Koopkracht stijgt toch. Of niet?

    7
    661

    Leestijd: 2 minuten.

    Geen paniek, Nederlanders, jullie koopkracht gaat er dit jaar wel degelijk met gemiddeld 1,6 procent op vooruit. Met die blijde boodschap kwam het Centraal Planbureau (CPB) vanochtend. Helemaal nieuw was het nieuws niet, want Mark Rutte had het al een paar maal verklapt. Alles komt goed, bezwoer de premier afgelopen weekend nog in het AD.

    Daarmee sprak hij zijn eigen klimaatminister en partijgenoot Eric Wiebes tegen. Die zei een paar weken terug in de Tweede Kamer dat het kabinet ‘minder stellig’ had moeten zijn over de koopkrachtplaatjes voor 2019. Op dat moment was net duidelijk geworden dat de energiekosten veel harder stijgen dan de bevolking was voorgespiegeld. Wiebes sloeg in de Kamer een nederige toon aan, maar achteraf gezien dus onterecht. Er is, zo becijfert het CPB, niets aan de hand. Met de hogere energierekening, die vorige maand zoveel paniek veroorzaakte, heeft het planbureau niets te maken. Het gaat uit van zijn eigen cijfers.

    De vraag is of er veel vertrouwen zal worden gehecht aan de nieuwe ramingen. Er bestaat toch al een sterke neiging om de beloftes van het kabinet niet te geloven, ook (of zelfs) niet als ze met CPB-ramingen onderbouwd zijn. Iedereen ziet wel dat zijn loonstrookje door belastingverlagingen een wat rooskleuriger aanzien heeft. Maar zouden die paar tientjes voordeel per maand opwegen tegen de duurdere boodschappen (btw-verhoging), de hogere kosten voor gas, water en licht en nog het een en ander?

    Het zal dan ook niemand verbazen als er over een paar weken weer andere berekeningen opduiken, die de sommetjes van het CPB onderuit halen. Maar als dat over een paar weken gebeurt, is dat niet zo erg, zullen de coalitiepartijen denken. Dan zijn de verkiezingen voorbij, dus dan zien we wel weer verder.

    Overigens is er ook los van de huidige situatie alle aanleiding om zeer voorzichtig om te gaan met de koopkrachtcijfers van rekeninstituten. Het CPB en vergelijkbare instellingen gaan altijd uit van gemiddelden, en zoals iedereen weet: het gemiddelde huishouden bestaat niet. Er zijn altijd wel promoties, ontslagen, verhuizingen, echtscheidingen, sterfgevallen en noem maar op, die de koopkracht beïnvloeden. En nog veel belangrijker: bij prognoses gaat het om de toekomst, en niemand kent die toekomst. Als de wereldeconomie tegenzit, kunnen alle koopkrachtplaatjes meteen het raam uit. Het CPB zegt dat soort dingen er altijd wel eerlijk bij, maar deze mededelingen krijgen bij de presentatie nooit de nadruk. Voor één keer zou het verstandig zijn om naar minister Wiebes te luisteren: het kabinet moet minder stellig zijn met koopkrachtbeloftes.

    7 REACTIES

    1. In de perspublicaties zie ik de verhoging van de ziektekostenprremie nergens terug, als die niet is meegenomen in de genoemde 1,6%, dan wordt het beeld dus ongunstiger voor de koopkracht, en komen we weer in de buurt van 0%.

    2. Onverklaarbaar dat meer kosten voor energie niet van invloed zijn op de koopkracht bij het CPB.
      In onze portemonnee werkt dat heel anders!

    3. De voorspellingen van het linkse CPB-bolwerk moeten we met een korreltje zout nemen. Bij een van de praatprogramma’s op het eveneens links georieënteerde NPO werd onlangs gesproken over nepnieuws. Die koopkrachtplaatjes van het CPB valt onder die categorie. Wat is nepnieuws? Alles wat de elite, de gevestigde orde, niet zint. Maar onder de categorie nepnieuws valt ook de verbetering van het milieu wereldwijd met electrische auto’s, zonnepanelen en warmtepompen in Nederland en de schooljeugd, die “spontaan” actie voeren voor het milieu, terwijl ze van Afrika tot India en Rusland tot Amerika het milieu aan hun laars lappen. Allemaal nepnieuws. Moeten we niet intrappen.

    4. Onzin al de koopkracht praatjes, wederom wordt het pensioen van de ouderen niet geïndexeerd, dus niet gecompenseerd voor inflatie. Ook de mensen met een uitkering en de lage inkomens merken niets van de zogenaamde koopkracht stijging.
      Het wordt gewoon minder , wat de politici ook zeggen.
      Mij betuttelen ze niet meer. Eens een leugenaar altijd een leugenaar.

    5. Ik wil ze best geloven. Mag ik als het uitgave patroon het zelfde is , maar de uitgaven groter dan de stijging van het inkomen het verschil dan van de belasting aftrekken. Denk eens na, stijging energie , stijging gemeentelijke belastingen , stijging dagelijkse boodschappen , inflatie enz. Het vergelijkingspakket van de rekenmeesters klopt niet met de werkelijkheid.

    6. Het CPB, de overheidsmassagefabriek voor burgers, zegt het en dus moeten we dat verplicht geloven, toch?

      Ik heb alleen 2 vragen:
      1. Op feiten van welk jaar hebben ze dit deze keer gebaseerd? De gegevens voor 2018 bestonden toch niet, laat staan die van 2019?
      2. Wat hebben ze allemaal niet meegerekend om tot de gewenste uitkomst te komen?

    7. Fons Kockelmans relativeert de precisie van het CPB en haalt terecht de persoonlijke situaties van de Nederlanders erbij. Van een gemiddelde of mediane Nederlander kan daardoor geen sprake zijn.
      Verder is het wantrouwen in de instituten terecht groot: het kabinet wil een bepaalde uitkomst zien en het betreffende instituut moet maar zien dat het aanstuurt op deze uitkomst.

    Comments are closed.