Dag 223

    1
    302

    Leestijd: 2 minuten.

    Formateur Mark Rutte heeft het deze dagen druk. Eén voor één komen alle beoogde ministers en staatssecretarissen bij hem langs voor hun sollicitatiegesprek. Nou ja, er valt weinig meer te solliciteren, want van iedereen staat bij voorbaat vast dat hij of zij is aangenomen. Toch werd maandag met enige belangstelling uitgekeken naar het bezoek van Ferdinand Grapperhaus, de CDA’er die minister van Veiligheid en Justitie gaat worden.

    Anders dan de andere kandidaten heeft Grapperhaus nooit eerder een functie in politiek Den Haag bekleed, tenzij je het lidmaatschap van de Sociaal-Economische Raad als zodanig zou willen beschouwen. Maar de nieuwe bewindsman liet zich in het verleden wel regelmatig uit over wat zich op het Binnenhof afspeelt. En dat deed hij lang niet altijd op omfloerste wijze. Zo noemde Grapperhaus de ideeën van Rutte over normen en waarden ‘flutpolitiek’ en typeerde hij D66-leider Alexander Pechtold als ‘een politieke windvaan’.

    Daarmee nam hij ongetwijfeld heel wat stemgerechtigde burgers de woorden uit de mond. Maar voor een minister in een kabinet waarvan Rutte opnieuw premier wordt en waarvan Pechtold een van de parlementaire steunpilaren is, zijn dergelijke sneren natuurlijk niet handig. Grapperhaus haastte zich maandag dan ook te verklaren dat hij zijn woorden als ‘privépersoon’ heeft gebezigd. “Ik ga nu als bewindspersoon aan de slag. Dat is een andere rol.”

    Staatsrechtelijk is daar wellicht geen speld tussen te krijgen, maar voor gewone mensen – waar Rutte altijd zo dol op is – klinkt dat toch een tikkeltje ongeloofwaardig. De uitspraken van Grapperhaus roepen herinneringen op aan de manier waarop minister Hilbrand Nawijn (Vreemdelingenzaken) zich vijftien jaar geleden probeerde te verdedigen tegen kritiek nadat hij in een interview had verklaard voor de doodstraf te zijn.

    Herinvoering van de doodstraf maakte geen deel uit van het regeerakkoord van Balkenende I, waarvan Nawijn minister was. Ze stond ook niet in het verkiezingsprogramma van de LPF, waarvan hij lid was. In het nauw gedreven zei de bewindsman tenslotte maar dat hij ‘als mens’ had gesproken. Hoewel Balkenende in een Kamerdebat liet weten dat ministers nooit als mens spreken maar altijd als minister, kwam Nawijn ermee weg. Vermoedelijk vooral omdat het kabinet toch al demissionair was en niemand veel zin had om de zaak op de spits te drijven.

    Het verschil met Grapperhaus is dat die zijn gewraakte uitlatingen deed toen hij nog geen minister was. Maar betekent dat ook dat minister Grapperhaus niet meer achter zijn ‘als mens’ geventileerde opvattingen staat? In het debat over de regeringsverklaring dat binnenkort plaatsvindt, zullen Rutte en Pechtold hem er vast niet naar vragen. Maar voor de oppositie lijkt dit een kans voor open doel.

    1 REACTIE

    1. Misschien blijkt de heer Grapperhaus straks
      wel de enige oprechte en eerlijke minister in
      kabinet Rutte III. Ik wens hem veel succes en
      zou bewondering hebben als hij durft te blijven
      zeggen wat hij vindt. Want dat zal niet meeval-
      len in een kabinet van “dictator” Mark Rutte.
      Bert.

    Comments are closed.