Het Malieveld is volgeboekt maar we blijven polderen

    3
    250

    Leestijd: 4 minuten.

    De demonstratie maakt haar comeback. Boeren, bouwvakkers, onderwijzers, zorgverleners, klimaatspijbelaars en anderszins verontruste en verontwaardigde medeburgers trekken weer massaal naar Den Haag. Vaak met eindbestemming het Malieveld waar boos Nederland sinds jaar en dag zijn grieven pleegt te spuien.

    Dat is wel eens anders geweest. Jarenlang stond het protest op de spaarvlam. De maatschappelijke betrokkenheid waar ouderen graag nostalgisch over konden zwelgen en het nageslacht mee vervelen, bestond niet meer. De polder was zelfgenoegzaam en vadsig geworden. Demonstreren was iets voor programma’s als ‘Andere tijden..’ geworden. Of voor Omroep Max.

    Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat er geen ongenoegen was. Dat was ruim voor handen. En van tijd tot tijd laaide dat ook op. Toen vier jaar geleden Syrische en andere vluchtelingen het land binnenkwamen, werd er wel degelijk geprotesteerd. De bestuurder die een asielzoekerscentrum wilde openen, moest geregeld onder politiebescherming naar huis. Soms werden ze ook toegezongen met teksten waarmee je het Songfestival nooit zal winnen. Het was de opstand van de onderbuik. Het diende geen goede zaak en dan telt het kennelijk niet.

    Het ongenoegen was de laatste jaren sowieso van het diffuse soort. Het ging tegen de ‘elite’, de graaiers en zakkenvullers en de lamstralen op het Binnenhof. En daar hoefde je de straat niet voor op. Je kon tieren en schelden via de sociale media en verder waren Geert en Thierry er nog om die woede politiek een stem te geven.

    Dat is met de huidige protestgolf veranderd. Of het nu om de boeren, bouwvakkers en al de andere Malieveldbezetters gaat, ze hebben hele concrete grieven en eisen. Over de merites daarvan kun je van mening verschillen maar ze kunnen rekenen op minstens begrip en vaak de sympathie van het publiek. Vrijwel iedereen gunt leerkrachten en zorgverleners meer salaris en de boeren en bouwvakkers de kans om ‘eerlijk hun brood te verdienen’. Ze kunnen rekenen op draagvlak en dus moet de politiek wel luisteren.

    Wat opvalt bij de protesten is het rustige en soms zelfs gemoedelijke verloop. Er was inderdaad enige opwinding over de verhitte boer in Groningen die zijn trekker in het Provinciehuis wilde parkeren, maar dat is vooralsnog het enige vermeldenswaardige incident. En daar schrokken de leiders zo van dat ze meteen excuses aanboden en beterschap beloofden. Het verlies van draagvlak moest hoe dan ook worden voorkomen.

    Wie een paar weken geleden bij de manifestatie op het Malieveld was en de aanwezigheid van de met zwaar materieel uitgerukte ME en politie wegdacht, kon zich op de kermis wanen, inclusief de schallende muziek, eetkraampjes, rommel en hier en daar een aangeschoten demonstrant. De sfeer werd nooit grimmig. Het had veel van een dagje uit. We nemen het ervan, want morgen wachten de koeien weer. En de volgende ochtend bakten de overblijvers eitjes voor de passanten.

    En zo was het ook bij de bouwvakkers. Die oranje hesjes moesten ongetwijfeld duidelijk maken dat de nood hoog was, maar het was niet code rood. Ze wilden aandacht voor hun problemen. Ze wilden geen bloed zien maar oplossingen. En na afloop trokken ze niet de binnenstad in om de boel kort en klein te slaan. Er sloegen hooguit een paar stoppen door.  Het was uiteindelijk ontzettend braaf.

    Het kan ook anders zoals iedereen die Parijs heeft bezocht in de tijd dat de Gele Hesjes hun oproer kraaiden, kan beamen. Daar heerste de noodtoestand en konden angstaanjagende robocops relschoppers vaak niet tegenhouden als het protest omsloeg in proletarisch plunderen.

