Meijer; een politieke thriller

    0
    100

    Leestijd: 10 minuten.

    Beste Frontbencher-volger. Frontbencher is de afgelopen maanden bezig geweest met het papier proberen te krijgen van wat een politieke roman moet worden. Dat is een leuke, maar geen eenvoudige uitdaging. Hier publiceren wij de proloog, het eerste hoofdstuk en het begin van het tweede. Graag horen wij wat jij als kritische lezer vindt van dit stukje proza. Dat mag zijn: nu stoppen graag! Of: ik ben benieuwd hoe het verder gaat. En alles wat daar tussen zit natuurlijk. Reacties mogen op de site, via twitter facebook of mail naar redactie@frontbencher.nl/

    Je mag ook zelf ‘meeschrijven’ met de thriller. Dan maken we er samen een blogboek van!

    We horen en zien het graag!

    Proloog

    Met ieder knoopje dat hij losmaakte, kwam hij dichterbij. Dichterbij Nederland, zijn jeugd, zijn verleden. Zoals de regen hoort bij de tropen, hoort ie bij zijn jeugd. In Nederland. De regen kondigde zich nooit echt aan in Jakarta. Je wist dat ie kwam, maar nooit precies wanneer. Er waren geen insecten die ineens de kop op staken, of juist verdwenen. Het gras was altijd frisgroen, verschoot pas van kleur na een lange periode van droogte.  Ook de temperatuur was altijd gelijk, de middagen even loom, de zonsondergang even kort. En dan ineens was er de regen. Hoe anders was dat in Nederland. Daar lag regen altijd op de loer. In de herfst iedere dag, net als in de lente, en zelfs in de zomer kon je er niet van op aan dat ie wegbleef. In de winter wel, dan was het sneeuw.  

     Hij trok het shirt uit, en liet het uit zijn handen op het gras glijden. Hij sloot zijn ogen, en voelde de steeds groter wordende druppels op zijn schouders petsen. De perkamente huid die zijn schedel omspande begon te glanzen, de witte zonnevlekjes die al dode huid markeerde, contrasteerden nog sterker dan gewoonlijk. Het water spatte omhoog uit de snel groeiende plas waarin hij stond. Het werd koud, eindelijk koelde hij af. Hoewel hij nooit werkelijk kon afkoelen zoals in een Hollandse winter, met ijskristallen aan de binnenkant van zijn slaapkamerraam, en wolkjes die ook ’s nachts uit zijn neusgaten ontsnapten, was het aangenaam. Die Hollandse winter miste hij niet, maar wel het frisse gevoel ervan. Het markeerde het einde van een jaar, het begin van een nieuw. De boel bevriest, om te ontdooien in een nieuwe frisheid, als nieuw leven. Regen in de tropen bracht geen frisheid. Het bracht modder, vuil en stank. En het zette de hele boel in beweging, ook nog. Zijn wijkje veranderde in een uur tijd in een stinkende modderpoel, waarin kinderen gilden, en moeders onmiddellijk begonnen met uitwringen, leegvegen, hozen. Auto’s kwamen tot stilstand, brommers werden voortgeduwd. De mensen vloeken niet, ze lachen. Ze berusten. En wachten. Wachten tot het voorbij is. 

    Hoofdstuk 1

    Een pijnscheut trok door Meijer zijn middenrif toen hij druppelend zijn blaas leegde. ‘Godverdomme’, kreunde ie, terwijl hij een stukje vochtig toiletpapier uit het zakje trok om voorzichtig zijn lid af te deppen. ‘Ik moet echt naar de dokter met die zweer’, mompelde hij. Het begon een paar weken geleden als een klein gevoelig rood plekje halverwege z’n penis. Hij had er niet veel last van en dacht dat het vanzelf wel weg zou trekken. Maar het was paars geworden en pijnlijk, vooral in de ochtend bij het aantrekken van een onderbroek. Nu kon Meijer niet eens meer normaal plassen.

    Meijer staarde naar de foto’s op de muur in zijn toilet. Er hingen een paar van zijn dierbaarste prenten. Eentje uit zijn jonge jaren, toen hij voorzitter was van de jongerenafdeling van zijn partij. Lachende gezichten. De stropdassen van de jonge mannen waren verruild voor truien. Het was een door Meijer zelf bedachte actie. Een statement richting de oude heren. ‘Wij zijn jong, modern. We gaan de dingen anders doen.’ Een andere foto was van jaren later, toen Meijer, na enkele jaren in het bedrijfsleven, het geschopt had tot Kamerlid voor zijn partij. Na zijn maidenspeech in de Tweede Kamer was hij uitgenodigd op de Haagse werkkamer van fractievoorzitter Frans Budel. Het orakel Budel, zoals ze hem ook wel noemden, had een dikke sigaar opgestoken. Budel met de sigaar en beide met een bel whisky hadden ze lachend in de camera gekeken. En dan die mooie foto van Meijer z’n moeder, in haar witte jurk op de Javaanse rijstvelden. Meijer had nog levendige herinneringen aan die tijd in Indonesië. Van zijn geboorte tot z’n achtste levensjaar had hij daar gewoond, met zijn vader, moeder en drie zussen. Altijd als hij de zwart-wit prent bekeek, leek het of hij de geuren van de kruiden, planten en bloemen weer rook, voelde hij de natte warme deken van het tropische klimaat weer over hem heen dalen en was hij weer aan het spelen, op zijn blote voeten, met zijn Javaanse vriendjes op de frisgroene velden.

