Nieuwjaarsoverpeinzing van een ezel

    5
    496

    Leestijd: 3 minuten.

    ‘God nog aan toe’, verzuchtte de ezel, terwijl hij langs de uitgebrande kerstbomen, niet ontploft vuurwerk en half opgegeten oliebollen scharrelde.  Als hij zijn kop naar de grond boog, kon hij nog kruitdampen ruiken. ‘Ze maken er steeds weer een klerezooi van, die tweebeners’.

    De ezel was in een filosofische en melancholieke bui. Dat had hij vaker bij de jaarwisseling. Maar hij was nu nog melancholieker en weemoediger dan normaal omdat hij behalve een nieuw jaar ook een nieuw decennium, mogelijk, nee waarschijnlijk zijn laatste, tegemoet ging. Dat baarde hem grote zorgen. ‘De tweebeners zijn behalve vernielzuchtig ook dwaas’, mompelde hij in zichzelf. Hij corrigeerde zich: ‘vernielzuchtig is dwaas’. Hij schopte met zijn linkervoorpoot een fles om met daarin een vuurpijl die de hemel niet had mogen bereiken.

    ‘Maar goed, dwaas dus’. vervolgde hij. ‘Ze doen aan voorspellingen en, nog dwazer, aan goede voornemens’. Hij balkte zacht. ‘Goede voornemens. Voorspellingen. Zo dwaas zijn alleen de tweebeners’.

    De ezel schudde zijn grijze kop. Hij dacht aan iets dat veel tweebeners de afgelopen jaar op de been had gebracht. De klimaatverandering. Hoe het halve tweebenersbestand zich had overgegeven aan ondergangsvisioenen. Het kwam hem vaak hysterisch voor maar aan de andere kant kon hij het wel begrijpen.

    De tweebeners waren er achter gekomen dat ze hun planeet aan het verwoesten waren. Dus dat vooral de jongeren daartegen in actie kwamen, het ging tenslotte vooral om hun toekomst, dat snapte hij wel. Zijn tijd zou het wel duren, maar die kinderen en hun kleinkinderen, die hadden die tijd niet. Een gevoel van mededogen dat hem doorgaans vreemd was als hij aan de tweebeners dacht, welde op. Hij dacht aan dat boze Zweedse meisje en hoopte dat haar ouders dit jaar goed op haar zouden passen. Want anders…

    Hij krabde zich met zijn rechterhoef even achter het oor. Even wankelde hij, want zo stevig stond hij na de oud&nieuwnacht niet op zijn poten. Ze hadden hem flink van jetje gegeven in de stal.  ‘Ze zijn hardleers, de tweebeners. En hovaardig. Sommigen denken echt dat ze in de toekomst kunnen kijken en de wijsheid in pacht hebben’. Hij huiverde even en moest onwillekeurig aan Frans Timmermans denken.

    Hij keek even naar boven en zag een uil rondfladderen. ‘Die is nog laat op of er vroeg bij’, mompelde hij. ‘Heeft Thierry hem nu al losgelaten of met zijn dronken boreale harses niet opgesloten’? ‘Omvolking’, daar had die Baudet het vaak over. Nou hij was dit jaar vooral bezig geweest met ontvolking. Van zijn eigen fractie in de Eerste Kamer. Hij grinnikte over zijn eigen woordspeling. Het grapje kon beter, erkende hij, maar ja, het was nog maar de eerste dag van het jaar. Hij moest nog warm lopen. Hij dacht opeens aan Henk Otten en begon hard te lachen.

    De ezel vervolgde zijn weg. Hij struikelde bijna over een half verbrande kerstboom, – de ezel was bijziend -, vloekte en zag tussen de verkoolde takken iets dat, hoewel licht beroet, toch glinsterde. Verdomd, dacht hij, een engeltje. Hij miste een vleugeltje maar had nog  zijn bazuintje. Hoe is het mogelijk. Hij wist niet waar hij het vandaan haalde maar opeens verscheen Mark Rutte voor zijn geestesoog.

    De dag wilde maar niet echt aanbreken. Het bleef grijs en mistig. Dat leek hem even een mooie metafoor, maar hij verwierp hem meteen. Te makkelijk en doorzichtig. Hij keek om zich heen. Der straten waren nog steeds verlaten. Ook een metafoor? Zijn gedachten gingen plotseling uit naar Lilian Marijnissen en Rob Jetten en Jesse Klaver en Lodewijk Asscher. Hoe dat kwam, geen flauw idee. Zou hij dan toch een kater hebben?

    In de verte zag hij opeens een man aankomen. Helemaal alleen. Hij herkende hem aan zijn geblondeerde kuif. De man droeg een mand en toen hij dichterbij kwam hoorde de ezel gemiauw. ‘Ach, die Geert’, dacht de ezel. Ik ben blij dat hij nu in goed gezelschap is.

    De ezel sloeg een nieuwe straat in. Hier was hij nog nooit geweest. Hij was de weg kwijt. Maar dat had hij vaker op de eerste dag van een nieuw jaar.

    5 REACTIES

    1. Een leuk verhaal peter maar “Hij krabde zich met zijn rechterhoef even achter het oor” – kunnen ezels dat?
      “De weg kwijt”? : Frank Boeijen: “vraag niet naar de weg, want iedereen is de weg kwijt”. En dat is een beetje waar. We zijn de weg kwijt (ondanks tomtom / google mps)!
      Cohesie en lokatie lijkt me goed begin. Een sosialitisch Nederland, dus minder immigratie en zonder EU bemoeienissen.

    2. Echte ezels zijn zij die betaald worden beleid te maken maar dat vervolgens niet doen en daarmee de maatschappij bezwaren met criminaliteit die wordt geïmporteerd (zie link). Noord-Afrikaanse dieven slaan hun slag en molesteren, intimideren, bestelen en breken in bij het volk. Gefaciliteerd en ‘gehoteliseerd’ door onze regering die geen enkele poot uitsteekt. Ja: Wilders wordt gepakt. Want het mag in dit ‘vrije’ land niet meer gezegd worden. 🤐
      De Mocro-bende is ondertussen een legende: zie hier de criminele integratie van een vorige generatie. Grapperhaus geeft het gewone volk de schuld. Zij moeten maar ophouden met het snuiven van coce. Wordt maar ‘gewoon’ lazarus van ‘legale’ harddope… 🤪
      Vuurwerk – plofkraken – hebben we ondertussen aan de lopende band. Maar wat valt er te verbieden als het al verboden is? Cash geld?
      Wat de boreale ‘omvolking’ betreft: honderdduizend per jaar komen Nederland binnen terwijl de bouw stil ligt. Onze autochtone kinderen blijven langer thuiswonen en vermenigvuldigen zich haast niet meer. Gelukkig hebben we open grenzen…
      https://www.dagelijksestandaard.nl/2019/12/lekker-gedaan-kabinet-asielaanvragen-marokkanen-rijzen-de-pan-uit-hoogste-aantal-in-drie-jaar/

    3. Mooi. Overdrijf ik nu wanneer ik concludeer uit dit stukje: wat kunnen wij mensen toch veel leren van de dieren. Zeker van een ezel, die stoot zijn kop maar een keer tegen dezelfde steen dat kunnen wij tweebeners niet zeggen van onszelf.

    Comments are closed.