Dag 9

    0
    471

    Leestijd: 1 minuten.

    Dat het lang zou gaan duren wisten we, maar zó lang? Waarschijnlijk pas volgende week woensdag, twee weken na de verkiezingen, begint de formatie echt. VVD, CDA, D66 en GroenLinks gaan dan onderhandelen over de vorming van een nieuw kabinet. Vrijwel iedereen met tegenzin, want VVD en CDA willen niet met GroenLinks en GroenLinks wil niet met de VVD. Hoe moet dat aflopen?

    Gelukkig is er goed nieuws. Het gaat nóg beter met de economie dan geraamd, zo heeft het Centraal Planbureau vrijdag becijferd. De meevallers vliegen ons om de oren. En dat betekent dat het begrotingsoverschot de komende regeerperiode stijgt naar maar liefst 1,3 procent, ongeveer 11 miljard euro. Veel meer dan eerder was verwacht.

    De onderhandelaars in de kabinetsformatie hebben dus miljarden extra beschikbaar voor mooie dingen. Er is meer geld te verdelen voor defensie, binnenlandse veiligheid en lastenverlichting, maar ook voor zorg, klimaatbeleid en de minima. Op die manier moet formeren een makkie worden, zou je zeggen. Alle – nou ja, heel veel – wensen zijn immers te vervullen?

    Maar over het verdelen van extra geld kun je ook ruzie krijgen. Misschien zelfs makkelijker dan wanneer de tering naar de nering gezet dient te worden, zoals in 2012. Toen waren VVD en PvdA het snel eens: het mes moest erin. Waarin? Overal in!

    Nu liggen de miljarden voor het opscheppen. Net als bijvoorbeeld tijdens Paars II (1998-2002), toen het geld volgens toenmalig PvdA-fractieleider Ad Melkert “tegen de pinten klotste”. Wekelijks, zo niet dagelijks zaten VVD, PvdA en D66 (de coalitiepartners in die tijd) met getrokken messen tegenover elkaar en probeerden elkaar de buit afhandig te maken.

    Zal het deze keer anders gaan? Een regeerakkoord uitonderhandelen is vooral een kwestie van politieke wil. Als de betrokken partijen het echt met elkaar eens willen worden, lukt dat altijd wel. Maar wat als ze eigenlijk veel liever met een andere partner zouden regeren?