verkeerd heeft gehandeld en toezeggen dat hij zo snel mogelijk met een “feitenrelaas” op de proppen komt. Maar of dat voldoende zal zijn?

    Een aantal zaken speelt in het voordeel van Wiebes. Om te beginnen zijn de verkiezingen minder dan een half jaar weg. Zo kort voor de eindstreep een bewindsman offeren is niet gebruikelijk. De VVD zal het zeker niet op prijs stellen als haar regeringspartner PvdA een motie van wantrouwen van de oppositie tegen hem steunt. Misschien gaan de liberalen in die laatste paar maanden van Rutte II wel op zoek naar wraak.

    En bovendien: Wiebes is al de tweede staatssecretaris van Financiën van Rutte II. Begin 2014 volgde hij zijn partijgenoot Frans Weekers op, die had moeten aftreden vanwege de “Bulgarenfraude” met huur- en zorgtoeslagen. Tweemaal een staatssecretaris met dezelfde portefeuille vervangen binnen één kabinetsperiode is eveneens ongebruikelijk.

    Ongebruikelijk ja, maar er zijn precedenten. In januari 1994 werd PvdA’er Ed van Thijn minister van Binnenlandse Zaken, als opvolger van zijn overleden partijgenote Ien Dales. Hij was dus de tweede bewindspersoon op dat departement. Vijf maanden later moest hij aftreden vanwege de IRT-affaire, samen met zijn CDA-collega Hirsch Ballin van Justitie. De verkiezingen hadden toen al plaatsgevonden, dus Van Thijn en Hirsch Ballin waren demissionair.

    Ander voorbeeld: in december 2002 trad VVD’er Benk Korthals af als minister van Defensie in het kabinet-Balkenende I. Dat was al gevallen en nieuwe verkiezingen stonden voor de deur. Om het nog ingewikkelder te maken: Korthals trad af omdat hij in de voorgaande kabinetsperiode als minister van Justitie de Kamer verkeerd had ingelicht over de bouwfraude.

    Kortom: aftreden vlak voor verkiezingen, of zelf kort daarna, komt misschien niet vaak voor, maar het is eerder vertoond. Zelfs als het over onderwerpen gaat waarvoor je op dat moment niet rechtstreeks verantwoordelijk bent. Ook in blessuretijd zijn bewindslieden hun politieke leven dus nooit helemaal zeker. Misschien wel het meest frappante voorbeeld: In april 2002 trad een heel kabinet (Paars-II) af, slechts één maand voor de verkiezingen.

    fons1

    Fons Kockelmans werkte jarenlang in Den Haag als parlementair verslaggever. Hij schreef onder meer het boek De Haagse Werkelijkheid. Vorig jaar verscheen zijn nieuwste boek ‘Van verzuiling tot versplintering. De Nederlandse politiek sinds de Nacht van Schmelzer’.

    Bekijk meer opinie op Achterkamertjes.nl

    Bekijk hier het volledige overzicht van alle peilingen

    Volg Frontbencher op twitter

    Like Frontbencher op Facebook