Den Uyl was geen begenadigd politicus

    1
    629

    Leestijd: 4 minuten.

    Dezer dagen is het 100 jaar geleden dat Joop den Uyl werd geboren. Bij zo’n herdenking wordt de jubilaris postuum in de bloemetjes gezet. Den Uyl krijgt een nieuwe biografie en er worden in de media allerlei aardige dingen over hem gezegd. Zo leren we dat hij een groot intellectueel was. De man die ongeveer als enige een brug wist te slaan tussen de morsige politiek en de wereld der schone kunsten en letteren.

    Dat zal allemaal best waar zijn. Breed georiënteerde intellectuelen zijn dun gezaaid in de politiek. Den Uyl las nog wel eens een boek en citeerde regelmatig een gedicht. Vaak hetzelfde, de Ceder van Han Hoekstra, maar dat maakte niet uit. Den Uyl kende zijn klassieken. Dat komt op het Binnenhof niet vaak voor.

    Hij schreef soms ook interessante artikelen, essays, over de sociaaldemocratie. Dat doen tegenwoordig ook niet veel politici. Sommige aanhangers noemden hem destijds zelfs een ‘intellectuele reus’. Dat was toch te veel eer. Bij intellectuele reuzen in de Nederlandse politiek denk je toch eerder aan Thorbecke en Kuyper. Den Uyl was geen krabbelaar maar kon toch echt niet aan deze voorgangers tippen.

    Een andere vraag, en stukken relevanter voor een politicus, is deze: was Den Uyl goed in zijn vak? Hij was een ‘gedrevene’ zoals ook de titel van die nieuwe biografie van Dik Verkuil luidt. Een visie had hij ook, vastgelegd in de slogan ‘Spreiding van kennis, macht en inkomen’. Maar hoe was hij als premier? Kreeg hij dingen voor elkaar? Was hij een goede teamleider? Kon hij verkiezingen winnen? En die winst verzilveren bij de formatie?

    Het antwoord valt niet overmatig positief uit. Den Uyl was minister-president van 1973-’77, tot nog toe het enige kabinet met een linkse meerderheid in de parlementaire geschiedenis. Rond dat kabinet hangen ruim 40 jaar na dato nog steeds mythes, legendes en sterke verhalen. Het was een gedrocht dat uit vijf partijen bestond waarvan twee, de KVP en de ARP (die later met de CHU fuseerden tot het CDA), in de Kamer alleen gedoogsteun verleenden.

    Veel heeft dat kabinet niet tot stand gebracht. Het hobbelde van crisis naar crisis. In de door links gedomineerde beeldvorming van die tijd lag dat aan de gedoogpartijen. Zij zouden de linkse hervormingsdrang alleen maar hebben afgeremd. Het werd daardoor een ‘kabinet dat vechtend over straat rolde’.

    Als het zover komt, moet je ook naar de regeringsleider kijken. Hij is verantwoordelijk voor de sfeer in zijn kabinet en de chemie tussen de leden. En Den Uyl was geen goede teamleider. Hij kon zijn club niet bij elkaar houden. Hij stond niet boven de partijen en bleef te vaak partijman. Rekening houden met de standpunten en gevoeligheden van de confessionele partners stond niet hoog op zijn agenda. De verhouding met zijn vicepremier, Dries van Agt, was op den duur zo verziekt dat het kabinet wel moest vallen. Voor de goede orde, dat lag natuurlijk niet alleen aan Den Uyl. Van Agt wist ook van wanten. Maar dat het zover kwam was toch vooral te wijten aan Den Uyl.

    Niettemin won Den Uyl daarna toch de verkiezingen. Met 10 zetels winst, van 43 naar 53, was het een ‘historische overwinning’. En vervolgens ging het mis tijdens de formatie. Over de oorzaken maken ze in menig verpleeghuis nog ruzie. Had Den Uyl zijn hand overspeeld met onzinnige eisen aan het inmiddels gevormde CDA? Of lag Van Agt dwars om Den Uyl een hak te zetten? In elk geval kwam dat tweede kabinet-Den Uyl er nooit. Bij de PvdA hadden ze één ding over het hoofd gezien. Het CDA kon ook regeren met de VVD van Hans Wiegel (samen 77 zetels). En dat niet bij je overwegingen betrekken was een blunder van jewelste.

    Het mislukken van die formatie was een trauma waar Den Uyl nooit overheen is gekomen. Zijn eigen rol was geen fraaie maar dat werd in de verontwaardiging, – kiezersbedrog aldus de PvdA over het kabinet Van Agt-Wiegel – gemakshalve vergeten. Den Uyl ging door de knieën voor zijn linkervleugel die het CDA en Van Agt in de onderhandelingen wilde uitbenen. Toen het erop aankwam werd hij inderdaad een gedrevene, door de radikalinski’s uit zijn eigen partij. Op het moment dat hij had moeten oogsten faalde hij als partijleider.

    En niet alleen toen. Ook een paar jaar later in de crisis over de plaatsing van kruisraketten liet hij het afweten. De PvdA raakte in de ban van de ‘vredesbeweging’ en Den Uyl was niet in staat en/of van zins tegenspel te bieden. Het gevolg was dat de PvdA zichzelf jarenlang op het Binnenhof buitenspel zette. Hij had nooit veel belangstelling gehad voor buitenlandse politiek en de ‘rakettenkwestie’ enorm onderschat en dat brak hem op.

    De grote leider van de sociaaldemocratie is hij nooit geworden. In de linkse beeldvorming, nog altijd de dominante, lag dat voornamelijk aan de ‘obstructie door rechts’. Maar zo werkt het in de politiek. Je tegenstanders worden ook om die reden gekozen. Maar ook binnen zijn eigen partij erkende men zijn grote zwakheden. ‘Den Uyl heeft in die rakettenkwestie enorm gefaald’, aldus Bart Tromp, destijds een belangrijke PvdA-denker. En dat oordeel werpt uiteindelijk een schaduw over zijn hele loopbaan.

     

     

    1 REACTIE

    1. Dat op den Uyl het nodige aan te merken valt is zeker waar. Dat neemt niet weg dat hij mede afhankelijk was van zijn partij, wat zich daar binnen afspeelde en ook het CDA. De arrogantie van het CDA vierde hoogtij: Wij buigen niet naar links en niet naar rechts. Later zien we dat het CDA liever met de PVV in zee ging dan met de PvdA. Veelal is het zo dat stemmen binnen halen als regel, echt belangrijker dan gezamenlijk wezenlijke problemen aanpakken. Dat is nu zo en was toen zo. Voor mij is geen enkele politicus/politica een held, ook den Uyl niet. Staan blijft voor mij dat ondanks al zijn fouten dat een arrogant CDA zeker mede debet is geweest dat er geen tweede kabinet Den Uyl kwam. Tevens bewees de overwinning van de PvdA dat het volk na de verkiezingen niets in te brengen heeft.

    Comments are closed.