Hardheid is onmisbaar

    1
    629

    Leestijd: 4 minuten.

    Frisse jonge gezichten zijn altijd welkom. Ze vertegenwoordigen nieuw elan, jeugd, hoop en zijn de spreekwoordelijke toekomst. Dus in de politiek met haar hoge slijtagefactor, afbreukrisico en personele omloopsnelheid is een jonge aansprekende politicus gauw een aanwinst.

    GroenLinks dankt haar succes voor een groot deel aan Jesse Klaver. Klaver is onmiskenbaar een talent. Goed spreker, handig debater en nog betere campaigner. Hij trok tijdens de campagne voor de Kamerverkiezingen van vorig jaar volle zalen. Die optredens hadden veel weg van een evangelisatie-bijeenkomst. Voorganger Jessias verkocht de blijde groene boodschap. De beloning was er naar. GroenLinks blijft natuurlijk vooral een getuigenispartij maar nu wel een van middelgroot formaat.

    D66 heeft nu ook een fris, jong hoofd. Rob Jetten is nu fractievoorzitter met aanspraak op  het leiderschap van de Democraten. Hij had een lastige start, Robot Jetten. Maar hij verdient nog krediet en je moet hem natuurlijk niet meteen afschrijven wegens dat lullige imago. Met wat gerichte mediatraining kan het misschien nog goed komen.

    Politiek is natuurlijk veel meer dan pr. Presentatie is belangrijk, buiten kijf. Maar in een knalhard, gemeen en soms ook louche bedrijf moet je ook hard, gemeen en sluw zijn. Dat kun je leren door schade en schande. Maar wie het van nature heeft, heeft meteen een gigantische voorsprong op de concurrentie.

    Die concurrentie zit in de eerste plaats in de eigen partij. De Britse politiek die nog veel harder en gemener is dan de onze, heeft als adagium dat je tegenstanders tegenover je zitten en je vijanden in het partijvak achter je. Je rug is het raakvlak waarin zij tzt hun messen zullen steken.

    Zodra je politiek leider wordt, moet je doordrongen zijn van een ding: je bent het op afroep. Je hebt een korte periode om je te bewijzen. Na twee hooguit drie slechte verkiezingen is het meestal voorbij. Op het eerstvolgende partijcongres word je bedankt, gehuldigd en naar de uitgang verwezen. Als je geluk hebt, regelen ze nog een lucratief baantje voor je. Soms zijn je partijvrinden de beroerdste niet.

    Als je hard en gemeen bent kun je dit moment geruime tijd uitstellen. Je hebt in de loop van je carrière een aantal rivalen uit de weg weten te werken en op sleutelposities vertrouwelingen benoemd. Je weet dat hun loyaliteit relatief is. Zodra het electoraal even tegenzit, zal het gemor beginnen. Want ja, het partijbelang gaat altijd voor. Daarom moet je die vertrouwelingen soms ook de frontlinie in sturen. Op moeilijke ministeries zetten bijv. waar ze hun handen vol aan hebben en waar ze de nodige averij kunnen oplopen.

    Toch, ook dan komt onherroepelijk het moment dat het niet meer lukt. Verkiezingen worden verloren en je begint vreemde blunders te maken. Dit tast je gezag en dus het vertrouwen en dus de kans op succes aan. De gevreesde houdbaarheidsdatum is overschreden.

    Er is bijna geen ooit succesvolle politicus die dat kan accepteren. In de loop der jaren is hij gaan lijden aan het onmisbaarheidssyndroom. Hij wil graag ‘zijn karwei afmaken’, zijn potentiële opvolgers zijn ‘er nog niet klaar voor’ en hij kan met zijn ervaring ‘nog niet gemist worden’. Dat helpt allemaal niet. Dit is het moment waarop de stiletto’s uit de binnenzak komen.

    Dit is, toegegeven, een zwartgallig, machiavellistisch scenario. Akkoord, in het ene land gaat het er ruiger aan toe dan in het andere. En in de ene partij is het erger, PvdA, dan in de andere, ChristenUnie, maar het zijn zelden meer dan verschillen in gradatie. Vrijwel alle politieke carrières eindigen in een mislukking.

    Dat is een aspect waar het aanstormende talent mee moet leren omgaan: de eigen partijmakkers als je grote vijanden. Maar dan hebben we ook nog de tegenstanders. Die zijn meestal minder gemeen en minder vilein. Ze willen zaken met je doen en dat vereist een minimum aan fatsoen in de omgang. Het gaat er inhoudelijk soms hard aan toe maar door het gemeenschappelijk belang, samenwerking, blijft de vliegende tackle meestal uit.

    Het is voor een beginnend leider die voor het eerst aan de formatie- of coalitietafel zit een soort ontgroening, de eerste grote test. Kan hij onderhandelen en vooral kan hij een deal verkopen aan zijn partijtop en achterban? Heeft hij intern zoveel gezag en zoveel goodwill dat hij zijn partij meekrijgt?

    Jesse Klaver is bij de formatieonderhandelingen van vorig jaar voor dat examen gezakt. Hij liet zich terugsturen door zijn partij omdat die de deal over de migratie niet wilde slikken. Dat was geen onderhandelingstactiek. Klaver zelf was akkoord maar liet zich terugfluiten. Weg kans op regeringsdeelname en weg kans om als onbetwistbare leider je geurvlag te planten. Sindsdien kan je je afvragen of Klaver meer is dan het uithangbord, goed voor de campagnes maar toch (nog) te licht voor het echte werk.

    Over Jetten moeten we het oordeel nog even opschorten. Hij schijnt zich in het coalitieoverleg redelijk inschikkelijk op te stellen. Dat is verstandig, ook gezien de positie van D66 in de peilingen. Maar hij moet wel oppassen dat hij niet de reputatie krijgt dat hij al te meegaand is. Dat ondermijnt zijn positie in de partij. En als in maart de verkiezingen voor de provinciale staten en in mei die voor het Europarlement op een fiasco uitlopen, wordt het heikel voor hem. Dan kan je nog zo’n fris gezicht hebben, als zondebok heb je daar niets aan.

    .

    1 REACTIE

    1. Goh, ik had toch ook Thierry Baudet verwacht in het opgenoemde rijtje ‘nieuwelingen’ in de politiek. Maar dat is schijnbaar een brug te ver voor de auteur. Jetten is zeker een fris nieuw gezicht. 🤓
      Klaver wellicht ook, maar bijkans al een oudgediende… 🤢
      En natuurlijk onze Lilian, mag er zeker ook zijn. 😉 Die kan je toch zeker niet over’t hoofd zien?
      Maar over onze Thierry die als een terriër vastbeet in zware dossiers als Marrakesh en het klimaat geen woord? 👿
      Kom kom…
      Hij ging zelfs met z’n jonge lijf voor’t publiek uit de kleren! 👀

    Comments are closed.