Het einde van het H-woord

    0
    330

    Leestijd: 2 minuten.

    Jarenlang was het het grootste taboe op het Binnenhof. Je praatte er niet eens over, laat staan dat je het in de praktijk bracht. Je kon het zelfs niet benoemen, behalve met een initiaal, net zoals van iemand die kanker heeft gezegd wordt: hij heeft K. Ik heb het natuurlijk over het H-woord, ofwel de hypotheekrenteaftrek. Politici die zelfs maar de indruk wekten ooit in deze fiscale faciliteit te willen snijden konden hun carrière wel op hun buik schrijven. Aan de renteaftrek “morrelen” (dat woord leek speciaal uitgevonden om in deze combinatie te worden toegepast) stond gelijk aan politieke zelfmoord.

    Heel, heel langzaam is dat veranderd. Eerst waren het de linkse partijen die durfden betogen dat de “villasubsidie” echt niet meer kon, omdat vooral de rijken ervan profiteerden. Maar uiteindelijk ging ook de VVD overstag. Partijleider Mark Rutte moest er in 2012 wel nog kiezersbedrog voor plegen. In de campagne beloofde hij toen dat bescherming van de renteaftrek voor zijn partij “absolute topprioriteit” was. Maar in het regeerakkoord dat hij met PvdA-leider Diederik Samsom sloot bleek dat wel degelijk het mes zou gaan in het belastingvoordeel. Tot grote woede van iedereen die pal stond voor het eigen huizenbezit, De Telegraaf voorop.

    En wat waren de gevolgen? Stortte de huizenmarkt in, zoals ons decennialang waarschuwend, zo niet dreigend was voorgehouden? Welnee, het omgekeerde gebeurde. De verkoop van woningen is de laatste jaren flink aangetrokken. Dat staat weliswaar los van de vermindering van de renteaftrek, maar die bleek een nieuwe verkoophausse in elk geval niet in de weg te staan.

    Was het dan misschien afgelopen met de politieke carrière van Rutte, nadat hij zo achterbaks aan het morrelen was geslagen? Ook daarvan bleek geen sprake. Rutte wordt straks voor de derde keer premier. Zijn partij heeft weliswaar 8 zetels verloren bij de laatste verkiezingen, maar dat lag niet, of slechts voor een heel klein deel, aan de manier waarop zij omging met het H-woord. De PvdA, die het morrelen al geruime tijd propageerde, verloor trouwens veel meer Kamerzetels.

    Of het nieuwe kabinet de hypotheekrenteaftrek nog wat verder zal beperken blijft afwachten. In kringen van topambtenaren schijnt dat geen slecht idee gevonden te worden. Maar de harde noodzaak tot bezuinigen ontbreekt op dit moment, dus het zal er wel niet van komen.

    En als we het Kadaster mogen geloven is het ook al bijna niet meer nodig. Steeds meer huizenkopers hoeven namelijk helemaal geen hypotheek meer. Vooral betergesitueerde bejaarden hebben zoveel geld op hun spaarrekening dat ze de koopsom meteen kunnen neertellen. In de grote steden werd vorig jaar al een kwart van de transacties direct afgerekend, soms zelfs nog iets meer. Volgens het Kadaster neemt dit verschijnsel hand over hand toe.

    Of dit een gunstige ontwikkeling is kun je je afvragen, want de woningmarkt wordt zo nog meer het domein van de rijken. Maar aan het besmuikte gedoe met de term H-woord kan tenminste een einde worden gemaakt; daar liggen kiezers nauwelijks nog van wakker. Ouderen niet omdat ze de renteaftrek niet meer nodig hebben en jongeren niet omdat ze toch steeds achter het net vissen als ze een bod op een huis willen doen.