Leven na de politiek

    0
    470

    Leestijd: 2 minuten.

    Zijn werkkamer biedt op deze prille lentedag uitzicht over het zonovergoten Plein in Den Haag. Rendert Algra kijkt peinzend naar de ingang van de Tweede Kamer. Een ingang die tevens een uitgang is voor de 71 Kamerleden die na vandaag hun werkplek moeten verlaten. Een zonnige toekomst is voor de meesten lang niet vanzelfsprekend. Wat nu?

    Ze zouden het Plein kunnen oversteken en aankloppen bij Loopbaan Na Politiek, waar Rendert Algra senior partner is. Zijn kantoor richt zich vooral op de honderden wethouders die het veld moeten ruimen, maar ook Kamerleden zijn meer dan welkom.

    Als Frontbencher hem bezoekt rekent de Fries af met het populaire misverstand dat de dames en heren politici elkaar vanuit een bevoorrechte positie mooie baantjes toespelen. Alleen de top, bijvoorbeeld mensen die lang een zware ministerspost hebben bezet, komt dankzij een netwerk goed terecht. De meeste Kamerleden leiden een anoniem bestaan in hun werkkamer en de commissiekamers. Zelfs als deze backbenchers enkele keren voor de tv-camera’s hebben gestaan, moeten ze niet de illusie hebben dat ze bekend zijn bij het grote publiek, zegt Algra.

    “Voor oud-Kamerleden geldt hetzelfde als voor andere werkzoekenden. De banen liggen niet voor het opscheppen en een vaste voltijdbaan van 40 uur per week is in deze tijd niet meer vanzelfsprekend,” aldus Algra, die zelf Kamerlid was voor het CDA tussen 2002 en 2010. “Politiek is verslavend en de meeste Kamerleden denken niet na over hun toekomst. Dat zouden ze beter wel kunnen doen”.

    “Als politicus zit je in de Haagse kaasstolp niet in het goede netwerk dat leidt tot een baan buiten de politiek. En politieke partijen houden zich niet bezig met loopbaanbegeleiding,” weet Algra. “Politici kunnen wel denken dat ze een voorsprong hebben door hun bestuurlijke ervaring, maar op bestuurders zitten ze in het bedrijfsleven niet te wachten, en ook niet bij de instellingen van de overheid. Bovendien zijn werkgevers niet bepaald onder de indruk van de ervaring die Kamerleden hebben als manager, want meestal sturen ze slechts één fractiemedewerker aan”.

    “De meeste werkgevers hebben geen idee waar politici de hele dag mee bezig zijn. Kamerleden komen vooral in het nieuws als ze forse kritiek hebben op bewindslieden of op elkaar. Ze hebben daardoor het imago van lastige klanten. En de taal de die afgevaardigden tegen elkaar bezigen draagt er niet aan bij dat mensen een hoge pet hebben van de politiek. Bovendien is er een groot verschil in de cultuur van een bedrijf en de cultuur van de Tweede Kamer. Als beginnend Kamerlid moet je vechten om als woordvoerder een mooie portefeuille te krijgen. Je grootste concurrenten zitten naast je in de Kamerbanken”.

    Oud-Kamerleden doen er goed aan niet lang uit te huilen, maar de knop om te zetten naar een nieuwe toekomst. “Slechts 10 tot 20 procent heeft geen loopbaanbegeleiding nodig,” denkt Algra. Zijn werk vereist discretie, dus over personen horen we hem niet. Wel wil hij kwijt dat er leven is na de politiek: “Wij hebben een slagingspercentage van 65 procent binnen zes maanden en 90 procent binnen een jaar”.