Alleenheerser in de polder

    2
    303

    Leestijd: 4 minuten.

    We willen in de polder nog wel eens vergeten dat politiek ook strijd is. Een krachtmeting tussen ideologieën, visies en benadering van problemen. Wat vindt welke partij belangrijk, wat is hun rangorde van problemen en hoe willen ze die oplossen. Die strijd zorgt voor duidelijkheid: de burger kan kiezen welke aanpak het beste bij zijn eigen ideeën en voorkeuren past. Een SP-aanhanger zal niet gauw het hokje rood maken van de grootkapitalisten van de VVD.  

    Die ideologische strijd speelt zich af binnen een beperkte bandbreedte. In de polder wordt die bepaald door wat je de sociaaldemocratische consensus kan noemen. Geen enkele partij wil tornen aan de verzorgingsstaat. Het kan soms een onsje meer (links) of minder (rechts)  zijn, maar van de verzorgingsstaat blijf je als partij af. Op andere terreinen, klimaat, defensie, levensbeschouwing, buitenlandse politiek, multiculti-issues, is er soms meer strijd maar het blijft meestal binnen de perken. De gele hesjes zijn hier nooit doorgebroken. Het compromis is sinds jaar en dag de ware koning van dit land. Alleen als het om Zwarte Piet gaat, wankelt zijn troon. En dat kan met die Roetpiet ook weer voorbij zijn.

    Dat maakt de politiek in dit land vaak saai. Van het gesteggel over details, koopkrachtplaatjes met nul realiteitswaarde en onnavolgbaar gegoochel met rekenrentes, gaat het hart niet sneller kloppen. Het is dan ook het terrein van brave, tamelijk kleurloze politici. Er loopt soms een paradijsvogel tussen, zoals nu de borealist, maar die wordt alleen serieus genomen zolang hij door electoraal succes de gevestigde partijen uit hun slaap houdt. Wanneer dat succes zoals gebruikelijk weer wegsmelt, mag hij zijn fratsen weer in de marge vertonen. En ruzie schoppen met afvallige partijvrinden.

    Dit is de biotoop waar Mark Rutte als geen ander tot zijn recht komt. De premier gaat er prat op niks met visies te hebben. Die zouden het zicht belemmeren. Dat klopt natuurlijk niet helemaal. Hij is minister-president namens de VVD en niet, om maar iets te noemen,  de SP.  Maar in het klopt in zoverre dat hij in de eerste plaats een pragmaticus is. Het gaat primair om het vinden van oplossingen voor politieke problemen. En daar is hij een meester in, desnoods via sluipwegen en geitenpaadjes.

    Die opstelling maakt het hem mogelijk ook met zijn politieke tegenvoeters te regeren. Toen Diederik Samsom (destijds PvdA-leider) bij de formatie van Rutte II opeens de schoonheid van het compromis ontdekte, was Rutte hem allang voorgegaan. Door de Grote Recessie van 2008 dreigde het land slagzij te maken. Rutte en Samsom beseften dat alleen een coalitie van VVD en PvdA kans maakte die problemen op te lossen. Het was pragmatisme in optima forma. De ideologische tegenstellingen die ze beide in de campagne stevig hadden opgeklopt, speelden opeens geen rol meer. (De PvdA heeft dat vijf jaar later moeten bezuren, maar dit ter zijde)

    Dat pragmatisme betekent vooral depolitiseren. Rutte ontdoet een probleem bij voorkeur van zijn politieke lading. Hij presenteert het daartoe op een zo neutraal mogelijke manier en opent zo de deur voor mogelijke partners. Zij krijgen de kans mede-oplossers te worden. Het vergt natuurlijk het nodige passen en meten maar het werkt bijna altijd. En omdat hij ook nog over de nodige overtuigingskracht beschikt weet hij die partners soms de raarste dingen in de maag te splitsen, zoals bij de formatie van Rutte III die onzalige afschaffing van de dividendbelasting.

    En je zag het ook weer bij de Algemene Politieke Beschouwingen van deze week. Die vielen in de eerste ronde al op door de ongekende welwillendheid van de linkse oppositie. Er viel geen onvertogen woord. Het was het geblaat van makke schapen. Jesse Klaver (GroenLinks), Lilian Marijnissen (SP) en in mindere mate Lodewijk Asscher (PvdA) vroegen nog net niet met de pet in de hand om gehoor voor hun wensen. Dat kregen ze. Maar daar hield het ook mee op. Rutte geeft nooit iets zomaar weg en al helemaal niet als hij zich verzekerd weet van de steun van de coalitiepartners. Asscher wilde er nog het meest een echt politiek debat van maken maar ook hij kreeg uiteindelijk geen poot aan de grond. Rutte was zoals meestal ongrijpbaar.

    Dat is voor de oppositie om moedeloos van te worden. Je moet hopen dat je de coalitie uit elkaar kan spelen. Proberen om een partij met wie je enige ideologische verwantschap hebt los te wrikken uit de Ruttiaanse omhelzing. Maar de premier is een geweldige teamleider. Met Rutte III duurde het ruim een jaar maar hij is er toch weer in geslaagd van die vier behoorlijk diverse partijen een homogene club te maken. En er is niet zo gauw iemand die hem dat na zou doen. Ja, misschien Klaas Dijkhoff, zijn beoogde opvolger. En daar schiet je als oppositie natuurlijk niks mee op.

    Polariseren, met gestrekt been erin gaan, past niet in de boven beschreven cultuur. Dat was bij de PvdA in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw de strategie maar het heeft de partij toen niets opgeleverd. Nu gooit vooral Geert Wilders de beuk erin en wat is hij er mee opgeschoten? En Thierry Baudet mag door zijn oppositie wat hoogdravende onzin roeren, hij zit in hetzelfde lekke populistenschuitje op weg naar nergens.

    Het enige dat overblijft is hopen dat Rutte fouten gaat maken en zich niet meer laat corrigeren. Dat is iets dat regeringsleiders die te lang aanblijven vaker overkomt. Of dat de kiezers na al die jaren op hem uitgekeken raken. In beide gevallen gebeurt dat door de bank genomen na zo’n jaar of 10. Het kan zijn dat ook Rutte daar niet aan ontkomt. Maar voorlopig is hij nog steeds de alleenheerser van de polder.

    2 REACTIES

    1. Ook al ben ik het niet altijd met Rutte eens, hij beloofd wel eens iets anders dan hij daadwerkelijk doet, tot nog toe toont hij een sterke leider en geeft toch enige stabiliteit in ons land. Ik vermoed dat Mark Rutte probeert die 12 jaar van Lubbers te overtreffen. Dus misschien komt er toch nog een Rutte IV.

    2. Wat we van Mark Rutte mogen vinden, hij is een goed politicus. Dat wil zeggen hij kan met velen samenwerken (PvdA. de partij Wilders, CDA, ChristenUnie, D66). Weet zich er altijd uit te redden en dan is de vraag wat is dat precies, politicus zijn? Zover ik als leek het kan beoordelen is dat de kiezers datgene voor houden wat zij graag horen; vooral niet principieel zijn; naar de juiste personen likken en naar de juiste personen trappen; goed opletten wie jou dekken en wie jou willen naaien en ook goed opletten wie jij dekt en wie jij naait. Anders gezegd: niet weglopen voor je verantwoordelijkheid, een vooruitziende blik hebben, integer en betrouwbaar zijn; nooit buigen naar links, of naar rechts. Het volk alleen en overal te allen tijde het hele en eerlijke verhaal vertellen.

    Comments are closed.