Dag 200

    0
    336

    Leestijd: 1 minuten.

    Over niet al te lange tijd, waarschijnlijk in de loop van volgende maand (laten we voorzichtig zijn), treedt Rutte III aan. Wat is dat eigenlijk voor kabinet? Is het rechts (VVD, CDA)? Is het conservatief-christelijk (CDA, ChristenUnie)? Of is het liberaal (VVD, D66)? Van alles een beetje, waarschijnlijk. D66 en ChristenUnie hebben op sommige punten (asielbeleid, milieu) zelfs linkse trekjes, al gaat het natuurlijk veel te ver om Rutte III links te noemen.

    Kortom: het nieuwe kabinet zal politiek gezien moeilijk te definiëren zijn. Die vage identiteit heeft het gemeen met de meeste kabinetten die Nederland geregeerd hebben in de afgelopen decennia.

    Wat is bijvoorbeeld het thans demissionaire Rutte II? Een combinatie van rechts en links. Paars, zou je kunnen zeggen, maar toch een ander paars dan in de jaren negentig, toen ook D66 meedeed en toen economisch gezien de bomen tot aan de hemel groeiden.

    Rutte I was uiteraard rechts: VVD plus CDA, gedoogd door de PVV. Maar het steunde bij sommige beleidsmaatregelen ook op de PvdA en D66 (Europa) en zelfs op GroenLinks (Uruzgan).

    Ook van Balkenende IV viel het politieke karakter moeilijk te omschrijven. Daar zaten – net als dat in Rutte III het geval zal zijn – CDA en ChristenUnie in, maar ook de PvdA. Rechts, conservatief-christelijk, links? Je kon er alle kanten mee op.

    Kan er eigenlijk ooit wel een kabinet komen dat geen onduidelijk politiek mengelmoesje is? Het Nederlandse kiessysteem brengt met zich mee dat er na verkiezingen altijd coalities gevormd moeten worden, omdat het vrijwel onmogelijk is voor een partij om meer dan 75 zetels te halen. Dat leidt dus per definitie tot schimmige onderhandelingen in achterkamertjes, tot vage compromissen, tot pappen en nathouden. Wanneer we daar vanaf willen, moeten we een districtenstelsel invoeren, zoals bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Groot-Brittannië kennen. Daar is het: winner takes all. Maar voor de invoering van zo’n districtenstelsel, waarbij kleine partijen geen bestaansrecht meer zouden hebben, is in dit land heel weinig steun. Dan zouden we eigenlijk ook niet moeten zeuren.