Wat er terecht komt van verkiezingsbeloftes

    2
    524

    Leestijd: 2 minuten.

    In verkiezingscampagnes beloven politieke partijen van alles en nog wat, maar als de stemmen eenmaal geteld zijn kan de kiezer de pot op. Dat is althans het beeld bij de gemiddelde burger. Maar klopt het ook?

    Uit een artikel op de website Stuk Rood Vlees blijkt dat dit onderzocht is door een echte wetenschapper van de Universiteit van Groningen. Hij publiceert in het Engels en heeft ook nog eens een Engels klinkende naam: Robert Thomson. Dat moet dus wel goed zitten.

    Thomson ging na wat er in de jaren tussen 1986 en 1998 – toegegeven, dat is een tijdje geleden –  terecht is gekomen van verkiezingsbeloftes van regeringspartijen. En wat blijkt? Maar liefst 60 procent van deze beloftes is geheel of gedeeltelijk nagekomen. “Dit loopt zelfs op tot 80 procent voor die beloftes die ook in het regeerakkoord zijn opgenomen,” schrijft Stuk Rood Vlees opgetogen.

    Nu vallen daar een paar kanttekeningen bij te maken. Als 60 procent van de verkiezingsbeloftes is nagekomen, betekent dat dat 40 procent niet is nagekomen. Best veel eigenlijk. Bovendien is een deel van die 60 procent blijkbaar slechts gedeeltelijk gerealiseerd. Alles bij elkaar kunnen we ervan uitgaan dat minstens de helft van wat regeringspartijen de kiezers beloven niet zal gebeuren. En wat oppositiepartijen beloven gebeurt per definitie helemaal niet, want zij hebben niet de macht om hun beloftes in daden om te zetten.

    En dan het tweede punt: voor beloftes die ook in het regeerakkoord zijn opgenomen geldt dat ‘zelfs’ 80 procent wordt nagekomen. Helaas zijn afspraken in regeerakkoorden doorgaans sterk verwaterde versies van wat partijen de kiezer hebben voorgespiegeld. Regeerakkoorden bestaan immers noodzakelijkerwijs uit compromissen, waarbij niemand helemaal zijn zin krijgt. Bovendien: als kabinetten 80 procent van een regeerakkoord uitvoeren, voeren ze 20 procent dus niet uit. Ook best veel.

    Het punt met verkiezingsbeloftes – althans in een land als Nederland, waar geen enkele partij ooit de absolute meerderheid zal halen – is dat je ze met een korreltje zout dient te nemen. Als een partij zegt: wij gaan de belastingen met 10 miljard verlagen, bedoelt ze: als wij het voor het zeggen zouden krijgen zouden wij de belastingen met 10 miljard verlagen. Maar, beste kiezer, wij zullen het niet voor het zeggen krijgen, in elk geval niet in ons eentje.

    Dat laatste vergeten lijsttrekkers er jammer genoeg meestal bij te zeggen. Ze zeggen: “1000 euro extra voor alle werkenden.” Of: “Geen cent meer naar de Grieken.” Of noem maar op. En kiezers die dat allemaal voor zoete koek geslikt hebben, voelen zich na de verkiezingen bekocht.

    2 REACTIES

    1. Er dient een verschil te worden gemaakt in het streven van een partij of een belofte waarvan men op het moment dat dit wordt gedaan, al bekend is dat men dit helemaal niet wil.
      Dit is te herkennen aan het stemgedrag NA de verkiezingen als men NIET in de regering terecht is gekomen.
      Interessant is bijvoorbeeld als men nu kijkt naar de partijen die vóór de verkiezingen nog voor het verlagen c.q. het laten verdwijnen van het eigen risico in de zorg was. Voor de verkiezingen nam men de SP de wind uit de zeilen door ook allemaal te roepen van het eigen risico af te willen – na de verkiezingen waren veel partijen deze belofte op slag vergeten.

      • Beste Petra,
        Weer helemaal eens met jouw reactie. Maar het is eigenlijk
        nog veel triester. Rutte beloofde ons niet alleen in de vorige
        verkiezingen: 1000 euro voor alle werkenden in Nederland,
        geen cent meer naar Griekenland. Maar onze Fons Kockelmans
        vergeet ook nog even: geen gemorrel aan de hypotheekaftrek!
        Er kwam een tweede kabinet Rutte. Niets van alles werd waar-
        gemaakt. Je staat toch voor je uitspraken en je idealen, toch?
        Rutte werd opnieuw president en vergat even al zijn beloftes. Dat
        zal hij in zijn volgende kabinet opnieuw doen. Waarom niet? De
        PvdA greep niet in. Waarom zouden CDA, D66 en CU dat wel doen?
        Het zijn immers de beloftes van de VVD en niet de hunne, immers.
        Toch blijft alles in mijn ogen te triest voor woorden. Tijdens de ver-
        kiezingen worden we verleid met false beloftes; en tijdens de formatie
        alleen maar stiekum gedoe. En als er ooit een kabinet komt door deze
        vier heren kan niet alleen te tweede kamer toekijken, maar ook alle
        goedwillende burgers in Nederland. Zoals ik al eens eerder schreef:
        ons politieke systeem deugd wel, alleen de poppetjes niet.
        Groet, Bert.

    Comments are closed.