Demissionair kabinet mag alleen lopende zaken afhandelen

    0
    434

    Leestijd: 1 minuten.

    Het is even wennen: premier Rutte, vicepremier Asscher, minister Dijsselbloem en diverse andere bewindspersonen in de Kamerbankjes. Toch kan het, want het kabinet is sinds de verkiezingen demissionair en diverse ministers en staatssecretarissen zijn op 15 maart als Kamerlid gekozen. Tot er  een nieuw kabinet is mogen zij een dubbelfunctie vervullen.

    Bij verkiezingen biedt een kabinet altijd ontslag aan aan het staatshoofd. Omdat een land niet zonder regering kan, houdt de koning(in) de ontslagaanvraag “in beraad” en vraagt de ministers en staatssecretarissen alles te blijven doen wat in het belang van het land is. Het kabinet is dan demissionair. In België zeggen ze “ontslagnemend”, wat precies hetzelfde betekent en het voordeel heeft dat het Nederlands is. (In het potjeslatijn zal er ook wel een woord voor zijn, voor nadere informatie verwijs ik graag naar Thierry Baudet).

    Ministers en staatssecretarissen die tevens Kamerlid zijn controleren dus zichzelf. Eigenlijk een onmogelijke positie, al valt het in de praktijk doorgaans mee. Want bij demissionaire kabinetten hoeft er als het goed is niet zo heel veel gecontroleerd te worden. Na verkiezingen stelt zowel Tweede als Eerste Kamer een lijst op van controversiële onderwerpen, waarover het kabinet geen besluiten meer mag nemen. Er resteren dan alleen de “lopende zaken”.

    Het aan banden leggen van de eventuele dadendrang van een demissionair kabinet is ook nodig omdat het parlement geen sanctiemiddelen meer heeft. Het kabinet heeft al ontslag genomen (ook al is dat nog niet verleend) en kan niet door de Tweede Kamer naar huis worden gestuurd met een motie van wantrouwen.

    Demissionaire kabinetten kunnen dus in principe niet meer doen dan op de winkel passen. Duurt een formatie lang (en daar ziet het deze keer wel naar uit) dan kan er echter een wat ingewikkelde situatie ontstaan. Zit er in september nog steeds geen nieuwe regering, dan is het demissionaire kabinet genoodzaakt op Prinsjesdag een “beleidsarme” overheidsbegroting voor volgend jaar in te dienen. Maar helemaal beleidsarm is een begroting natuurlijk nooit.