D66 en GroenLinks als lifestyle partijen

    1
    367
    Bij een moderne lifestyle, past een hipsterbaardje

    Leestijd: 5 minuten.

    De lifestyle partij is een betrekkelijk recent fenomeen. Ze vertegenwoordigt anders dan de gevestigde partijen geen diepgewortelde ideologie, is geen uitgesproken belangenpartij en de onderscheidende thema’s hebben een voornamelijk immaterieel karakter. De aanhangers zijn meestal hoogopgeleid, wonen voornamelijk in de grote steden en zijn werkzaam in de zogeheten creatieve en aanverwante sectoren, ict, (hoger) en academisch onderwijs of studeren.

    De bijpassende stereotypen zijn hipsterbaard, huis met zonnepanelen in een gegentrificeerde volkswijk, soft feminisme, Roetpiet en als ze kinderen hebben heten ze Mees en Sterre en die brengen ze naar school in de babboefiets waarmee ze vaak de straat blokkeren. En in de politiek zijn ze een factor van belang.

    Tot zo’n 50 jaar geleden was het politieke polderlandschap erg overzichtelijk. Je had de zuilen, de grote emancipatiepartijen, de sociaal-democratische PvdA, de katholieke KVP, de christelijke ARP en CHU, de liberale VVD en in de marge de gereformeerde splinters SGP en GPV, ideologische sektes als CPN en PSP en de protestpartij van toen, boer Koekoeks Boerenpartij. Rond de grote partijen cirkelden geestverwante organisaties als vakbonden, werkgevers, omroepen, dag- en weekbladen. Er waren ook vrouwenorganisaties maar die keken meestal niet verder dan het recept van de dag en de nieuwste breipatronen. Het was een samenleving die onverstoorbaar voort sudderde op de spaarvlam.

    Dat veranderde op slag met de culturele revolutie van de jaren zestig van de vorige eeuw. Dit is niet de plek om die culturele en sociale stroomversnelling, inclusief draaikolken en watervallen, gedetailleerd in kaart te brengen. Een paar slogans geven redelijk goed de Zeitgeist weer: verbeelding aan de macht, baas in eigen buik, tegels lichten, beter langharig dan kortzichtig, maakbare samenleving. En seks was niet langer de missionarishouding met het licht uit.

    Het was een samenleving die onverstoorbaar voort sudderde op de spaarvlam

    Het was de grote sprong voorwaarts richting secularisatie en liberalisering en stuitte onvermijdelijk op het verzet van wat toen voor het eerst het establishment werd genoemd. Met peilloos onbegrip en grenzeloze verbijstering werd de opstand van de jeugd gadegeslagen. Voor de ogen van de oudere generaties ontrolde zich de Grote Verloedering, muzikaal begeleid door the Rolling Stones (the Beatles waren eigenlijk “nette jongens”) met “I Can Get No Satisfaction”.

    Die schokken werkten door in de politiek. De zuilen trilden op hun grondvesten en bezweken een voor een onder een dof gerommel. De emancipatie werd min of meer voltooid verklaard en vernieuwing werd de bezweringsformule van elke politicus die niet achter wilde blijven. De grote confessionele partijen fuseerden tot het CDA, de VVD werd van een politieke tannisclub een echte partij en de PvdA werd overgenomen door Nieuw Links.

    Maar het epoch makende evenement was de verschijning van D66. De nieuwe Democraten gingen “het bestel opblazen”. De politiek moest uit de klauwen van de gevestigde orde en achterhaalde ideologieën gered worden. Staatkundige vernieuwing en pragmatisme, dat was het programma. Het hielp dat de partij aangevoerd werd door de eerste politieke popster van de Nieuwe Tijd, Hans van Mierlo.

    Zijn partij, toen nog D’66, haalde op de golven van het vernieuwend enthousiasme bij de eerste verkiezingen waaraan ze meedeed in 1967 zeven zetels. De foto van een opgetogen Van Mierlo met een pijpje pils haalde de voorpagina van de New York Times met de kop “Een Ster komt op in de Nederlandse politiek”.  Het was een ongekende sensatie en valt, op kleinere schaal natuurlijk, misschien nog het best te vergelijken met de euforie die Emmanuel Macron de afgelopen maanden losmaakte. Ook een charismatische leider van een partij die vastbesloten is een vastgelopen systeem op te blazen en daarvoor soortgelijke sentimenten weet te mobiliseren. Macron als verre nazaat van Van Mierlo, back to the future.

    D66 werd dankzij dit succes de eerste lifestyle partij. Zonder strak omlijnde ideologie, met nauwelijks een vaste en vooral fluctuerende achterban, aangewezen op het succes van een charismatische leider bij de zwevende kiezers die zich in die tijd ook voor het eerst massaal meldden.

