Kamerlidmaatschap is geen opstapje voor carrièremakers

    0
    101

    Leestijd: 2 minuten.

    Nog een dik halfjaar en dan is de zittingstermijn van de Tweede Kamer voorbij. Eindelijk eens een regeerperiode waarin geen vervroegde verkiezingen nodig waren. Maar wie een foto van de Kamer uit september 2012 vergelijkt met die van de huidige volksvertegenwoordiging zou haast denken dat er wel verkiezingen hebben plaatsgevonden. Want de samenstelling van ons parlement is in vier jaar drastisch gewijzigd. Tal van Kamerleden zijn verdwenen en vervangen door andere. Ook verlieten er niet minder dan zeven hun fractie met behoud van zetel, maar zij zijn in elk geval nog parlementariër.

    Veel Kamerleden die hun functie neerlegden, deden dat omdat hen elders een baan wachtte die ze leuker vonden. Mariëtte Hamer (PvdA) bijvoorbeeld werd voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. Paulus Jansen (SP) wethouder in Utrecht. Eddy van Hijum (CDA) gedeputeerde in Overijssel. Cora van Nieuwenhuizen (VVD) Europarlementariër. Dit is een greep, de volledige lijst is veel langer. De laatste in deze categorie is Tanja Jadnanansing (PvdA). In 2012 nog vierde op de kandidatenlijst, binnenkort werkzaam op een mbo-school in Rotterdam.

    Naast deze “carrièrevertrekkers” waren er ook spijtoptanten. Kamerleden die vonden dat ze achteraf gezien maar beter niet in het parlement hadden kunnen gaan zitten, of in elk geval niet voor hun partij. Myrthe Hilkens (PvdA) bijvoorbeeld, die zich in haar fractie niet thuis bleek te voelen en er de brui aan gaf. Of Wassila Hachchi (D66), die liever voor de Amerikaanse presidentskandidaat Hillary Clinton ging lobbyen. Onbetaald, want de Kamer kent gelukkig een riante wachtgeldregeling.

    Een ietwat merkwaardige reden voor zijn vertrek gaf Jan de Wit (SP). In 2014 kwam de 68-jarige er plotseling achter dat hij te oud was voor het Kamerwerk. Had hij dat twee jaar eerder, toen hij zich kandidaat stelde, niet kunnen zien aankomen?

    Sommige Kamerleden hadden graag willen blijven, maar moesten weg omdat ze te veel in opspraak waren geraakt, bijvoorbeeld door gesjoemel of dronken rijden. Het waren vooral VVD’ers: Mark Verheijen, René Leegte, Matthijs Huizing en Johan Houwers. De laatste kwam overigens later weer terug om onder de naam Groep Houwers voor zichzelf te beginnen.

    Tenslotte waren er nog een paar Kamerleden die hun zetel opgaven om tot het kabinet toe te treden. Ard van der Steur (VVD) werd minister van Veiligheid en Justitie. Klaas Dijkhoff (ook VVD) staatssecretaris op ditzelfde departement. En Martijn van Dam (PvdA) is tegenwoordig staatssecretaris van Economische Zaken.

    Tussentijds vertrekkende Kamerleden zijn van alle tijden, maar de afgelopen jaren was het wel heel erg. Dat soms iemand om politieke reden uit het parlement verdwijnt, is onvermijdelijk. Maar in principe geldt het Kamerlidmaatschap voor vier jaar. Het is geen opstapje voor carrièremakers of iets wat je eens probeert om te kijken of het je ligt. Ook zou de screening van de kandidaten beter moeten, zodat er minder noodgedwongen opgestapt hoeft te worden. De (nog officieel te benoemen) Staatscommissie Bezinning Parlementair Stelsel zit straks niet om werk verlegen.

    fons

    Fons Kockelmans werkte jarenlang in Den Haag als parlementair verslaggever. Hij schreef onder meer het boek De Haagse Werkelijkheid. In oktober verscheen zijn nieuwe boek ‘Van verzuiling tot versplintering. De Nederlandse politiek sinds de Nacht van Schmelzer’.

    Bekijk meer opinie op Achterkamertjes.nl

    Bekijk hier het volledige overzicht van alle peilingen

    Volg Frontbencher op twitter

    Like Frontbencher op Facebook