Gaat Sybrand Buma het land redden?

    0
    1611

    Leestijd: 4 minuten.

    Je zou denken dat we onderhand beter moeten weten maar het moralisme in de politiek van dit land is nog altijd springlevend. Nergens ter wereld wordt vermoedelijk zo vaak het belerende vingertje geheven, over gidsland gepreekt en een tegenstander de ethische maat genomen als  hier in de moerasdelta. Het geeft vaak een fijn, warm gevoel om bij een beter mensensoort te horen. De keerzijde, de hypocrisie, wordt daarbij meestal uit het oog verloren.

    Het kent vele varianten, van links tot confessioneel rechts, van gender politics tot identity politics en welke andere loten nog aan deze stam zullen ontspruiten. Alleen liberalen hebben er weinig last van. Die hebben weer hun eigen makkes, overwaardering van individualisme, onderwaardering van gemeenschapszin, marktfetisjisme, maar de wereld voor de laatste maal waarschuwen, dat laten ze doorgaans uit het hoofd.

    CDA-leider Sybrand Buma heeft voor deze campagne het oude strijdros maar weer eens van stal gehaald. Vorige maand hielden de christendemocraten een congres en het ging van dik hout. U had het misschien niet in de gaten maar  de afgelopen vier jaar bent u bestuurd door een kabinet en een figuur die het land naar een morele  crisis hebben geleid. “De erfenis van dit kabinet is een land waar de publieke moraal verloren is gegaan. Moreel leiderschap is een handschoen die het kabinet nooit heeft willen oppakken.” Buma wist ook hoe dat komt: “De gemakzucht van een liberaal die alleen de waarde van het geld kent.” Dat gaat hij bestrijden met een morele revolutie. Verkeershufters, treitervloggers, graaiende bankiers, polariserende politici en “de in onze verhoudingen stokende Turken”, zoek dekking!: de dag des oordeels is aanstaande.

    We kunnen ons natuurlijk vrolijk maken over CDA’ers die ook graag hun zakken vulden, het met welke moraal dan ook evenmin erg nauw namen, en omwille van de macht niet vies waren van louche deals, maar dat gaan we niet doen. Brinkman, Lubbers, Verhagen, over hen gaan we dit keer niet hebben. Een partij moet zich in verkiezingstijd profileren en dan mag ze hopen op het korte geheugen en de desinteresse van de kiezer. Ook het CDA.

    Over de nu uitgestippelde koers is waarschijnlijk diep nagedacht: we hebben onze kernwaarden, hoe maken we die in het huidige klimaat aantrekkelijk genoeg voor kiezers buiten de vaste aanhang en hoe brengen we het aan de man? Op de achtergrond speelt uiteraard de gedachte dat men bij de formatie van het volgend kabinet niet of nauwelijks om het CDA heen kan.

    In de peilingen staat het CDA er inderdaad redelijk voor, niet al te florissant maar stukken beter dan de ouwe concurrent/partner, de PvdA. Een stevig standpunt innemen, je geurvlag planten, hoog maar niet te hoog van de toren blazen, dat kan onder deze omstandigheden. Ook in de wetenschap dat Rutte professional genoeg is om niet te zwaar te tillen aan de aantijgingen aan zijn adres als hij met steun van het CDA in het Torentje kan blijven.

    Voor een succesvolle campagne moeten lijsttrekker, strategie en programma een drie-eenheid  vormen. Het programma, samengevat in een paar pakkende slogans, en de strategie moeten toegesneden zijn op de persoonlijkheid van de lijsttrekker. En daar zit hem nu de kneep.

    Buma wil zich profileren als een solide, nette, degelijke leider. Geen praatjesmaker die tegen lastige Turken “pleur op” zal zeggen. Een man van stavast, wars van demagogie en andere populistische fratsen. Recht door zee. Op wie je kan bouwen. Integer. Balkenende.

    Je bent meteen geneigd het te geloven. En hij beheerst het politieke handwerk voldoende om een effectief leider te kunnen zijn. Hij is geen meeslepend maar ook geen beroerd spreker, kent zijn dossiers en laat zich in het debat niet onderschoffelen. Charisma heeft hij niet maar dat is voor het imago dat hij wil uitdragen geen handicap. Kijk maar naar Merkel.

    Niettemin heeft hij voor een politicus met grote ambities twee opvallend zwakke punten: een laten we zeggen matig ontwikkeld gevoel voor humor en een lijzig-monotone stem.

    Het zou best kunnen dat hij in kleine kring de koning van de kwinkslag is maar zijn publieke optredens zijn van een wurgende saaiheid en de zuurgraad is hoog. Alles is bloedserieus, er kan  geen lachje, geen relativerende opmerking af. Het inzicht dat politiek niet belangrijk genoeg is om er niet om te kunnen lachen is niet aan hem besteed. Je hoeft niet als Rutte bij ongeveer alles te grijnzen maar van tijd tot tijd een lichte, hoeft niet eens speels te zijn, krulling van de mondhoeken zou helpen.

    En dan die stem. Net als voor zijn bijna-collega, de acteur, is de stem voor een politicus zijn belangrijkste instrument. Daar moet hij zijn boodschap mee verkopen, zijn publiek mee overtuigen. Dat wisten ze al in de klassieke oudheid. Het eerste wat Margaret Thatcher deed toen ze besloot staatsvrouw te worden was spraakles nemen. Haar stem was te hoog en te schril. Meer viswijf dan Iron Lady. Met die aangeleerde alt ging dat meteen stukken beter.

    Het geluid van Buma is licht nasaal, met een slepende, bijna zeurende ondertoon. In bijna alles wat hij zegt klinkt verongelijktheid door. Alsof het kabinet iedereen permanent een loer wil draaien, niemand behalve hij dat door heeft en hij toch zijn gelijk niet krijgt. Dat kan nog als je in de oppositie zit en de wereld moet melden dat wat ze daar in die regeringsbankjes doen van geen kant deugt maar als jezelf in die banken zit, gaat het niet werken. Met zo’n stem kan je geen opbeurend, laat staan inspirerend verhaal houden.

    Net als voor de collega’s is voor Buma het grote lijsttrekkersdebat van RTL de grote vuurproef.

    Daar begon Samsom ruim vier jaar geleden zijn fameuze inhaalslag en begon de demontage van Roemer. Dat laatste zal Buma niet overkomen en op een grote doorbraak zal hij vermoedelijk evenmin mogen rekenen. De combinatie van oudbakken fatsoensrakkerij en vreugdeloze uitstraling is een te groot struikelblok.