Bordes

    0
    82

    Leestijd: 3 minuten.

    Nou, daar heb je ze dan, dacht IJs toen hij Rutte II op dat bordes bij elkaar zag staan. Ik kan niet zeggen wie er het mooist bij stond. Daar kijk je toch naar, wie er het mooist bij staat. Je weet namelijk dat ze er over nagedacht hebben. Je gaat toch even bij Beatrix op de koffie, dus je vraagt op zijn minst aan je partner of die das wel kan. Of die laarzen niet te ordinair zijn en of je haar goed zit – als je dat nog hebt.

    Het was bij allemaal tamelijk goed gelukt. Plasterk lachte zijn breedste lach, net als Hennis. Timmermans stevig op de onderste trede, aan de andere kant van de trede in balans gehouden door Opstelten. De drijfijzers van Rutte II, Ivo en Frans, nu al. De enige die er ongemakkelijk bij stond, was Stef Blok. Nou staat Stef Blok er eigenlijk altijd bij alsof hij er geen zin in heeft, een beetje zoals je op een crematie staat. Je probeert neutraal te kijken, maar het sjagrijn is niet te verbloemen. Beetje voorover buigen, dat staat zwaarmoedig, gepast, en donker kijken. Hij stond ook wel erg aan de buitenkant, Stef Blok. Hij had die fletse regenjas een keer niet aan, dat scheelde, maar je zag hem toch bijna niet. Alle anderen stonden op dat bordes een beetje te kijken en te wijzen naar mensen die ze zogenaamd kennen, ver weg, net zoals Amerikaanse presidentskandidaten doen als ze een zaal, nee stadion, binnen komen. Wijzen, lachen, zwaaien, naar niemand in het bijzonder, vooral naar zichzelf vermoed ik. Stef Blok vond dat onzin, die hield zijn handen op zijn rug, stuurs in de verte sjagerijnend.

     

    Stef Blok zou wel eens de eerste minister kunnen zijn die de bordesscène vloekend heeft doorgebracht. Inwendig tierend

     

    Stef is boos. Boos op die flauwekulportefeuille die hij kreeg. Een portefeuille zonder departement. In Den Haag doe je dan niet mee hoor, geloof mij maar. Het is een beetje als fietsen op een hometrainer: in de verte lijkt het op fietsen, maar in de kern heeft het er allemaal niet zoveel mee te maken. Geen risico op een lekke band, geen wind door je haren, zelfs het shirt stinkt anders als het niet buiten is geweest. Iedereen die weleens in een fitnessruimte geweest is, weet dat. En Stef Blok weet dat ook. En dacht daaraan, daar op dat bordes. Stef Blok zou wel eens de eerste minister kunnen zijn die de bordesscène vloekend heeft doorgebracht. Inwendig tierend. Eerst die toestand op de fiets met Rutte, waar ie natuurlijk ook geen zin in had, en nu minister van Wonen en Rijksdienst. Laat het even op je inwerken, Wonen en Rijksdienst.

    Stef heeft alle reden om boos te zijn, want los van dat er blijkbaar iets met de Rijksdienst aan de hand is dat gefixt moet worden, kreeg Stef Blok tussen neus en lippen door het dossier in zijn mik geschoven waar de sleutel van de oplossing van de crisis ligt: de woningmarkt. Stef Blok moet de crisis oplossen, en als ie dat niet doet, krijgt hij de schuld van de voortdurende malaise. Want Stef had de sleutel, maar hij kon niet bij het sleutelgat. En dat schoot door zijn hoofd, op dat bordes. Het belangrijkste dossier voor de komende jaren, op te lossen door de man die verbleekt bij het enthousiasme van zijn oude vriend Mark Rutte. Zonder ambtenaren, want die moet ie wegbezuinigen, ga d’r maar aan staan. Met zo’n vriend heb je geen vijanden nodig, zoveel is duidelijk.

    Lees hier eerdere columns van Toon van IJsel

    Volg Frontbencher.nl op Twitter

    Volg Frontbencher.nl op Facebook