Dag 123

    0
    349

    Leestijd: 1 minuten.

    Als er een nieuw kabinet komt – en dat móet toch een keer gebeuren – zal dat Rutte III heten, want VVD-leider Mark Rutte wordt ongetwijfeld weer premier. In dat geval is er een behoorlijke kans dat Rutte zich aan het eind van de rit de op één na langstzittende naoorlogse premier mag noemen.

    Op dit moment gaan hem nog vier premiers voor. Op de eerste plaats qua zittingsduur staat Ruud Lubbers (CDA), die minister-president was van 1982-1994, bijna twaalf jaar. In die tijd leidde hij drie kabinetten. Willem Drees (PvdA), ruim tien jaar (tussen 1948 en 1958) premier van in totaal vier kabinetten, komt vooralsnog op plek twee. Daarna volgen Jan Peter Balkenende (CDA) en Wim Kok (PvdA). Zij vervulden ongeveer acht jaar het premierschap, de een van 2002 tot 2010, de ander van 1994 tot 2002.  Balkenende, premier van vier kabinetten, zat enkele maanden langer in het Torentje dan Kok (premier van twee).

    Rutte staat over een paar maanden op zeven jaar, want zijn eerste kabinet trad aan in oktober 2010. Mocht zijn derde kabinet – dat tegen die tijd hopelijk een keer de eed heeft afgelegd – zijn termijn afmaken, dan komen daar dus vier jaar bij. Rutte zou dan met elf jaar premierschap Kok, Balkenende en Drees gepasseerd zijn. Zelfs al zou het kabinet na twee jaar vallen, dan hoeft Rutte alleen Drees nog voor zich te dulden en rukt hij op naar de derde plek in de lijst van langstzittende premiers sinds 1945.

    Lubbers blijft voor hem vooralsnog onbereikbaar, of er zou nog een Rutte IV moeten volgen. De kans daarop lijkt niet zo groot, al weet je het natuurlijk maar nooit.