Haagse Nachten

    0
    332

    Leestijd: 2 minuten.

    De afgelopen twintig jaar kende de Eerste Kamer drie Nachten. De Nacht van Wiegel, de Nacht van Van Thijn en de Nacht van Duivesteijn. In de eerste Nacht (1999) viel het kabinet (tijdelijk, want de breuk werd na enkele weken gelijmd). In de tweede (2005) trad vicepremier Thom de Graaf af, nadat zijn grondwetswijziging om de gekozen burgemeester mogelijk te maken was verworpen. En in de derde Nacht (2013) gebeurde er eigenlijk niets bijzonders, al leek het daar lange tijd wel op. PvdA-senator Adri Duivesteijn deed heel moeilijk over een wetsvoorstel om een verhuurdersheffing te introduceren. Maar uiteindelijk stemde hij braaf voor, waardoor het kabinet gewoon verder kon. Zijn Nacht was dus eigenlijk geen Nacht, vond ex-VVD-leider Hans Wiegel, die er zelf wel een op zijn naam schreef. Het was hooguit een ‘avondje’.

    Ook de Tweede Kamer had haar Nachten. De Nacht van Schmelzer in 1966, toen het rooms-rode kabinet-Cals ten val kwam, is legendarisch geworden. Balkenende II en IV kwamen eveneens in het holst van de nacht aan hun einde, respectievelijk in 2006 en 2010. En in een ver verleden, namelijk in 1925, viel het eerste kabinet-Colijn op een zeer laat tijdstip: de Nacht van Kersten.

    Dat er in de kleine uurtjes vaak een politieke crisis ontstaat, is alleszins verklaarbaar. Hoe later het wordt, hoe meer de gemoederen verhit raken, soms ook doordat de hoofdrolspelers een slokje op hebben. Bovendien slaat na een langdurig debat de vermoeidheid toe, iets wat blijkbaar het animo vergroot om de stekker er maar uit te trekken. In de Eerste Kamer, waar de gemiddelde leeftijd een stuk hoger ligt, speelt dat laatste waarschijnlijk extra mee.

    Toch zijn het uiteraard niet alleen deze factoren die ervoor zorgen dat kabinetten in problemen komen. In alle bovengenoemde gevallen kwam de crisis bepaald niet uit de lucht vallen. Al dagen, of weken, heersten er hevige politieke spanningen. Zo wist heel Nederland in 1999 dat een aantal VVD’ers grote moeite had met het plan om een correctief referendum in te voeren. Het was uiteindelijk Wiegel die bij de stemming ‘teugen’ riep, waarmee hij het lot van de grondwetswijziging, en daarmee van Paars II bezegelde. Wiegel wist natuurlijk al lang van te voren welke stem hij zou uitbrengen.

    De kabinetten-Rutte hebben tot dusver nog geen Nacht beleefd. Het eerste kabinet van de premier sneuvelde midden op de dag. Het tweede zat zijn termijn – met hangen en wurgen weliswaar – helemaal uit. En het derde is nog in functie. Al zal het na het aantreden van de nieuwe Eerste Kamer ongetwijfeld wel af en toe een paar benauwde uurtjes tegemoet gaan. Mogelijk komt er alsnog een Nacht. Of op zijn minst een avondje.