Geen slapende honden wakker maken

    1
    226

    Leestijd: 2 minuten.

    De hondenbelasting lijkt een langzame maar zekere dood te sterven. In 2010 hieven nog 308 van de 430 gemeenten deze belasting, in 2020 was dat gedaald naar 193 van de 355 gemeenten. Een daling van 71 naar 54 procent rekende het CBS ons dinsdag voor.

    Daarbij valt aan te tekenen dat de grootste steden, Amsterdam en Rotterdam, de hond niet meer belasten en datzelfde geldt voor alle gemeenten in Drenthe.  Dat lijkt logisch want de belasting is goed voor slechts een half procent van de heffingsopbrengsten van gemeenten, en die moeten naar verhouding veel moeite doen om dit geld binnen te harken.

    Artikel 226 van de Gemeentewet geeft lokale bestuurders de mogelijkheid om deze belasting te heffen, maar ze hoeven dat niet te doen. Bovendien is de heffing zonder “oormerk”, hetgeen inhoudt dat de opbrengst niet besteed hoeft te worden aan het opruimen van hondenpoep of uitlaatplaatsen voor honden. Hondenbezitters komen dan ook in actie met als motto dat hun viervoeter geen melkkoe is. Hondenbelasting is volgens hen iets van de middeleeuwen, toen zwerfhonden en hondsdolheid voor grote problemen zorgden. Later werden honden voor de kar gespannen en werd de belasting afgeschilderd als een belasting op transport.

    Voor gemeenten mag de opbrengst van de belasting op de totale begroting klein bier zijn, maar een inwoner van Den Haag betaalt dit jaar 128 euro voor een hond. In de meeste plaatsen is dit zeer fors minder. Toch is de hondenbelasting een doorn in het oog van de fractieleider van 50PLUS, Henk Krol. Hij neemt het op voor de hondenbezitters. Er zijn zorgverzekeraars die denken dat een hond bijdraagt aan het welzijn van hun klanten. De trouwe viervoeter vermindert de vereenzaming van de mens. En “dus” zou er volgens Krol geen belasting op moeten drukken.

    Hij weet tot dusver minister Raymond Knops van Binnenlandse Zaken niet te overtuigen. Knops vindt dat het aan lokale  bestuurders is om een afweging te maken tussen de bijdrage die de hond levert aan het welzijn van de burger en de overlast die de hond veroorzaakt bij andere burgers. Het debat moet dus gevoerd worden in gemeenten en daarbij valt op dat een andere viervoetige mensenvriend volledig buiten schot blijft.

    Liefhebbers van katten laten hun dieren onaangelijnd via een luikje in de achterdeur onbekommerd de buurt afstruinen, waar ze urineren en kakken in tuintjes. Ze jagen er niet alleen op muizen, maar bijten er ook vogeltjes – en daar hebben we er toch al steeds minder van – de nek af. Waar hondenbezitters hun dier aan de riem houden en met zakjes de drollen van de straat rapen, moeten zij ook nog eens belasting betalen.

    Dat is grof onrechtvaardig tegenover de kattenbezitters. Het oplaaien van het debat op gemeentelijk niveau zou wel eens tot een uitkomst kunnen leiden, die ook Henk Krol niet wil. In plaats van het stellen van Kamervragen kan hij maar beter geen slapende honden wakker maken. Die hondenbelasting heeft zijn langste tijd toch wel gehad.

    1 REACTIE

    1. Ik vind ook dat de hondenbelasting moet verdwijnen. Naast de hond is ook de kat belangrijk voor de gezondheid van mensen. En er is gelukkig geen kattenbelasting. Naast de kat moet je andere rovers zoals Steenmarters (die ook autobranden kunnen veroorzaken met zelfs menselijke slachtoffers!) , Vossen en Roofvogels niet uitvlakken. Deze richten minstens zoveel schade aan als huiskatten. Geloof het of niet Vossen en Steenmarters weten heel goed hoe ze kunnen overleven in de ‘steenwoestijn’ van ‘grote’ steden en dorpen. En er zijn tegenwoordig erg veel Vossen en zelfs Steenmarters. NB Steenmarter, ook wel Fluwijn genoemd, is zelfs een streng beschermde diersoort. Ook Wolven, ook streng beschermd, waarvan er steeds meer zijn, zijn rovers.

    Comments are closed.