Eerste Kamerlidmaatschap is een nevenfunctie

    4
    321

    Leestijd: 2 minuten.

    Tweede Kamerleden die hun werk serieus nemen hebben het druk. Ze maken weken van zestig, zeventig uur, soms nog meer. Die tijd gaat niet alleen op aan debatten, het voorbereiden daarvan en fractieoverleg, maar ook aan werkbezoeken en spreekbeurten voor partijafdelingen. Ook de contacten met de media zijn vaak tijdrovend. In de gangen van het Binnenhof zwerven vele tientallen verslaggevers rond, op zoek naar nieuws. Een van de taken van Kamerleden is hen tevreden te stellen, of in elk geval te woord te staan. Ze krijgen daarbij wel hulp van de almaar uitdijende afdelingen voorlichting van hun fracties, maar niettemin.

    Veel Eerste Kamerleden hebben het misschien ook druk, maar toch niet met hun bezigheden in politiek Den Haag. De senaat vergadert maar één dag per week, op dinsdag. Daarnaast hebben de meeste senatoren een ‘nevenfunctie’, zoals dat heet. Eigenlijk is het een onzinterm. Het Eerste Kamerlidmaatschap is zelf een nevenfunctie. In hun dagelijks leven zijn senatoren bijvoorbeeld burgemeester of hoogleraar, of hebben zij een (meestal hoge) baan in het bedrijfsleven of bij een maatschappelijke organisatie. Partijen zetten hun Eerste Kamerleden zelden in voor bezoeken aan plaatselijke afdelingen of voor het houden van toespraken in het land. Ook de pers heeft doorgaans maar weinig belangstelling voor de senaat. Als er niet iets heel spannends op de agenda staat, laten journalisten zich niet zien in het Eerste Kamergebouw.

    Niet alle senatoren werken er nog bij. In de Eerste Kamer zitten relatief veel gepensioneerden. De gemiddelde leeftijd van Eerste Kamerleden ligt een stuk hoger dan die van hun collega’s in de Tweede Kamer. In de Tweede Kamer bedraagt die ongeveer 45 jaar, in de senaat ligt de gemiddelde leeftijd boven de zestig. Onder de lijsttrekkers voor de komende Eerste Kamerverkiezingen bevinden zich diverse ‘krasse knarren’. Zoals Paul Rosenmöller van GroenLinks (62), Tiny Kox van de SP (65), Ben Knapen van het CDA (68), Annemarie Jorritsma van de VVD (68) en Martin van Rooijen van 50PLUS (76).

    Een van de grootste verschillen tussen Tweede en Eerste Kamerleden is dat de laatsten via een omweg worden gekozen. De leden van Provinciale Staten bepalen op 27 mei hoe de nieuwe senaat er gaat uitzien. De verkiezing van de Statenleden gebeurt wel rechtstreeks, op 20 maart. Het is vreemd dat een instituut dat bepalend kan zijn voor het lot van een kabinet geen direct mandaat heeft van de kiezer. Terwijl Statenleden, die vrijwel niemand kent, dat wel hebben. Want wie zou de naam kunnen noemen van ook maar één Statenlid in zijn provincie, of desnoods in een andere provincie?

    4 REACTIES

    1. De eerste kamer afschaffen vind ik niet goed. Als we dat doen zijn we overgeleverd aan de “politieke nukken” van populisten, die het erg goed doen in de tweede kamer. Juist de grotere ervaring en wijsheid in de eerste kamer is wat ik mis in de tweede kamer.
      Ik ga ook zeker stemmen.

    2. De Eerste Kamer zo snel mogelijk afschaffen. Gewoon een onpartijdige commissie die wetsvoorstellen bekijkt of deze juridisch gesproken goed in elkaar zit en ook uitvoerbaar is in de praktijk, zonder politieke spelletjes of als lid Eerste Kamer goed in de smaak vallen bij degene(n) die je daadwerkelijk vertegenwoordigt en dit uiteraard glashard ontkend. Dat ontkennen kan gemakkelijk want je geeft geen opening van zaken en snoert op deze wijze de burgers, niet ons soort mensen, de mond. De Eerste Kamer is gewoon een dure poppenkast waarvan de spelers, de een nog harder dan de ander, roepen dat zij onmisbaar is. Het feit dat politici een wetsvoorstel bekijken of zij juridisch goed in elkaar zit en op de praktische uitvoerbaar is, maakt duidelijk dat politici gewoon bang zijn dat deskundigen zonder politieke kleur het beter doen dan de leden van de Eerste Kamer. Politici overschatten zichzelf graag ook leden van de Eerste Kamer. Zij maken ons wijs dat zij het zijn die alles kunnen vanwege hun deskundigheid en niet te vergeten hun integriteit.

      • Meestal zijn je bijdragen hier vrij sarcastisch, en weet ik niet goed wat ik ermee moet, behalve een beetje gniffelen zo nu en dan. Maar hier lijk je je echt flink over op te winden. Terecht, wat mij betreft, de senaat is een absurde en overbodige poppenkast.

    3. Als SP’er ken ik wel wat Eerste Kamerleden maar ik ben wel geïnteresseerd in politiek. Veel mensen die ik spreek kennen nauwelijks het verschil tussen een wethouder en een raadslid, laat staan dat ze weten waar de Eerste Kamer toe dient.
      En dat is jammer. Want van dit gebrek aan kennis wordt misbruik gemaakt. Via deze weg komen er lobbyisten in de Eerste Kamer die niet de belangen van het volk, maar van hun werkgever, veelal multinationals, in het oog houden.
      Zo vernam ik dat de zorgverzekeraars lobbyen in de Eerste Kamer om erdoorheen te krijgen dat ze winsten mogen gaan uitkeren aan investeerders. Dan wordt het dus in het belang van de investeerders dat er minder en minder wordt uitgekeerd aan de zorg. Ik sprak al een reumapatiënte die geen metoject (injecties methotrexaat waar ze veel baat bij had) meer vergoed krijgt en nu gebukt gaat onder de bijwerkingen van een ander middel. We gaan snel de verkeerde kant op met de zorgverzekeraars. Reken maar dat ik kom stemmen in maart – ik weet dat er grote belangen op het spel staan!

    Comments are closed.