Prinsjesdag, de Oranjes en het volk

    5
    334

    Leestijd: 2 minuten.

    Prinsjesdag is een ritueel. Het is de hoogtijdag van de politiek met het voorlezen van de troonrede en de aanbieding van de miljoenennota aan het parlement. En dan is er volgens de Oranjeklanten nog iets dat veel belangrijker is. Op die derde dinsdag in september wordt de band tussen het Nederlandse volk en zijn vorstenhuis gevierd.

    Een kenmerk van een ritueel is dat het routine is. Daar valt vooral het politieke deel van de dag onder. Na de troonrede gaat de minister van Financiën in jacquet met zijn koffertje naar de Tweede Kamer en biedt de voorzitter de miljoenennota, de beleidsplannen voor het komende jaar aan. Die plannen zijn grotendeels al lang bekend. Want dat hoort ook bij het ritueel: ze worden altijd gelekt. Vervolgens komen de reacties van de politieke partijen en de ‘maatschappelijke organisaties’.

    Die zijn ook meestal voorspelbaar. De regeringspartijen zijn grosso modo tevreden, de oppositie minder tot (helemaal) niet en voor de maatschappelijke organisaties, vakbeweging, werkgevers, blijft er altijd iets te wensen over.

    Dat is het eerste bedrijf. Het tweede zou je het volkse deel kunnen noemen. Dat begint met de malle hoedjesparade van de vrouwelijke ministers en Kamerleden en eindigt via de rijtoer met de balkonscene op Paleis Noordeinde. De belangrijkste vraag is hier: wat heeft Ze aan? En dit jaar: houdt Hij die baard?

    Voor dit deel rukt het grote publiek uit. En hier stijgt het ritueel uit boven de formele routine van het politieke deel. Het volk verdringt zich langs de route om een glimp op te kunnen vangen van het vorstelijk paar. Het zwaait met vlaggetjes en applaudisseert. Een enkeling roept ‘Oranje boven’.  Het vorstelijke paar wuift minzaam terug. En de royalty-watchers, die bestaan echt, stellen weer vast dat de verbondenheid tussen volk en vorstenhuis nog ongebroken is.

    Wat die royalty-watchers vast wel weten, anders zijn ze geen knip voor de neus waard, maar nooit voor microfoon en camera zeggen, is dat die verbondenheid van een kant komt. Het volk, in de persoon van de bejaarde met de oranje muts en sjerp, betuigt zijn aanhankelijkheid. En voor vorst en vorstin is het een klus die niet gauw genoeg achter de rug kan zijn. Meer dan royaal betaald, inderdaad, maar het blijft een klus.

    Kun je ze dat kwalijk nemen? De monarchie is al ruim anderhalve eeuw geleden van haar macht en luister ontdaan. Het koningsschap is een baan geworden. Met heel veel vrije tijd, heel weinig verplichtingen en, zoals gezegd, overbetaald. Naast Prinsjesdag hebben we Koningsdag waarvoor de hele misjpoge op pad gaat en dan zijn er nog wat gelegenheden waar de aanwezigheid van het paar gewenst is. En waarvoor de vorstin weer een nieuw jurkje kan aantrekken.

    De vraag is natuurlijk: doen ze die klussen goed? Over de professionaliteit valt wat dat betreft weinig te klagen. Het klinkt oneerbiedig maar wat je de poppenkast-kant van het vak zou kunnen noemen, hebben ze onderhand wel in de vingers. De vorst komt vaak wat houterig over maar dat schijnt ook weer zijn charmes te hebben. En de vorstin kwijt zich met zuidelijke zwier van haar taakjes. Ook voor de toekomst schijnen we wat dat betreft niet bang hoeven te zijn. De kroonprinses zou een natuurtalent zijn.

    Over de inhoudelijke kant van het vak, voor zover aanwezig, gaan we het nu niet hebben. Daar valt wel het een en ander op aan te merken, maar dat bewaren we voor een andere keer. Nu aan de Oranjebitter!

    5 REACTIES

    1. Het is niet -In het zweet des aanschijns zijn brood eten,maar zijn brood verdienen.Nou dat hebben de ouderen ook meer dan genoeg gedaan.
      En koninklijk zwaaien kan ik ook,al lang voor ik 65 werd,en nog steeds

    2. Kadisha Arib kreeg een schoffering omdat ze met haar kleinkinderen vóór de voorzitter van de Eerste Kamer de ridderzaal verliet na de troonrede. Dit toont weer haarfijn aan hoe de verhoudingen in Nederland liggen: de koning benoemde ooit raadslieden uit de adel in de Eerste Kamer. Later kwam de Tweede Kamer om het plebs een forum te geven om te klagen over zijn beleid. Maar ze moeten wel hun plaats kennen.

    3. Het is een schande. Zag gisteren een fim over slaven handel. Het kon alleen gebeuren omdat een groep mensen anderen minder achten, of als buit van een geweldadige overwinning. Hetzelfde geldt voor het vorstenhuis.

      • Het aantal families dat rijk verdiende aan zwarte slaven was ongeveer 1000. Het overgrote deel van de toenmalige bevolking verrichtte zelf echter slavenarbeid voor anderen en had amper te eten.
        Toch houdt Silly Sil de hele Nederlandse bevolking verantwoordelijk; hoe beledigend en stigmatiserend. Van de huidige burgers hoeft niemand zich daar op enige manier verantwoordelijk voor te voelen.

    4. Het is toch echt fantastisch te zien hoe mannen en vrouwen naar het hek rennen. Ik moet eerlijk zeggen: als kinderen dat doen, prima! Maar als volwassenen gaan rennen dan krijg je toch het schaamrood op je kaken. Aangezien ik Prinsjesdag ervaar als een grote politiek-Oranje cabaret, kan ik er er wel even van genieten. En gelukkig de ouderen die niet werken daar heeft het kabinet geen boodschap aan, het woord indachtig: in het zweet des aanschijns zal de mens zijn brood eten. Op deze wijze krijgen ouderen een werkprikkel toegediend in plaats dat ze op kosten van de staat een beetje oud zitten te wezen en te lui en te beroerd zijn om in dienst van het vaderland hard aan de slag te gaan. Ze kunnen een voorbeeld nemen aan onze innig geliefde prinses Beatrix, die nog echt zo mooi echt koninklijk kan zwaaien en ze is toch al de 65 gepasseerd. Een voorbeeld voor alle ouderen.

    Comments are closed.