Brexit volgens Shakespeare

    3
    213

    Leestijd: 4 minuten.

    In het Verenigd Koninkrijk voltrekt zich een politiek drama dat je als je daar gevoelig voor bent Shakespeariaans zou kunnen noemen.

    The Bard zelf had geen beter plot kunnen verzinnen.

    Het land staat voor de grootste omwenteling in zijn naoorlogse geschiedenis, the Brexit. Het wordt daarin geleid door de zwakste regering sinds ‘het begin van de jaartelling’.

    De minister-president is zo zwak dat niemand de daarvoor geschikte adjectieven nog weet te vinden.

    Van de oppositie valt evenmin enig soelaas te verwachten.

    Ze heeft als leider een oudbakken socialist met een voorkeur voor ultralinkse ‘sterke mannen’ als wijlen Fidel Castro en wijlen de Venezolaanse president Hugo Chavez en die in de EU een kapitalistische samenzwering ziet.

    En dan is er ook nog een ambtelijk rapport verschenen dat de economische gevolgen van de Brexit rangschikt van ‘slecht’ tot ‘zeer slecht’.

    Rampzalig is misschien een te groot woord, maar echt gezond ziet het er in Londen niet uit.

    Geen wonder dat in Brussel dat met Londen onderhandelt over de Brexit, de ergernis en verbijstering over het gestuntel met de dag toenemen.

    De minister-president, Theresa May, staat aan het hoofd van een tot in het merg verdeelde Conservatieve Partij. De verstandige vleugel van de Tories, de Remainers (‘blijvers’), hoopt op een akkoord waarin zoveel mogelijk voordelen van het EU-lidmaatschap behouden blijven, de zo ‘soft’ mogelijke Brexit.

    Die verstandige vleugel wordt overschreeuwd door de hardline Brexiteers. Ze dromen van een groots, onafhankelijk Albion, dat zijn soevereiniteit heeft heroverd op “Brussel’ en het op eigen houtje weer helemaal gaat maken in de grote wereld. Net als in een zwaar geïdealiseerd verleden.

    Gemangeld door deze twee kampen blijkt May niet in staat een eigen koers uit te zetten. Misschien had ze die ooit, – al is daar nooit veel van gebleken -, maar de kans de Brexit te sturen heeft ze allang verspeeld. Vorig jaar schreef ze volledig onnodig verkiezingen uit en leidde haar partij vanuit een redelijk comfortabele meerderheid naar een onverwacht pijnlijke nederlaag. Die kostte haar niet alleen de meerderheid in het Lagerhuis maar ook haar gezag.

    Dat ze nog aan mag blijven, is te danken aan het feit dat met haar vertrek een leiderschapsstrijd uitbreekt waarbij het bloed van de messen zal druipen. Daar heeft nu niemand zin in. Niettemin, aan de poten van haar stoel wordt zo hard gezaagd, dat het in Beijing te horen moet zijn waar May momenteel zonder veel succes de Chinezen als EU-vervangende partners probeert te paaien.

    De opperzager is minister van buitenlandse zaken Boris Johnson wiens ambities en capaciteiten erg ver uiteen lopen.

    Als één partij bezig is zichzelf om zeep te helpen, heb je in een democratie meestal een andere die in staat wordt geacht de regeringsverantwoordelijkheid over te nemen. Labour zou die partij moeten zijn. Alleen, partijleider Jeremy Corbyn is bezig met een heel ander project. Hij is druk doende van Labour een links-populistische basisbeweging te maken waarin geen plaats meer is voor gematigde politici. Daarbij grijpt hij vooral terug op ideeën. Onder andere hernationalisering van de nutsbedrijven, die door vorige Labour-leiders naar de mottenballen waren gebracht. Op zich zou nationalisering nog kunnen, als je bereid bent te vergeten hoe matig die bedrijven onder de staat functioneerden, maar dan moet je wel weten hoe je het uitkopen van de huidige eigenaars financiert. De ‘rijken’ zwaarder belasten, Corbyns oplossing voor ongeveer alles, levert zelfs bij het tot bloedens toe aandraaien van de fiscale duimschroeven te weinig op.

