CDA- en VVD-kiezers hebben voorkeur voor ChristenUnie

    0
    389

    Leestijd: 1 minuten.

    CDA- en VVD-kiezers geven er de voorkeur aan dat deze partijen een regering vormen met de ChristenUnie, in plaats van met GroenLinks. Dat blijkt uit een peiling van Maurice de Hond.

    Van de CDA-stemmers geeft 23 procent de voorkeur aan een regering met GroenLinks en 66 procent met de ChristenUnie. Bij de VVD spreekt 34 procent de voorkeur uit voor GroenLinks en 55 procent voor de ChristenUnie.

    Bij D66 ligt dat geheel anders. Kiezers op de partij van Alexander Pechtold geven in grote meerderheid (74 procent) aan een voorkeur te hebben voor een coalitie met de partij van Jesse Klaver. Slechts 15 procent ziet het ook wel zitten met de ChristenUnie.

    Als het hele electoraat wordt bekeken, dan gaat de algemene voorkeur uit naar een coalitie met daarin GroenLinks (36 procent). Een combinatie met ChristenUnie (29 procent) of een andere combinatie (29 procent) heeft minder de voorkeur.

    De GroenLinks-achterban geeft in grote meerderheid (76 procent) aan een voorkeur te hebben voor een regering met GroenLinks erin. Slechts een verwaarloosbare 1 procent zegt liever de ChristenUnie in de regering te zien. Bij de kiezers op de ChristenUnie geeft 68 procent aan de partij graag in de regering te zien zitten, tegen 23 procent voor GroenLinks.

    Dit schrijft De Hond over zijn peiling:

    “Het lijkt erop dat gedurende deze kabinetsformatie de electorale voorkeuren in Nederland weinig veranderen. Ondanks het feit dat de kiezers van CDA en VVD niet zo enthousiast zijn over een kabinet waarin hun partij zit met GroenLinks erbij. Dus als deze formatie slaagt dan zou dat wel eens weinig enthousiasme kunnen opleveren voor de VVD- en CDA-kiezers.
    De electorale problematiek van deze kabinetsformatie is dat D66-kiezers juist wel graag een kabinet willen met GroenLinks erin. En als deze formatie niet slaagt dan zou dat wel eens behoorlijk teleurstellend kunnen zijn voor D66-kiezers.

    Bij het aantreden van de vorige vier regeringen (in 2003, 2007, 2010 en 2012) zagen we forse verschuivingen. Bij het aantreden van de eerste drie regeringen stond het CDA kort erna op 6 tot 9 zetels verlies t.o.v. de verkiezingsuitslag. In 2012 waren de VVD en PvdA kort na het aantreden van de regering tussen de 15 en 20 zetels gedaald. De PvdA is daar nooit meer van teruggekomen. Zolang er weinig tot niets in de politieke voorkeuren verandert, zal de frequentie van deze peiling teruggebracht worden tot eens in de 2 weken.”