De polder wordt groen, ooit

    0
    261

    Leestijd: 4 minuten.

    Tijdens het debat over de verkiezingsuitslag werd Mark Rutte door Marianne Thieme om de oren geslagen met een paar groene teksten uit zijn prille politieke jeugd. Hij zou, fasten your seatbelts, zelfs voor milieuheffingen zijn geweest. Het had veel weg van de confrontatie met je gedichten uit de puberteit. Niet meer iets om je voor te schamen en waarbij je na herlezing opgelucht vaststelt dat je in elk geval dat stadium bent ontgroeid.

    Toch markeert Thieme’s bloemlezing een keerpunt in de politiek. Milieu, duurzaamheid en klimaatverandering zijn nu doorgedrongen tot de top van de agenda. Dat GroenLinks meedoet aan de informatie, wat ook de uitkomst is, is een andere niet zomaar weg te poetsen indicatie.

    Klimaatbeleid is niet langer een groenlinkse hobby,  decennia lang geassocieerd met baarden, slordige truien, geitenwollen sok, eikeltjeskoffie en andere clichés. Het heeft zich bij partijen als de VVD en het CDA nog niet genesteld in de absolute top, maar ook zij wijden de nodige frases aan het belang van het akkoord van Parijs. Sinds de verkiezingen is geen VVD-kopstuk zo vaak op de tv verschenen als Ed Nijpels, oud-minister van milieu en tegenwoordig onder andere voorzitter van het Energieakkoord. Hij zou wel eens kunnen fungeren als een voorpost om de liberale geesten rijp te maken voor een ietwat verlichter milieustandpunt. Wat hij bepleit (niets revolutionairs) is onder de eigen aanhang nog steeds geen goed in de markt liggend product.

    Ook uit de traditionele VVD-lobby, de werkgeversorganisaties, klinken pleidooien voor meer aandacht voor klimaatverandering en duurzaamheid. Economisch belang, inclusief het binnen hengelen van subsidies, staat uiteraard voorop, maar dat milieutechnologie en haar toepassingen  gezien worden als een terrein waar ondernemers met profijt kunnen zaaien en oogsten is een interessant signaal. De ecologische voetafdruk als aanjager van milieutechnische innovatie. Met voor Nederland weer eens een voortrekkersrol. Win win, kan het mooier?

    De christendemocraten hadden van oudsher al een leerstuk dat probleemloos ingepast kan worden in het hedendaagse milieubeleid. Rentmeesterschap, de mens als beheerder van de schepping, zou een voor de hand liggende opstap naar een stevige milieuparagraaf in een regeerakkoord kunnen zijn. (Van alle figuren aan de informatietafel straalt CDA-leider Sybrand Buma misschien nog de minste milieuvriendelijkheid uit, maar wat niet is kan nog komen).

    En met D66, dat als een van de eerste partijen ruim 40 jaar geleden al bezorgd was over de toekomst van wat toen “ruimteschip aarde” werd genoemd, ook aan tafel is wel duidelijk dat het milieubeleid niet langer een punt van de freak aan het slot van de rondvraag is.

    Daar gaat het groene hart ongetwijfeld harder van kloppen. Toch is het net als bij een doelpunt van Oranje te vroeg om te juichen.

    Voor CDA en VVD is het milieubeleid inderdaad nu niet langer een minithema maar topprioriteit heeft het nog steeds niet. Zorg, economie, integratie, identiteit, law and order, defensie om er maar een paar te noemen, hebben bij hen een veel grotere urgentie. Ze willen best naar “Parijs”, alleen, het ticket mag niet te duur uitvallen.

    Voor GroenLinks is het precies omgekeerd. De partij heeft haar bestaansrecht gekoppeld aan het klimaatvraagstuk en kan dus onmogelijk genoegen nemen met een paar onsjes minder duurzaamheid. Jesse Klaver heeft bij de verkiezingen een aardige overwinning behaald en moet die verse aanwas zien vast te houden. In hoeverre dat een eenmalig Jesse-effect was en bij enige tegenwind of verveling weer foetsie, kan hij nu nog niet weten. Hij weet wel dat als hij zijn principes te veel aanlengt om te kunnen regeren, een groot deel van de aanhang weer afhaakt. Dat de Partij voor de Dieren ook stevig groeide, moet hem sowieso te denken geven. Om die redenen zijn er niet veel waarnemers die een kabinet met GroenLinks in hun blikveld zien verschijnen.

    Afgezien van deze politieke hobbels zijn er ook nog de verschillen in aanpak. CDA en VVD willen niet te ver voor de muziek uitlopen, het internationale karakter van de problematiek vereist een internationale aanpak en dat bepaalt het tempo van de vergroening. “Je kunt geen hek in de lucht bouwen,” aldus Rutte. CO2-uitstoot stoort zich niet aan grenzen, ook niet aan die van gidsland Nederland. Zeker niet nu Trump zijn slopershamer tegen het milieubeleid van zijn voorganger inzet en in Chinese en Indiase steden de fijnstofmeters vrijwel elke dag in het rood staan.

    CDA en VVD zijn, een niet onbelangrijk onderscheid, vooral geneigd  hun kaarten op de ontwikkeling van nieuwe technologieën te zetten terwijl GroenLinks het heil eerder zoekt in een door de overheid afgedwongen cultuuromslag. Een combinatie is natuurlijk goed mogelijk en uiteindelijk onvermijdelijk. Die uitgangspunten zullen bij elkaar moeten worden gebracht en dat vergt tijd. Die er niet is, roept GroenLinks; die zullen we moeten nemen, zeggen VVD en CDA al was het maar om de achterban naar de gewenste richting te masseren.

    De aanpak van de klimaatsverandering onderstreept nog eens hoe politieke processen hier, en niet alleen hier, verlopen. Een club signaleert een probleem, holt zichzelf  voorbij, standpunten worden weggezet als realiteitsvreemd  en/of verwerpelijk en ziet vervolgens hoe de gevestigde orde het probleem onderkent en er ruimte voor maakt op de agenda. Dat hebben we o.a. bij de multiculti-problemen gezien met de PVV en dat zien we nu bij milieu en duurzaamheid met GroenLinks. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het probleem daarmee opgelost is, maar wel dat er aan gewerkt gaat worden. De polder zal zeker, via omwegen en met vertragingen, (redelijk) groen worden.