Maakt het wat uit waar Kamerleden vandaan komen?

    5
    1285

    Leestijd: 2 minuten.

    De Randstad is oververtegenwoordigd bij de kandidaten die op 15 maart een kans maken in de Tweede Kamer te worden gekozen. Maar liefst twee derde van hen is afkomstig uit Noord-Holland, Zuid-Holland of Utrecht. Ruim een derde woont in een van de vier grote steden. Afgelegen regio’s komen er bekaaid af. Zeeland levert slechts 2 kansrijke kandidaten, Drenthe en Friesland elk 3 en Limburg 8. Dat is althans het beeld als je afgaat op hun huidige woonplaats. Als je kijkt naar de plek waar ze geboren zijn is het beeld wat gunstiger voor de regio’s. Maar ook dan is het aantal Randstedelingen opvallend hoog.

    Volgens het Montesquieu Instituut, dat dit allemaal heeft laten uitrekenen door het Politiek Documentatie Centrum, hebben de partijen het zo druk met het zorgen voor voldoende vrouwen, ouderen, jongeren en deskundigen op hun lijsten dat de boertjes van buuten er bij inschieten. Je kunt je afvragen of dat erg is. Mocht het antwoord op die vraag “ja” zijn, dan kun je nadenken over een oplossing.

    Die oplossing ligt nogal voor de hand: voer in Nederland weer een districtenstelsel in en we zijn verzekerd van een perfecte regionale spreiding. Tot een eeuw terug hadden we in Nederland zo’n systeem. Het land werd verdeeld in kiesdistricten en die kozen allemaal hun eigen vertegenwoordiger. Omdat dat systeem – net als bijvoorbeeld het huidige Amerikaanse – uitging van het principe “winner takes all”, zorgde dat er tegelijk voor dat maar een beperkt aantal partijen in de Tweede Kamer was vertegenwoordigd. Kleine partijtjes maken geen kans in een districtenstelsel, waar immers per district maar één partij kan winnen.

    Maar een districtenstelsel heeft ook nadelen. Een daarvan is het gevaar van “cliëntalisme”: kandidaten hebben een sterke binding met de regio waar ze zijn gekozen en voelen zich verplicht steeds op te komen voor de belangen van de kiezers die hen op het pluche hebben geholpen. Bij het binnenslepen van subsidies en het verdelen van baantjes zetten ze zich daarom uitsluitend in voor het belang van de thuisstreek. Aan het landsbelang hebben ze geen boodschap. In buurland België, waar veel Kamerleden wekelijks spreekuur houden om bouwvergunningen etc. voor hun achterban te regelen, blijkt hoe dit systeem uit de hand kan lopen.

    Een ander belangrijk nadeel is dat partijen met een beperkte aanhang niet in de Kamer kunnen komen. Het land wordt geregeerd door twee of drie hoofdstromingen en daar blijft het bij. Van politieke versnippering heb je geen last, maar het tegendeel is ook niet alles.

    Het was dan ook niet zo vreemd dat Nederland in 1918 overstapte op het huidige stelsel van evenredige vertegenwoordiger. Iedereen kan stemmen op alle partijen en alle stemmen gelden. Ook op dat stelsel kun je kritiek hebben, maar het functioneert alles bij elkaar heel aardig. Je kunt je trouwens afvragen wat het in een klein land als Nederland eigenlijk uitmaakt waar een kandidaat precies vandaan komt.

    Bovendien: de meeste kiezers stemmen op een lijsttrekker. En als je kijkt naar de huidige lijsttrekkers valt het met het gebrek aan regionale spreiding nog best mee. Geert Wilders is geboren in Limburg, Emile Roemer in het oosten van Brabant (waar hij nog steeds woont), het wiegje van Sybrand Buma stond in Friesland, dat van Jesse Klaver in Roozendaal en Alexander Pechtold woont in Wageningen. Waar zeuren we eigenlijk over?

