Linschoten moet zakjes plakken

    6
    455

    Leestijd: 2 minuten.

    In het verleden zijn wel eens Kamerleden de bak in gedraaid (“Domela moet zakjes plakken, hi ha ho” werd in 1887 gezongen over de socialist Domela Nieuwenhuis), maar een (voormalig) bewindspersoon overkwam dat nog nooit. Tot vandaag. Want Robin Linschoten, staatssecretaris van Sociale Zaken in Paars I, kreeg van de rechter in Amsterdam te horen dat hij vijf maanden de cel in moet wegens belastingfraude. Drie maanden zijn voorwaardelijk, maar Linschoten zal dus twee maanden daadwerkelijk moeten brommen.

    Een trieste dag voor de voormalige staatssecretaris. En dan ook nog op een moment waarop zijn partij, de VVD, het toch al heel moeilijk heeft. Want het net rond Jeanine Hennis, de door de Onderzoeksraad voor Veiligheid zo genadeloos bekritiseerde minister van Defensie, begint zich te sluiten. Ingewijden in politiek Den Haag houden er rekening mee dat Hennis nog voor het Kamerdebat van dinsdag de eer aan zichzelf zal houden, al dan niet op ‘advies’ van de partijtop.

    Maar misschien is de kwestie-Hennis voor Linschoten wel een piepkleine pleister op de wonde. Hij is nu tenminste niet de enige VVD’er die met schande overladen in de publiciteit komt. Dat lot mag hij delen met zijn tot voor kort nog zo onaantastbaar lijkende partijgenote.

    De troost zal uiterst schraal zijn voor Linschoten, die in de jaren tachtig en negentig behoorde tot de absolute toptalenten in zijn partij. Linschoten, qua uiterlijk het prototype van de zelfgenoegzame corpsbal, kwam in 1982 in de Tweede Kamer. Al snel viel hij daar op. Want de gesjeesde rechtenstudent was niet alleen een arrogante praatjesmaker, hij bleek ook over onmiskenbare politieke capaciteiten te beschikken. Als expert op het gebied van sociale zekerheid toonde hij zich een geducht debater, die niet alleen messcherp uit de hoek kon komen, maar ook altijd wist waarover hij het had.

    In 1994 werd Linschoten door toenmalig VVD-leider Frits Bolkestein beloond met een post in het kabinet. Hij werd staatssecretaris van Sociale Zaken. Ook in die functie deed hij het aanvankelijk heel goed. Linschoten maakte indruk met zijn kennis van zaken, en dat hij zich af en toe gedroeg als een blaaskaak werd hem door de meeste politici vergeven. Het werd zelfs gezien als een charmant trekje. “Een boef, maar wel een leuke boef,” omschreef GroenLinks-leider Paul Rosenmöller hem.

    Maar de tenen zijn lang op het Binnenhof, dus zijn hautaine houding bezorgde Linschoten ook vijanden. Toen er gedoe ontstond over omstreden benoemingen bij het CTSV – een al lang weer opgedoekte toezichthouder in de sociale zekerheid – kreeg hij onmiddellijk problemen. In een debat over de kwestie in 1996 eiste Linschoten vol bravoure het volledige vertrouwen van de Kamer. Toen dat uitbleef, trad hij af.

    Het was een heel wat eervoller einde dan dat van veel bewindslieden na hem, die alleen hevig tegenspartelend tot het indienen van hun ontslag bereid bleken. “Die komt nog wel terug,” zeiden politieke insiders na het vertrek van de VVD-staatssecretaris.

    Maar dat gebeurde niet. Linschoten werd nog wel kroonlid van de SER en voorzitter van het adviescollege voor de regeldruk Actal, maar een plek op het Binnenhof zat er niet meer in. Als ondernemer ging het hem blijkbaar ook niet goed, gezien het feit dat hij zijn toevlucht moest nemen tot belastingontduiking. Onder druk van alle tegenslag schijnt ook nog eens zijn huwelijk te zijn stukgelopen.

    En nu dus de cel in, tenzij hij er in hoger beroep nog in slaagt zijn lot te keren. Zo gaat Rosenmöllers omschrijving van Linschoten toch nog letterlijk uitkomen.