    Meijer stond op, trok door, schoof heel voorzichtig zijn onderbroek omhoog en wandelde naar zijn slaapkamer. Tijdens de tien minuten die hij nodig had om zich aan te kleden op deze donderdagochtend, had zijn mobieltje op zijn nachtkastje geen enkele keer getrild. Hoe anders was dat geweest exact twee maanden geleden, de ochtend na de verkiezingen. Onophoudelijk was de stroom sms-jes en app-jes die Meijer ontving op zijn i-Phone. Gelukwensen. Het waren er zoveel, dat er zelf nu nog een hele reeks ongeopend in zijn box stond. Het was een glorieuze, een historische dag geworden. Nog nooit hadden de liberalen zoveel zetels bemachtigd bij Tweede Kamerverkiezingen. De nek-aan-nek race met de sociaal democraten was uiteindelijk met veel meer dan een neuslengte beslecht. De liberalen waren de grootste, Meijer had zijn partij, de NVD, daar gebracht. Hij had zich tijdens de campagne lekker gevoeld, in zijn element. Mensen hadden hem geloofd toen hij zei dat de economie wel wat NVD kon gebruiken. Hij was scherp geweest in de tv-debatten. Zelfs Anthonie Snelders, zijn kwelgeest, had geen kans gehad, hem niet uit evenwicht kunnen brengen. Snelders met zijn praatjes dat Islamieten de bron zijn van alle kwaad en dat Europa ons wil overnemen. Natuurlijk had Snelders met zijn Volkspartij een flinke taart gekaapt uit het electoraat. Maar bij lange na niet de hoeveelheid zetels die Meijer had binnengehaald. Snelders kon nu gepasseerd worden bij de formatie. Dat had opluchting gegeven bij Meijer en bij zijn hele partij.  Het betekende dat de liberalen niet nog een keer het avontuur aan moesten met Snelders en zijn Volkspartij, zoals het geval was geweest na de vorige verkiezingen. Snelders was toen gedoogpartner geworden van het kabinet Meijer-1. Het had allemaal ellende opgeleverd. Snelders dicteerde vanuit zijn leunstoel het kabinetsbeleid, terwijl Meijer voortdurend moest uitleggen dat het allemaal toch anders lag. Meijer had snoeiharde clashes gehad met Snelders, openlijk in de Tweede Kamer. Maar hij was met handen en voeten gebonden aan deze man, die volksmenner met zijn potsierlijke zilveren oorknopje. Het had Meijer op een bepaalde manier verscheurd. Zijn pragmatisme bleef fier overeind, zoals altijd. Maar de stoten onder de gordel van Snelders hadden het politiek spel anders gemaakt, vond Meijer. Minder leuk.

    De euforie was dan ook groot, die verkiezingsdag twee maanden geleden. Toen de definitieve uitslagen binnenkwamen, was het Scheveningse partycentrum waar de liberalen zich hadden verzameld bijna ontploft. Mensen waren elkaar huilend in de armen gevlogen. Meijer werd, begeleid door opzwepende muziek, dwars door de kolkende mensenmassa richting podium gedirigeerd. Daar had hij zijn partij toegesproken. ‘Het is gelukt. We hebben het samen gedaan!’, had Meijer gezegd. Hij had zich kort gemengd in het feestgedruis, waarna hij zich met enkele prominente partijleden had teruggetrokken om te overleggen over de aanstaande formatie. Gezien het hoge aantal zetels van de sociaal democraten, werd het al snel duidelijk dat Meijer met deze partij om tafel zou moeten om een kabinet in elkaar te zetten. Zo geschiedde. Het was een korte formatie geworden. De partijen hadden geen moeite gedaan een gezamenlijk beleid te formuleren, maar waren er uitgekomen min of meer door het uitruilen van standpunten. De formatie was vrij vlekkeloos verlopen. Meijer had geluk dat er binnen de sociaal democraten enkele jonge pragmatische politici het roer hadden overgenomen van de oude garde. Daarmee kon Meijer wel schakelen. Het duurde niet lang voordat alle poppetjes gevonden waren.  Slechts 54 dagen na de verkiezingen stond het nieuwe kabinet, Meijer 2, al op de trappen van Huis ten Bosch.