    5 REACTIES

    1. @J.A.G.M.Schenk
      Ik vind deze spreiding persoonlijk niet meer dan logisch. Dit artikel is een beetje wollig qua getallen want: “Als je kijkt naar de plek waar ze geboren zijn is het beeld wat gunstiger voor de regio’s.”
      En: ” … als je kijkt naar de huidige lijsttrekkers valt het met het gebrek aan regionale spreiding nog best mee.”
      Dat veel mensen die in de landelijke politiek actief zijn naar de Randstad migreren voor zover ze er nog niet woonden, is niet meer dan logisch. Het is nou eenmaal prettig om te wonen in de buurt van waar je werkt. En hoe je het ook wendt of keert, de Randstad is in economisch, demografisch en geografisch opzicht een essentieel onderdeel van Nederland.
      Ik vind die twee derde forenzende Tweede Kamer-kandidaten nog erg veel overigens. Veel politici wonen trouwens in een landelijke omgeving binnen de Randstad. Je zou trouwens ook eens moeten kijken naar politici die na hun carrière weer richting hun geboortestreek trekken.
      Wat ik persoonlijk veel erger vind, is de onevenredige verdeling in de media die ons cultureel beïnvloed. De ether wordt nog steeds voornamelijk gevuld door een zeer beperkte kliek uit het Gooi / Hilversum; Amsterdam. En een deel daarvan ook nog eens betaald met belastinggeld.

    2. Al sinds 1985 gaan de rijksinvesteringen voor meer dan 80% naar de randstad. Daarover wordt in de Kamer nooit gesproken; het is inmiddels vanzelfsprekend. Aan de Q-koorts is niets gedaan, hoewel dat gemakkelijk had gekund. In Duitsland is, jaren voor de Nederlandse uitbraak, de Q-koorts eenvoudig gestopt. Waarom in Nederland niet? Desinteresse. Net als met Groningen, de onbeveiligde overwegen (alleen buiten de randstad), het wegtrekken van de jeugd, het onbenut laten van de mogelijkheden van de grens regio’s en het onbesproken laten van de corruptie en het wanbestuur in Amsterdam. Voor de tweederde meerderheid van randstedelingen in de Kamer allemaal normaal. Waar ik woon; het maakt wel degelijk uit.

    3. Ik zie zeker wel nadelen van een districtenstelsel, maar inderdaad krijg ik het idee dat het alleen noord westelijk van de lijn Zwolle, Nijmegen Rotterdam geregeerd wordt. Daarbuiten hangt het er maar een beetje bij.
      Het zou de partijen sieren als ze zich dat ter harte namen, mogelijk bij wet, al gaat dat wel ver.
      Overigens krijg ik vaak het idee dat men in het westen denkt dat Friesland, Groningen, Drenthe, Twente, de Achterhoek, Limburg, Brabant en Zeeland op een andere planeet liggen. Over navelstaren gesproken.

    4. Natuurlijk maakt het wat uit, vanuit welke geboorte-/woonplaats Kamerleden hun werk doen.
      Het in de gelegenheid zijn om regionale problemen – desnoods al lobbyend – direct aan de orde te stellen, levert gegarandeerd meer effect op voor de regio’s. Zie b.v. de betrokkenheid van de Kamer bij zaken als de Q-koorts, de regionale stormschade van de afgelopen jaar, het belang van investeringen in het noorden, de houding van de Kamer tegenover de gaswinning en de gevolgen daarvan.
      Hoe dan ook het is te gek voor woorden dat de Randstad met ruim 7,5 miljoen kiezers zich vertegenwoordigd ziet door 2/3 van de Kamerleden en de ruim 9 miljoen Nederlanders uit de andere provincies samen slechts met de 1/3 overige Kamerzetels tevreden moet zijn. De Tweede en Eerste Kamer vormen samen de volksvertegenwoordiging, niet de vertegenwoordiging van de 3 Randstadprovincies die zich de hegemonie over de rest maar toe-eigenen.

    Comments are closed.