    Labour is, kortom, in dit stadium geen geloofwaardig alternatief. Dat wordt ook zo gezien door de kiezers. Labour doet het in de polls iets beter dan de Tories maar blijft niettemin in kerncompetenties als het beheer van de economie, achter. Tegenover een zwaar aangeslagen, rondtollende tegenstander valt dat geen huzarenstuk te noemen.

    De tragiek is dat er ondanks alles, door beide grote partijen heen, een ruime meerderheid is voor een zo soft mogelijke Brexit. Ze durft alleen de confrontatie met de hardliners niet aan. Ze laat zich intimideren door de hardliners die de uitslag van het referendum van anderhalf jaar geleden sacrosanct hebben verklaard. Dat maar een kleine meerderheid, 52 tegen 48 procent, voor uittreden koos, en de funeste gevolgen van een harde Brexit, steeds duidelijker worden, doet er kennelijk niet toe. Ideologie en wensdenken, vaak verward met visie, maken blind voor de feiten.

    Die feiten worden in het eerder genoemde ambtelijk rapport onverbloemd uit de doeken gedaan.

    In alle scenario’s zal de economische groei een optater krijgen met als rode draad hoe harder de Brexit hoe groter de schade. Zelfs in het meest gunstige geval zou de groei in alle sectoren lager uitvallen dan bij een  EU-lidmaatschap. Voor de liefhebbers van wrange ironie: de gebieden met de grootste steun voor Brexit, krijgen de zwaarste klappen.

    De reacties op het rapport waren voorspelbaar. De Brexiteers vonden het onzin, de Remainers hopen op herbezinning. Het resultaat zal het voortduren van de impasse zijn.

    Hoe dit moet aflopen, niemand die het weet. Afgaande op Shakespeare is er maar één conclusie mogelijk: niet goed.

     

     

     

     

    3 REACTIES

    1. Anderzijds: hoe denkt de auteur dat het met Unie (af)loopt? In dit tijdsgewricht kan je vergelijkingen maken waarin een Brexit economisch negatief uitvalt. Althans, een voorspelde mindere groei? Of hebben we het over krimp? Wat minder van het een voor heel wat meer vrijheid…
      Vrijheid heeft zijn prijs. De Britten, hoewel ‘slechts’ 52% voor Brexit, willen die prijs betalen. Is economische vooruitgang dan het ‘allerhoogste’ belang en als ijkpunt de waarde van het gelijk? Andersom, wat dan te doen?
      Toch doorgaan met de ‘ever closer Union’ vanwege wat centen? En dan – daarom (?) – een democratische referendumuitslag negeren en 48% hun zin boven die van de 52% geven? Wordt de democratie even failliet verklaard voor wat economisch gewin?
      Een economisch gewin dat weleens tijdelijk zou kunnen blijken te zijn, zou ik zo denken…
      Want hoe moet het met een ‘ever closer Union’ zwaar beladen met (zuid)-Europese schulden?
      Alleen op de lopende rekening (Target 2) tussen landen is dat zuiden Nederland al 100 miljard schuldig. De regering noemt dat al oninbare schulden. Bij Duitsland bedraagt dat zo’n 800 miljard. Finland/Luxemburg ook zo’n 100 miljard. De rest van de hele Unie (maar voornamelijk Italië en Spanje) zijn dat die vier (positief op de ECB-balans) landen schuldig…
      1000 miljard!
      En wat dacht u van de privaat banken…
      Alleen Italie: 360 miljard… Oninbaar… Heel de Unie zo’n 1000 miljard.
      En dan nog het ECB-steunprogramma… 2500 miljard.
      Dus nu komt er als oplossing een Europees ‘fondsje’ a (?) 4500 miljard. O ja, de oude ESM (goed voor 500 miljard) gaat op in de nieuwe EMF dus… Eindrekening 5000 miljard and ‘still growing’…
      Ever closer = is ever growing…
      Geen economische groeicijfers, maar schulden…
      Ik vraag me werkelijk af, of de Brexit uiteindelijk duurder zal blijken te zijn dan ze nu lijkt…

      • Bovendien: wat zijn wij in een Verenigde Staten van Europa waar Duitsland en Frankrijk de dienst uitmaken? Hoe groot is dan de schade? Vraag het de pulsvissers, die investeerden in innovatie…
        Shakespeare mag dan wel Engels zijn, het is tenminste een land…
        Zelfstandig en trots…
        Wij zullen slechts een Provence worden…

    Comments are closed.