De opkomst bij provinciale verkiezingen is al decennia laag

    4
    573

    Leestijd: 2 minuten.

    Hoe hoog wordt de opkomst bij de Provinciale Statenverkiezingen op 20 maart? De geschiedenis geeft weinig aanleiding voor optimisme. De afgelopen twintig jaar kwam bij deze verkiezingen maar één keer meer dan de helft van de stemgerechtigden opdagen. Dat was in 2011. De opkomst bedroeg toen (volgens gegevens van de Kiesraad) 55,9 procent. Bij de laatste Statenverkiezingen in 2015 bracht 47,7 procent van de kiezers een stem uit. In 2007 was dat 46,4 procent. In 2003 47,6 procent. En in 1999 45,6 procent.

    Bij Tweede Kamerverkiezingen melden zich altijd veel meer kiesgerechtigden in het stemlokaal. In 2017 betrof het 81,9 procent van het totaal. Dat was heel hoog, maar zelfs op het dieptepunt van 1998 ging het nog steeds om 73,3 procent. Ook bij gemeenteraadsverkiezingen ligt de opkomst meestal hoger dan bij Statenverkiezingen, zij het niet heel veel. In 2006 stemde 58,2 procent van het electoraat, in 2010 53,9 procent, in 2014 53,8 procent en vorig jaar 54,9 procent.

    De Provinciale Statenverkiezingen leven dus niet, mogen we wel zeggen. Een flink deel van de burgers vindt het niet interessant om mee te beslissen over hoe het parlement van hun provincie eruit zal zien. En waarschijnlijk zou de opkomst nog veel lager zijn als de pas gekozen Statenleden niet een paar maanden later ook de samenstelling van de Eerste Kamer mochten bepalen.

    Maar zal daardoor de belangstelling van de kiezer deze keer dan niet veel groter zijn? Het kabinet heeft immers in de senaat maar een meerderheid van 1 zetel. Het lot van Rutte III staat op het spel. Met andere woorden: de Statenverkiezingen hebben (indirect) een onbetwistbare nationale impact.

    Dat mag waar zijn, in 2015 en 2011 speelden bij de provinciale verkiezingen ook duidelijke landelijke motieven een rol. In beide jaren regeerde een kabinet zonder meerderheid in de senaat, Rutte I en Rutte II. De uitslag was daardoor van doorslaggevende betekenis voor de landspolitiek. Maar toch viel de opkomst tegen. In 2011, toen Rutte I regeerde, was die weliswaar wat hoger dan gemiddeld, maar nog altijd behoorlijk laag. Beide keren haalde de regeringscoalitie overigens te weinig stemmen om zich van een Eerste Kamermeerderheid te verzekeren. Al slaagde premier Rutte er telkens weer in na de verkiezingen voldoende gedoogsteun te regelen. Maar dit terzijde.

    De Eerste Kamerverkiezingen vinden dit jaar plaats op 27 mei. Niet alleen de nieuwe Statenleden mogen dan een stem uit brengen. Voor het eerst ook doen ook de kiescolleges in Caribisch Nederland mee. De verkiezing daarvan is op dezelfde dag als de Provinciale Statenverkiezingen.

    Vrijwel steeds stemmen Statenleden bij de Eerste Kamerverkiezingen op een kandidaat van hun eigen partij. Zodra de samenstelling van Provinciale Staten bekend is, weten we dus ook hoe de Eerste Kamer er zal uitzien. Al gaat er soms iets mis. Zo hanteerde een Noord-Hollands Statenlid van D66 in 2011 per ongeluk een blauwe pen in plaats van een rood potlood. Zijn stem was daardoor ongeldig. Ook eerder vonden er wel blunders plaats. De uitslag is pas definitief als de Kiesraad het zegt.

    4 REACTIES

    1. Drie redenen waarom ik zeker ga stemmen, jouw stem bepaalt mede de uitslag ook al lijkt 1 stem klein. Hoe lager de opkomst, hoe meer gewicht jouw stem geeft. Dus ben je tegen Rutte 3 doe je er goed aan toch te stemmen. Want de VVD-stemmers zullen zeker stemmen.
      Stem je niet dan steun je feitelijk Rutte 3. Wie zwijgt stemt toe! Reden twee ik stem omdat de eerste kamer in de geschiedenis nogal eens een slecht wetsvoorstel weg kan stemmen, denk aan de nacht van Wiegel. Reden drie omdat stemmen in Nederland betekent dat je de democratie steunt en graag wil houden.
      Bovendien zijn de senatoren van de eerste kamer meer ervaren en vaak ook wijzere politici, ik vind het goed dat wijsheid en hogere intelligentie sommige slechte wetsvoorstellen kunnen wegstemmen, zodat ze opnieuw worden bekeken en verbeterd of afgeschaft kunnen worden.

      • Het gaat toch om de provinciale volksvertegenwoordigers? Wanneer horen en zien we die, welke partij staat voor wat in de desbetreffende provincie? Voor, of tegen Rutte 3, maar het zijn toch verkiezingen op provinciaal niveau? Zeker waar als we allen VVD gaan stemmen, CDA, D66, of ChristenUnie wordt de positie van Rutte 3 sterker in de Eerste Kamer. Moet ik eerlijk zeggen dat ik niets heb met de Eerste Kamer. Geloof meer in een onpartijdige instantie die nieuwe wetten controleert, los van politiek partijbelang.De democratie steunen. Prima. Zouden politici toch een voorbeeld moeten geven dan zouden GroteSterkeLeider en Thierry minder stemmen halen. Je redenering klopt zeker wel, maar hoe komt het toch dat bruggen bouwende politici toch zo weinig kiezers op de been kunnen krijgen voor de Provinciale verkiezingen? Ligt dat voornamelijk aan de kiezers of wellicht toch voor een belangrijk deel bij de dames en heren politici?

    2. Het ligt echt niet aan de provinciale politici. Deze lopen al deceniia bruggen te bouwen en het is de kiezer die deze bruggenbouwers gewoon uitlacht, mede omdat zij geen benul hebben wat deze politici niet allemaal doen. Zij doen hun werk zo goed en in dienende stilte dat veel kiezers geen idee heeft wat die mensen niet allemaal voor ons doen. De landelijke politici valt ook niets te verwijten want zij stellen zich rustig op omdat het om de provinciale verkiezingen gaat. Tweede Kamerleden en leden van het kabinet hoor en zie je nauwelijks, wel, en volkomen terecht, de leden van de Eerste Kamer die het volk doorlopend inpeperen dat de Eerste Kamer de Reddende Kamer van de Democratie is. En het kiezen van de leden Eerste Kamer is een groot achterkamertjesgebeuren en waarom dan gaan stemmen? Wie kan mij drie goede redenen geven om te gaan stemmen in maart?

    3. De realiteit is dat veel mensen zich niet met politiek bezig houden. Hun leven bestaat uit werken, eten, slapen, kinderen naar sportclub en muziekles brengen en de labrador uitlaten.
      Een subtiliteit als een zetelmeerderheid van +1 in de Senaat die het kabinet dreigt kwijt te raken is aan een groot deel van de bevolking daarom niet besteed. Laat staan dat deze mensen daar hun stemgedrag op afstellen.

      Daarnaast wordt keer op keer een hoge opkomst verwacht “omdat er deze keer wél veel op het spel staat”. Deze redeneertrant is in het verleden diverse malen gelogenstraft.
      Helaas. Want hoe meer participerende burgers, hoe beter de politiek zich door (kritsche) kiezers laat sturen.

    Comments are closed.