Kiezers verdeeld over Hennis, FvD blijft in de lift

    2
    675

    Leestijd: 2 minuten.

    Kiezers zijn er verdeeld over of minister Hennis-Plasschaert moet aftreden en Forum voor Democratie blijft stijgen in de peilingen. Dit zegt Maurice de Hond over zijn wekelijkse peiling:

    “Forum voor Democratie blijft gestaag stijgen.  Deze week zien we de recordscore van 9 zetels, 6 procent van de bevolking. Zetels komen met name van PVV, VVD en CDA.

    Bij de vragen over het mogelijk aftreden van de Minister van Defensie, het voorstel om scholieren verplicht het Rijksmuseum en de Tweede Kamer te laten bezoeken en over het correctief referendum valt de grote verdeeldheid onder de Nederlanders op. Niet alleen zien we ongeveer net zoveel mensen voor als tegen, maar de verschillen naar kiezersgroepen verlopen langs vergelijkbare lijnen.

    43 procent van de kiezers zijn voor het aftreden van Minister Hennis-Plasschaert en 44 procent tegen. Kiezers van PVV, SP, 50PLUS en FvD zijn in meerderheid voor en die van de andere partijen in meerderheid tegen. Bij de kiezers van de PvdA vindt 39 procent dat zij moet aftreden en 52 procent niet.

    42 procent vindt het een goed voorstel dat scholieren het Rijksmuseum moeten bezoeken en 49 procent dat de Tweede Kamer bezocht moet worden. Ten aanzien van het Rijksmuseum zijn alleen kiezers van CDA en 50PLUS duidelijk voor.  En o.a. kiezers van D66 duidelijk tegen. Ten aanzien van de Tweede Kamer zijn de kiezers van PVV, 50PLUS en FvD in meerderheid tegen.

    Net zoals in 2005 en 2015 is een vraag gesteld of men voor het invoeren van het correctief referendum is. Dat was in 2005 60 procent, in 2015 67 procent en inmiddels is het 50 procent. Kiezers van PVV, SP, 50PLUS en FvD zijn in sterke mate voor. De overige kiezers duidelijk niet. Terwijl in 2005 nog drie kwart van de kiezers van D66 en PvdA voor het correctief referendum was, is dat nu nog maar een kwart.

    Het lijkt erop dat de gebeurtenissen rond en na het Oekrainereferendum (april 2016) bij kiezers van VVD, PvdA, D66 en GroenLinks het enthousiasme voor referenda aanzienlijk heeft bekoeld.

    Als je naar de uitslagen kijkt van deze peiling en ook ziet dat de electorale ontwikkelingen in Duitsland inmiddels vergelijkbare patronen laten zien als in Nederland dan zou het politiek Den Haag grote zorgen dienen te baren.

    Niet alleen neemt de fragmentatie toe (waardoor het moeilijker wordt een -stabiele- regering te vormen), maar ook zien we een steeds scherpere tweedeling binnen de bevolking ontstaan. Tussen kiezers die zich wel vertegenwoordigd voelen in het bestuur van het land en degenen die dat niet voelen. Het niet verder doorzetten van de invoering van het correctief referendum is voor die laatste groep alleen nog maar een verdere bevestiging van het feit dat zij geen invloed hebben of kunnen krijgen in de besluitvorming in Nederland. Een tweedeling die de bestuurskracht alleen maar verder doet afnemen en tot verkiezingsuitslagen zullen leiden die het (nog) moeilijker maakt om regeringen te vormen.

    En vervolgens zal kunnen leiden tot verkiezingsuitslagen (en niet alleen in Nederland) die op dit moment volledig ondenkbaar zijn (zoals in begin 2016 een overwinning van Trump in de VS voor heel veel mensen volledig ondenkbaar was).”

    2 REACTIES

    1. Met de stelling in de voorlaatste alinea blijft het de vraag, of een raadgevend of correctief/bindend referendum een effectieve oplossing is. Als die indruk van niet-gehoord worden terecht is, zullen de politici in ieder geval ook een andere houding moeten innemen tegenover de burgers die zij zeggen te vertegenwoordigen. Een referendum helpt misschien een klein beetje, maar is m.i. geen echte oplossing en brengt bovendien ook een aantal nadelen met zich mee.

      Wat moet er dan vooral veranderen in de houding van politici? Ik heb de overtuiging dat die verandering te maken heeft met de opmerking van Van der Laan in Zomergasten om op te houden met “elkaar vliegen af te vangen”. Maar ik zou dat in drie richtingen iets verder willen uitwerken. Als men dat kan opbrengen zal dat winst zijn voor politici van alle richtingen en worden hun besluiten beter.
      1. Expliciet onderscheid maken tussen feiten en interpretaties/oordelen en dat vraagt een andere stijl van debatteren.
      2. Nieuwsgierig proberen de besluiten te begrijpen die alle betrokkenen op grond van interpretatie/beoordeling van de gezamenlijke feiten voorstellen.
      3. En dan pas het politieke debat aangaan, zoals dat in onze democratie gebruikelijk is, incl. vliegen afvangen.

      Een (raadgevend) referendum kan een beetje helpen om helder te krijgen waar iedereen staat, zeker bij nieuwe thema’s, maar daarna begint het. Bindende of correctieve referenda stellen veel hogere eisen aan de deelnemers. Bovendien halen ze de tweedeling ook niet weg als de verdeling ongeveer 50/50 blijkt.

    2. @ redactie,

      U verwoordt het precies voor mij: “Het niet doorzetten van de invoering van het correctief referendum is voor die laatste groep alleen nog maar een verdere bevestiging van het feit dat ze geen invloed hebben of kunnen krijgen in de besluitvorming in Nederland.”
      Exact omschreven!
      Het gevolg, verdere versplintering van het politieke landschap en het nog moeilijker kunnen vormen van regeringen, doet mij dan ook alleen maar deugd. Vooral ook omdat het juist die partijen zijn die tegen referenda zijn (of nu ineens ook geworden zijn) die (vaak) in de regering zitten. Tevreden stel stel ik dan ook vast: ‘boontje komt om zijn loontje’.
      Nog een schrale troost: wellicht komen er wel minderheidsregeringen. Moeten ze steeds een meerderheid per onderwerp zoeken in de Tweede en Eerste Kamer. Voelt een beetje aan als een continue vorm van parlementaire referenda… ?

    Comments are closed.