    En als we iets verder teruggaan in de tijd, was het in de polder ook vaak hommeles. Het ontruimen van kraakpanden liep in Amsterdam vaak uit op bloedige gevechten tussen ME en krakers. Met als dieptepunt de stadsguerrilla tijdens de kroning van koningin Beatrix in 1980, toen men vreesde dat de krakers door de verdedigingslinie rond de Nieuwe Kerk zouden breken.

    Zo dichtbij zal de revolutie vermoedelijk niet meer komen. Over de gezapigheid die op het krakerstijdperk volgde zullen sociologen vast en zeker hun verklaringen paraat hebben. Die rellen waren vermoedelijk de uitlopers van de ‘opstandige jaren 60’ toen in recordtijd de gevestigde orde in elkaar zeeg. En we moeten niet vergeten, het brandpunt van dat oproer was Amsterdam. Buiten de gidsstad aan de Amstel ging het er allemaal stukken rustiger aan toe. Er veranderde weliswaar het een en ander, maar veel bleef ook hetzelfde. Het protest bleef meestal binnen de burgerlijke perken.

    Met het ouder worden van de protestgeneratie ging ook de fut eruit. Het is waarschijnlijk een te groot woord maar de daaropvolgende jaren stonden in het teken van de restauratie. Het is vermoedelijk geen toeval dat het ‘polderen’ tegen de eeuwwisseling als politiek begrip zijn entree maakte. Het zou aanknopen bij een oud-vaderlandse traditie van het zoeken naar consensus, het compromis en depolitiseren. Of voor wie de nadelen niet uit het oog wil verliezen: pappen en nathouden, de kool en de geit sparen en voortmodderen.

    Betekenen de laatste en ongetwijfeld nog komende demonstraties nu dat we uitgepolderd zijn? Dat de succesformule van de laatste decennia over zijn houdbaarheidsdatum heen is, zoals je hier en daar wel hoort? Dat lijkt me een voorbarige conclusie. De meeste eisen van de demonstranten zijn zeer concreet, meer geld, minder regels, en die lenen zich bij uitstek voor gepolder. Reken maar op ‘overgangsregelingen’ voor de boeren en de bouw en betere arbeidsvoorwaarden voor het onderwijs en de zorg. Het Malieveld zal volstromen, maar de overlegkamertjes ook.

    3 REACTIES

    1. “…Geert en Thierry er nog om die woede politiek een stem te geven”? Nou niet echt. Het klimaat en mileu laten het duo GT liggen en dus daar geven anderen de politiek een stem.
      Barmhartigheid tav immigranten, ook daar…
      Er zijn zoveel issues (kwesties) dat het voor de keizer te moeilijk wordt om te kiezen.
      Ik bv wil niet meer immigranten dan er nu al zijn maar wel meer doen voor klimaat en milieu. Verder vind ik dat er minder mensen bij de overheid zouden moeten zijn.
      Welke partij moet ik kiezen?

    2. De baan politicus/politica, lijkt mij, bijna bovenmenselijk. Je moet om geen stemmen te verliezen werkelijk iedereen te vriend houden en toch doortastend beleid maken. Dat bijt. Dat bijt temeer daar de kiezers leuke, gezellige, inspirerende, bemoedigende, verhalen willen horen ook al wordt er ronduit gelogen en gefantaseerd. Leuke, gezellige verhalen daar knapt een mens van op. En kun je jezelf in slaap sussen en blijven volhouden dat wij allemaal dol zijn op onze kinderen en kleinkinderen en na mij de zondvloed. En als de zondvloed komt hebben de dames en heren politici het gedaan, dezelfde politici, die, wanneer ze geen leuke gezellige verhaaltjes vertellen een schop onder hun kont kunnen krijgen van de kiezers.

    Comments are closed.