Maak het Kamerlidmaatschap weer parttime

    2
    340

    Leestijd: 1 minuten.

    Heel wat nieuwe Kamerleden zijn geen onbekenden op het Binnenhof. Ze waren eerder fractiemedewerker of politiek assistent van een minister, schrijft het Financieele Dagblad. De krant noemt voorbeelden als Maarten Hijink en Peter Kwint van de SP, die voorheen als fractievoorlichter werkten, PVV-Kamerlid Gabriëlle Popken (gewezen persoonlijk medewerkster van Geert Wilders) en Sophie Hermans (ex-politiek assistente van premier Mark Rutte). Uit een wat verder verleden vallen daar nog veel meer voorbeelden aan toe te voegen. Zo begon CDA-leider Sybrand Buma als fractiemedewerker bij zijn partij en was Kamerlid Joël Voordewind van de ChristenUnie ooit hoofd communicatie van zijn fractie.

    De ontwikkeling dat nieuwkomers bij voorkeur niet van buiten, maar van binnen worden aangetrokken is al decennia gaande, zegt parlementair historicus Bert van den Braak in het FD. Volgens hem is de trend al vanaf de jaren tachtig zichtbaar. Hij noemt ook een oorzaak. Tot circa 1970 was Kamerlid zijn geen fulltime bezigheid. De financiële vergoeding was niet zodanig dat daarvan te leven viel. Kamerlid was een deeltijdfunctie. Een bijbaan, die vervuld werd naast bijvoorbeeld een betrekking bij de vakbeweging, een werkgeversorganisatie of het bedrijfsleven.

    Van den Braak zegt er niets over, maar waarom keren we eigenlijk niet terug naar de oude situatie? Senatoren, gemeenteraadsleden en leden van Provinciale Staten doen hun politieke werk tenslotte ook doorgaans naast hun gewone werk. Iedereen vindt dat normaal. Of er ooit onderzoek is geweest naar de hoofdberoepen van raadsleden weet ik niet, maar in de senaat zitten – naast een hoop bejaarden – vertegenwoordigers van allerlei beroepsgroepen, van hoogleraren tot burgemeesters, van bestuurders van verzekeringsmaatschappijen tot advocaten.

    Er wordt wel eens geklaagd over de “twee petten” die sommige Eerste Kamerleden dragen, maar parttime volksvertegenwoordiger zijn heeft ook evidente voordelen. De volksvertegenwoordigers worden dan niet langer gerekruteerd uit hetzelfde kleine wereldje, ze staan met hun poten in het maatschappelijk bluswater en – heel belangrijk – ze zijn gedwongen veel meer op hoofdlijnen te debatteren. Want voor urenlange discussies over technische uitvoeringsdetails hebben ze geen tijd meer.

    Extra voordeel: het is een stuk goedkoper. De salarissen van de Kamerleden kunnen immers flink omlaag omdat ze er niet meer van hoeven te leven. Zijn ze meteen van die ellendige kwalificatie “zakkenvuller” verlost.

     

    2 REACTIES

    1. Ik zou de Senaat niet bepaald een dwarsdoorsnede van de bevolking willen noemen! Allerlei beroepen, jawel, maar toch vooral uit de bovenste helft van de sociaal-economische bovenlaag.
      Volksvertegenwoordigers slecht betalen leidt er alleen maar toe dat het steeds meer een erebaan wordt: alleen weggelegd voor mensen met een ruime portemonnee. En erebanen trekken bovendien vooral mensen aan die bovengemiddeld eerzuchtig zijn. Al met al gaat dit voorstel precies de verkeerde kant op.

    2. Niet voor niets werd de oude situatie verlaten. Het verwijzen naar de gemeentelijke situatie is ook al niet zo best als je bedenkt dat veel partijen kampen met een tekort aan mensen die zich aanmelden voor de lokale politiek.
      Logisch. Gemeenteraadslid, dat word je geacht naast je baan te doen. De praktijk is echter een stuk lastiger. Gemeentes worden samengevoegd waardoor raadsleden tussen de verschillende kernen moeten pendelen om ingelicht te blijven. Fusiebesprekingen slokken veel tijd op. Met het gevolg dat raadsleden vaak de pijp al aan maarten geven voordat de vier jaren erop zitten – volkomen opgebrand! En als je bedenkt dat die vergoeding vaak niet opweegt tegen al het werk, dan besef je dat de oplossing voor de landelijke politiek niet bepaald in deze richting gezocht moet worden.
      En hoe wenselijk is het dat Eerste Kamerleden niet altijd onpartijdig zijn maar in het belang van hun werkgever kunnen stemmen?

    Comments are closed.