“Nameten” bepaalt betrouwbaarheid van peilingen

    0
    337

    Leestijd: 1 minuten.

    Linksere kiezers zijn in de panels van de peilingbureaus oververtegenwoordigd en de rechtsere kiezers ondervertegenwoordigd, meldt de NOS vandaag. Vijf van de zes grote bureaus deden iets wat ze zelden doen, ze gunden de buitenwereld een kijkje in hun keuken.

    De bureaus zijn over het algemeen tevreden. Na de Brexit en de verkiezingen in de Verenigde Staten was er veel scepsis over de betrouwbaarheid van de peilingen, maar bij de verkiezingen in ons land zagen ze de goede trends in de voorkeuren van de kiezers.

    De bureaus hebben voor het eerst hun “nametingen” openbaar gemaakt. Ze vroegen aan de deelnemers van hun panels na de verkiezingen wat ze gestemd hadden en vergeleken dat met de verkiezingsuitslag. Daaruit bleek dat de rechtse partijen VVD en PVV in de peilingen ongeveer vijf zetels te weinig kregen, en de linkse – PvdA, GroenLinks en SP – vijf te veel.

    Over de invloed van peilingen op het stemgedrag wordt veel gespeculeerd. De bureaus hebben bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer in ieder geval wel invloed gehad op de campagnes. Zo mocht GroenLinks op basis van peilingen deelnemen aan het grote verkiezingsdebat van RTL, maar nu blijkt dat de partij van Jesse Klaver er net iets minder florissant voorstond dan gedacht. De VVD werd daarentegen iets te laag ingeschat. Volgens politicoloog Tom Louwerse kan ook dat van invloed zijn geweest. De campagne stond lang in het teken van een tweestrijd tussen PVV en VVD met als inzet wie van de twee de grootste partij zou worden. Mensen zouden “strategisch” op de VVD stemmen om te voorkomen dat Geert Wilders na de verkiezingen aanspraak zou maken op de rol van premier.

    De bureaus vinden het nameten van belang, omdat ze daardoor in de toekomst hun peilingen meer betrouwbaar kunnen maken.