    6 REACTIES

    1. @Piet,
      Een opmerking over klassejustitie.
      Jij doelt hier op de rechtelijke macht. Dat deel van justitie..
      Het is toch wel frappant dat het andere deel van justitie – het OM – ‘slechts’ een taakstraf voorstelde. Wellicht omdat dit deel van de keten die justitie genoemd wordt door VVD-bewindslieden bestuurd wordt?
      Gelukkig dat de rechtelijke macht in de justitie-keten onafhankelijk is.
      De strafeis ansich riekt m.i. weldegelijk naar klassejustitie.
      Of heet het dan anders? Vriendjespolitiek of – foutief te laag ingeschatte strafeis, door een ambtenaar… of SG?

      • @Ronaldo
        Mee eens, maar dat laat m.i. juist heel goed zien dat de rechtspraak in NL onafhankelijk kán zijn. Het OM eist een straf, de rechter veroordeelt en doet dat hier heel anders dan geëist. Prima toch? Of daar klassejustitie voor of tegen Linschotenachter zit, voor beide zijn argumenten, kan ik op grond van de feiten niet beoordelen. Ik vind wel, dat Justitie de schijn alleen al zou moeten vermijden, eveneens voor én tegen Linschoten.

    2. Pardon! “Maar misschien is de kwestie-Hennis voor Linschoten wel een piepkleine pleister op de wonde. Hij is nu tenminste niet de enige VVD’er die met schande overladen in de publiciteit komt. Dat lot mag hij delen met zijn tot voor kort nog zo onaantastbaar lijkende partijgenote.” Dat overkwam toch ook al Teeven, Opstelten en Van der Steur? Die laatste liet studenten in het kader van ontgroening zijn kasteel opknappen. Hij draaide er niet de cel voor in maar eigenlijk had dit machtsmisbruik best bestraft mogen worden. En Hooijmaaijers, de voormalig provinciebestuurder is ook zo’n VVD’er die een straf moet uitzitten voor een zwaar geval van omkoping. De Hoge Raad heeft zijn straf met twee maanden verminderd omdat ‘de stukken te laat waren aangeleverd’. Tja, heb je er als VVD’er toch nog voordeel bij dat er zo op justitie is bezuinigd.

      Robin Linschoten was eens aanwezig bij een uitzending van Max over de thuiszorg. Toen medewerksters van de huishoudelijke zorg klaagden dat ze 20% loon hadden moeten inleveren voor baanbehoud (van hun toch al karige inkomen) zei Linschoten gevoelloos dat je daaraan kon zien dat ‘de marktwerking werkt’. Want weliswaar kreeg hijzelf een topinkomen in de zorg maar hij kon dan ook iets wat anderen niet konden (vond hij zelf).
      Ik zie nog de geschokte blik van de thuiszorgmedewerksters. Wat een volkomen gevoelloze opmerking!

      En wat mij ook nog schokte, is dat hij zijn boekhouder de schuld in de schoenen wilde schuiven. Gelukkig kon de boekhouder aantonen dat hij Linschoten gewaarschuwd had dat hij te weinig gegevens aanleverde om netjes aangifte te kunnen doen. Anders had hij hem er zonder met zijn ogen te knipperen voor op laten draaien.

      Van mij mag meneer Linschoten brommen. En nou maar hopen dat hij er géén strafvermindering uit weet te slepen.

      • @Petra
        Hennis en Linschoten zijn twee onvergelijkbare kwesties. Linschoten is gewoon iemand die zich misdragen heeft volgens het strafrecht. Hij heeft geen publieke functie (meer) en wordt als een gewone nederlandse burger berecht. Wel wordt zijn misdrijf hem iets zwaarder aangerekend en daardoor wordt de straf iets zwaarder. Misschien toch een signaal, dat het met klassejustitie in NL wel meevalt.
        Hennis is als minister eindverantwoordelijk, maar haar kan “normaal” weinig verweten worden. Zij heeft als politiek verantwoordelijke minister nauwelijks grip op haar ministerie. Dat heeft een Secretaris Generaal, als ambtelijk verantwoordelijke, al nauwelijks. En van toepassing van strafrecht is waarschijnlijk al helemaal geen sprake. Het hoort in NL, dat een minister in zulke gevallen aftreedt, maar ook maar een heel kleine bijdrage aan de oplossing van een probleem is het in ieder geval niet.

        • Ik ging in op de tekst van Fons Kockelmans. Ik start met het citeren van een stukje uit zijn tekst en daar reageerde ik op.

    Comments are closed.