De Eerste Kamer stelt zich steeds politieker op

    1
    354

    Leestijd: 2 minuten.

    De Provinciale Statenverkiezingen van 20 maart zijn vooral Eerste Kamerverkiezingen. En die zijn hoofdzakelijk spannend omdat de coalitie zo goed als zeker haar zeer nipte meerderheid in de senaat gaat verliezen. De provinciale verkiezingen van volgende maand zijn dus eigenlijk landelijke verkiezingen.

    Dat de samenstelling van de Eerste Kamer essentieel is voor de politieke verhoudingen op het Binnenhof is niet nieuw. Ook Rutte II had geen meerderheid in de senaat, en Rutte I evenmin. Tijdens de zittingsperiode van beide kabinetten vonden Eerste Kamerverkiezingen plaats. Bij geen van die gelegenheden slaagden de regeringspartijen erin een meerderheid te verwerven. Ze waren aangewezen op hulp van ‘constructieve’ oppositiepartijen. Tijdens het bewind van Rutte I konden ze volstaan met de SGP, omdat ze slechts 1 zetel tekort kwam. Onder Rutte II waren de stemmen van de halve oppositie (D66, ChristenUnie, SGP en later ook CDA en/of GroenLinks) nodig om de wetsvoorstellen door de senaat te krijgen.

    In feite is Rutte III dan ook een uitzondering, omdat het de eerste anderhalf jaar van zijn bestaan wél een meerderheid in Eerste Kamer had. Maar nadat de Statenleden op 27 mei de nieuwe senatoren hebben aangewezen, zal ook dit kabinet een beroep moeten doen op GroenLinks, SGP, PvdA of andere oppositiepartijen.

    Deze doorslaggevende rol hadden Eerste Kamerverkiezingen in het verleden niet. Vóór 2011 beschikten kabinetten altijd over een meerderheid in de senaat. De politieke versnippering had toen nog niet echt toegeslagen. En vóór een grondwetswijziging in 1983 was de situatie nog eenvoudiger. De Eerste Kamer had een zittingsperiode van zes, in plaats van vier jaar. De leden werden iedere drie jaar voor de helft ververst. De kans dat de Eerste Kamer een kabinet de voet dwars zou zetten, was daarom klein.

    In 1983 is de zittingsperiode teruggebracht naar vier jaar. Na alle Statenverkiezingen trad voortaan een geheel vernieuwde senaat aan. Maar wat destijds niet veranderde was de taakomschrijving van de Eerste Kamer. Hoe die luidt weet niemand precies, want de grondwet is er nogal vaag over. De senaat mist een aantal bevoegdheden van de Tweede Kamer (recht van amendement, recht van initiatief). Maar verder zijn de verschillen niet zo groot. Wetten die de Eerste Kamer afwijst, komen simpelweg niet in het Staatsblad. De senaat is in wezen net zo machtig als de (wel direct gekozen) Tweede Kamer. Het verschijnsel van senatoren die ‘Tweede Kamertje spelen’ is sinds 1983, en zeker sinds 2011, dan ook flink toegenomen. De ‘chambre de reflexion’ stelt zich steeds politieker op.

    Toch komen kabinetten maar heel zelden in de Eerste Kamer ten val. De laatste keer dat dat gebeurde was in 1999, tijdens de Nacht van Wiegel. Paars II diende toen zijn ontslag in. Maar de breuk werd enkele weken later alweer gelijmd. Je moet tot 1860 teruggaan voor een kabinet dat definitief aan zijn einde kwam in de Eerste Kamer. Het naar huis sturen van regeringen lieten senatoren de afgelopen anderhalve eeuw liever over aan de Tweede Kamer. Zal ook dat binnenkort veranderen?

    1 REACTIE

    1. De Eerste Kamer is een onding. Wetsvoorstellen zouden door een onpartijdige instantie getoetst behoren te worden of deze juridisch goed in elkaar zitten en hanteerbaar zijn in de praktijk. Daar dienen politici buiten te blijven. Een Tweede Kamer die het volk onderwijst en pleziert met rollebollend te getuigen van hun blijde boodschap en daarbij de hulp inroept van spindoctors die het hele en eerlijke verhaal vertellen op een begrijpelijke wijze voor het gewone volk, lijkt me meer dan voldoende. Dat de volksvertegenwoordigers in de provincies zichzelf verlagen tot kiesmannen zegt ook al hoe zijn over niet hun soort mensen denken.Of de Eerste Kamer zich steeds politieker op stelt of niet, staan blijft: Alles voor het volk en zo weinig mogelijk door het volk. Dat is de ware democratie.

    Comments are closed.