In de spiegel kijken

    0
    82

    Leestijd: 2 minuten.

    De Olympische Winterspelen in Sochi boycotten vanwege de Russische anti-homowetgeving is hypocriet. Europa moet in de spiegel kijken, zegt Raymond Mens. ‘Van links naar rechts wordt de Europese Unie namelijk voorbijgestreefd als het gaat om de acceptatie van homoseksualiteit. Inmiddels zijn zelfs de Verenigde Staten, die net als de EU uit een wirwar van progressieve en conservatieve lidstaten bestaan, ons in dit opzicht ruimschoots gepasseerd op de progressieve meetlat.’

    De statistieken spreken boekdelen. Anno 2014 is het homohuwelijk in zestien (!) Amerikaanse staten legaal, van grote (Californië en New York) tot kleine staten als Iowa en Vermont. In Europa kunnen we van dit soort cijfers alleen maar dromen. Een schamele negen EU-lidstaten accepteren het homohuwelijk. Tegelijkertijd zijn de acceptatieproblemen in de Zuid- en Oost-Europese lidstaten, waar soms zelfs een verbod op het homohuwelijk geldt, zorgwekkender dan in Amerikaanse staten die het homohuwelijk verbieden. Met andere woorden: je bent als homo beter af in Texas dan in Roemenië.

    Ik frons dan ook steevast mijn wenkbrauwen als ik vrienden hoor praten over ‘die conservatieve Amerikanen’. Dit beeld klopt allang niet meer. Als dit beeld al klopt, duidt ‘conservatief’ vooral op een groeiende stroming Democratische en Republikeinse libertijnen die streven naar een zo klein mogelijke overheid. Zo klein zelfs dat de overheid niets met het huwelijk te maken mag hebben – dit is immers een puur persoonlijke aangelegenheid. ‘Wat kan mij het nou schelen als Harry en Harry met elkaar willen trouwen’, zei de invloedrijke FOX News-presentator Bill O’reilly hier ooit spottend over.

    Meerderheid voor homohuwelijk

    De uitspraak van O’Reilly is deels strategisch gemotiveerd. De Republikeinen zitten in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2016 namelijk met een probleem. Iedere kandidaat is verplicht een ruk naar rechts te maken om de voorverkiezingen, gedomineerd door evangelische kiezers, te winnen. De winnaar, de Republikeinse presidentskandidaat, krijgt deze boemerang keihard terug in een tweestrijd met zijn progressievere Democratische opponent. Een meerderheid van de Amerikanen is namelijk voorstander van het homohuwelijk. Bij jongeren loopt dit aantal zelfs tegen de tachtig procent. Dit zegt veel het huidige Amerikaanse politieke klimaat.

    De afgelopen jaren heeft de homoacceptatie in de VS zelfs zo’n vlucht genomen dat de president zich een (openlijk) voorstander van het homohuwelijk toont. Sterker nog: het campagneteam van president Obama rekende homo’s tot een groep in de coalitie die noodzakelijk was om de Democraat in 2012 aan zijn herverkiezing te helpen. Een jaar later maakte het Amerikaanse Hooggerechtshof korte metten met de ‘Defense of Marriage Act’, de wet die het huwelijk definieert als een verbintenis tussen een man en een vrouw. Soortgelijke bewegingen neem ik in de Brusselse politieke top vooralsnog niet waar.

    Ons beklagen over ‘die conservatieve Amerikanen’ is er dus niet meer bij. Mogen we dan geen kritiek hebben op Rusland? Ja, dat wel. Kritiek op het Russische gebrek aan homorechten is terecht. Het is er dramatisch mee gesteld. Maar laten we eerst in de spiegel kijken. Wellicht moeten we ons iets drukker maken over de gebrekkige homorechten in Zuid- en Oost-Europa.

    Raymond Mens studeerde politicologie aan de UvA en de University of Virginia