    Macron als verre nazaat van Van Mierlo, back to the future

    De partij gaf vooral uitdrukking aan een levensinstelling, liberaal, tolerant, individualistisch, redelijk, progressief. Vlees noch vis, vonden de tegenstanders. Links en toch beschaafd, was de kus des doods van ironischer waarnemers. Vooral stuurloos dobberend in het centrum, aldus liefhebbers van steviger standpunten. Electoraal was het soms up en vaak down. Afhankelijk van de lijsttrekker, de issues van het moment en de ruimte die de andere partijen open lieten. Soms op sterven na dood en dan weer een bijna miraculeuze herrijzenis. Geen wonder dat de partij zo geobsedeerd is door “voltooid leven”.

    De Democraten moeten inmiddels het monopolie op het lifestyle segment delen met GroenLinks en, in mindere mate, de Partij voor de Dieren. Programmatisch zijn er raakvlakken, klimaat en duurzaamheid bijv.; verschillen, bij het inkomensbeleid, asielbeleid, zijn er uiteraard ook maar die vallen meestal in de rubriek een onsje meer of minder, niet doorslaggevend. De ambities van GroenLinks gaan wel een stuk verder, “Nederland veranderen”, en de club van Klaver is nog altijd vooral een getuigenispartij met hoog Gutmenschgehalte, terwijl D66 onderhand wel weet dat de marges in de polder smal zijn.

    Toch, de overeenkomsten zijn niet weg te poetsen. Politiek is voor D66 en GroenLinks meestal meer dan het vreedzaam beslechten van conflicten over inkomen, werkgelegenheid, etc. Het gaat bij de voor hen onderscheidende thema’s in de eerste plaats om immateriële zaken, duurzaamheid bij Groenlinks, medisch-ethische kwesties (“kroonjuwelen”) bij D66. Onderwerpen die zich niet goed lenen voor het klassieke compromis van middelen en delen, plussen en minnen en dus vaak neerkomen op alles of niets. Dat maakt ze vaak tot moeizame onderhandelingspartners zoals VVD, CDA en ChristenUnie bij de formatie hebben kunnen vaststellen.

    Daarnaast jagen ze op grotendeels dezelfde zwevende kiezers en zijn voor hun succes meer dan de traditionele partijen afhankelijk van hun lijsttrekker. Als Jesse Klaver morgen onder de tram komt, wordt GroenLinks weer een paar mansfractie. En als D66 geen goede opvolger weet te vinden voor Alexander Pechtold, zitten ze met die kroonjuwelen, voltooid leven en donorwet, gewoon weer in de oppositiebanken.

    1 REACTIE

    1. Docenten kennen een hoge werkdruk, dat mag inmiddels bekend worden verondersteld. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat nogal wat docenten geen tijd hebben om zich in politieke programma’s te verdiepen dus stemmen ze op D66. Terwijl ze bijvoorbeeld niet eens weten dat D66 de studiebeurs heeft weggestemd.
      Maar het is nog erger. Vraag aan een D66-stemmer waarom hij D66 stemt en zeg voor de lol eens: ‘Mag ik raden waarom?’ Als dat mag, zeg dan: ‘U hebt het gevoel dat u thuishoort bij D66, u weet eigenlijk niet precies waarom’.
      Zeer grote kans dat u raak hebt geschoten.
      Want wat blijkt. Sinds uit opiniepeilingen bleek dat de achterban van D66 vaak uit hoog opgeleiden bestond, wilden mensen die zichzelf intelligent vinden daar best bij horen. Je weet dan in ieder geval dat je niet dom genoemd wordt. Met andere woorden: met een stem op D66 zit je altijd goed. Dan ga je niet af. Je hoeft je niet te verdedigen.
      Persoonlijk vind ik het een kwalijke zaak dat zulke belangrijke keuzes op zo’n fragiele basis worden genomen. Zo ondoordacht. De meeste D66-stemmers denken bijvoorbeeld dat ze op een linkse partij stemmen terwijl ze niet eens doorhebben dat D66 vrijwel altijd met de VVD mee stemde.
      Zo maken opiniepeilers trouwens nog meer waar wat ze al peilden want mensen die hoger opgeleid zijn, durven nauwelijks op een partij als de SP te stemmen. Ondanks het feit dat juist de top van de SP zeer hoog opgeleid is (maar dit is maar onder weinig mensen bekend).
      Dit kan trouwens ook grappig uitpakken. Ik organiseerde in Castricum eens een debat tussen Europarlementariërs van D66 en de SP. Er ging een schokgolf door de D66-aanhangers toen bleek dat Dennis de Jong van de SP hoger opgeleid bleek dan de D66-Europarlementariër. Je zag ze denken: ‘Hoe is dit mogelijk?’

    Comments are closed.