    De schijn bedroog, het kabinet Meijer 2 zou toch een valse start krijgen. De uitruil die had plaatsgevonden in het regeerakkoord had bij de achterban kwaad bloed gezet. Met ontsteltenis was kennis genomen van concessies die de liberalen hadden gedaan aan de linkse socialisten. Meijer had alle liberale uitgangspunten te grabbel gegooid, zo was al snel de teneur. De ene dag de verlosser, de gevierde man. De andere dag verguisd en klaar voor het oud vuil. Meijer had politiek stuntwerk moeten uithalen om de boel te redden. Openlijk maakte hij excuses aan de achterban voor zijn handelen. De sociaal democraten moesten bewerkt worden om binnengehaalde punten weer terug te geven. Het was een monsterklus geweest, waarbij Meijer alle zeilen had moeten bijzetten. Maar het was hem gelukt, het kabinet kon verder. In de publieke opinie kon hij echter geen goed meer doen; met een snoekduik in de peilingen tot gevolg. Meijer werd nu hoogstens nog gedoogd door de leden van de NVD, voor bewezen diensten. Maar ook werd er al openlijk gesproken over wie hem zou moeten opvolgen, straks als het kabinet zou vallen. Meijer zelf was, in de ogen van zijn eigen achterban, volstrekt ongeloofwaardig geworden.

    Meijer zuchtte diep, stond op van het bed en pakte zijn telefoon van het nachtkastje. Hij keek op zijn horloge. Hij moest een beetje haast gaan maken, anders zou hij te laat komen voor zijn afspraak op het ministerie met zijn stafchef. Gisteravond had Meijer van hem een opmerkelijke boodschap ontvangen. Of hij al zijn ochtendafspraken wilde afzeggen wegens ‘een opkomende kwestie’. Meijer had geen idee waar dat over kon gaan. Niet over het kabinet, leek hem. Want hoewel de publieke opinie zich tegen hem had gekeerd, was er binnen de coalitie nu juist relatieve rust. Niet alleen de liberalen maar ook de sociaal democraten waren ver weggezakt in de peilingen. Niemand zat te wachten op nieuwe verkiezingen. Meijer greep een banaan uit de fruitschaal, deed zijn jas aan en trok de deur van zijn Haagse appartement achter zich dicht. Tien minuten lopen naar het Binnenhof, dat moest hij precies redden.

    Hoofdstuk 2

    Meijer hield van Den Haag, en de wandeling van het appartement naar het Torentje gaf hem een gevoel van rust en scherpte. Zijn gedachten ordenden zich als vanzelf, hij overzag in die tien minuten met gemak een half jaar parlementair leven. Zijn beste ideeën werden geboren tijdens die wandeling, dwars door Den Haag. Het getingel van de trams, opfladderende duiven, te hard rijdende taxi’s – het irriteerde velen, maar niet Meijer. Hij had erop gestaan dat hij die wandeling kon blijven maken, ook toen hij premier werd. Het had hem een aantal onaangename ontmoetingen met het hoofd van de DKDB, Henk Jongejan, bezorgd, maar Meijer was niet op andere gedachten te brengen geweest. Hij ging wandelen, alleen. Dat ie de afgelopen jaren slechts een enkele keer was aangesproken op straat bewees wat Meijer betreft zijn gelijk. Het was ook altijd heel vroeg, dat ook.

    Het anti-islam gereutel van Snelders had ervoor gezorgd dat hij Jongejan de laatste tijd meer zag dan hem lief was. Snelders werd beveiligd en Jongejan vond dat Meijer zich niet voldoende bewust was van de gevaren. Jongejan had met allerlei absurde scenario’s geprobeerd Meijer bang te maken, maar dat had het tegenovergestelde effect. Meijer gaf Jongejan sinds kort steeds maximaal een kwartier in zijn agenda, en dan liet hij Martine zijn werkkamer binnenkomen met een urgente blik: de volgende afspraak diende zich aan en kon niet wachten. Meijer vond Jongejan een schlemiel, een omhooggevallen politieagent die op borrels bij zijn familie ongetwijfeld stond op te scheppen over zijn speciale relatie met de MP. Lul.

    Op de Kneuterdijk ging dan toch zijn telefoon: Martine.

    ‘Goedemorgen, Erik-Jan, met Martine.’
    ‘Dat zie ik, lieverd, en ik hoor het ook. Dat jij het bent. Goedemorgen.’

    4091803821_f1bf42f571_m

    foto: Zilverbat

    (..)

    Bekijk hier het volledige en handige overzicht van alle peilingen

    Volg Frontbencher op twitter