Puin ruimen op Defensie en Justitie

    2
    663

    Leestijd: 4 minuten.

    Je kunt je soms niet aan de indruk onttrekken dat er op bepaalde departementen maar wat aan gerotzooid wordt. Er gaan dingen mis waarvan je je afvraagt, hoe is dit in godsnaam mogelijk. Het bonnetje van Teeven op Justitie en Veiligheid bijvoorbeeld. En het krankzinnige gekluns dat daarom heen werd opgevoerd.

    Het had veel weg van een matige klucht. Een bonnetje dat spoorloos was en uiteindelijk na veel gewroet weer boven water kwam. Alsof de boekhouder bij een slonzige ZZP-er de bonnetjes bij elkaar moest scharrelen. Alleen, het kostte naast Fred Teeven twee ministers, Ivo Opstelten en Ard van der Steur, de kop. Met dank aan het falen van de ambtelijke top, zoals Van der Steur erkende.

    Je mag hopen dat het daar onder Ferd Grapperhaus (CDA) beter gaat, maar je kunt daar je twijfels over hebben. De Volkskrant berichtte donderdag dat ambtenaren hadden gerommeld met de indeling van de misdrijven door asielzoekers. De ernstigste hadden ze weggemoffeld in de rubriek ‘overige’. Je kon er donder op zeggen dat het uit zou komen en dus gesodemieter zou opleveren. De bewindsman, Mark Harbers net als Opstelten,Teeven en Van der Steur, van de VVD, werd niet geïnformeerd. Hij kon ook zijn biezen pakken. De betrokken ambtenaren schijnen hem met hun gesjoemel uit de wind hebben willen houden. Zoiets verzin je van je leven niet.

    En de afgelopen dagen hoorden we dat ze op Defensie ook weer eens in de fout waren gegaan. Het ging dit keer om het informeren van de Kamer over de luchtaanval vier jaar geleden in Irak met minstens 70 burgerslachtoffers. Daar werd ook weer een raar schimmenspel over opgevoerd. Wist de toenmalige minister van Defensie Jeanine Hennis (ook VVD) beter toen ze had verklaard dat er geen burgerslachtoffers waren gevallen? Waarom kwam de huidige bewindsvrouw Ank Bijleveld (CDA) pas met de feiten toen het allang en breed in de krant had gestaan? En wisten er nog meer bewindslieden van, zoals Bijleveld leek te suggereren?

    De minister-president kon zich niet herinneren ‘erover te zijn bijgepraat’. En het toenmalige buitenland-tandem van de PvdA, Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) en Liliane Ploumen (Handel en Ontwikkelingssamenwerking) ontkenden ook maar iets van het drama te hebben meegekregen. Het zal niemand verbazen die met een half oog de Binnenhofse  capriolen volgt. En het zal ook niemand mogen verbazen als de affaire nog een staartje krijgt.

    Inmiddels zit er wel weer een zwaar aangeslagen minister op Defensie. Je zou bijna gaan denken dat er net als op Justitie een anti-ministerieel virus rondwaart. De vorige, Hennis, moest het veld ruimen na de Mali-affaire, toen twee militairen omkwamen omdat ze met ondeugdelijk materieel op pad waren gestuurd. Ook toen blonk het departement niet uit in heldere voorlichting. Bovendien rees het vermoeden dat de ambtelijke top Hennis had laten bungelen.

    Of dat helemaal klopt is onduidelijk. Hennis was een zwakke minister voor wie Defensie onmiskenbaar een paar kaliber te zwaar was. Maar dat er op het ministerie het een en ander scheef zat, was wel duidelijk. Oud-Shell-topman Jeroen van der Veer deed nav de tragedie in Mali uitvoerig onderzoek en deelde een dikke onvoldoende uit. De ‘bedrijfsveiligheid’ kon stukken beter. Of het rapport iets heeft uitgehaald, Joost mag het weten. We zijn in elk geval wel weer een nieuw schandaal verder: het gebruik van giftige verf bij de luchtmacht en de op zijn zachtst gezegd onsympathieke reactie van het departement. Zorg dat je er weg blijft, zou je een rekruut op het hart willen binden.

    Als verklaring voor dit soort wantoestanden wordt vaak verwezen naar de departementale cultuur. Moeite met transparantie, starre hierarchieën, onduidelijkheid over bevoegdheden, dominerende topfiguren, enz, etc. Dat zal allemaal best. En het zal ongetwijfeld moeilijk zijn om die cultuur te doorbreken. Daarom kan alleen een politieke zwaargewicht zo ‘n ministerie runnen. En dan nog. Een minister is te vaak een voorbijganger en een ministerie een doorgangshuis. Om echt puin te kunnen ruimen zou hij er idealiter meer dan één ambstperiode moeten zitten. Maar dat komt nooit (meer) voor. De kwaliteit van de ambtelijke top wordt daarmee des te belangrijker.  Maar die top mag nooit de baas worden.

    Ruim 30 jaar geleden zond de BBC de tv-serie ‘Yes, Minister’ uit. Het was hilarisch. Uiteraard ging het daarin om de Britse politiek maar de situaties waren herkenbaar genoeg om er ook hier om te kunnen lachen. De clou was steevast dat de minister van zijn gezond niet wist. De topambtenaar zag het als zijn taak de stumper voor al te grote blunders te behoeden zonder dat hij het in de gaten had. De minister mocht de illusie van de macht koesteren en de ambtenaar wist wel beter. Hij zei ‘ja’ en deed ‘nee’.

    Dat was natuurlijk, – mag je hopen -,  een karikatuur. En de meeste (top)ambtenaren zullen ongetwijfeld bekwaam en loyaal zijn en hun plaats weten. Maar als ze een zwakke minister op hun dak krijgen, kunnen er twee dingen gebeuren. De zaken lopen in het honderd of ze kunnen net als die ambtenaar uit ‘Yes, Minister’ de leiding overnemen. In het ergste geval gebeuren beide. En het is de taak van de politiek om dat te voorkomen.

    2 REACTIES

    1. Ach, ach, wat een tranen om niets. Iedereen weet dat een minister de Kamer zoveel voor mag liegen als hij/zij noodzakelijk acht in landsbelang, mits dat politiek goed uitkomt. Als het politiek niet goed uitkomt, moet de minister natuurlijk aftreden, onder curatele gesteld. Iedereen die een beetje weet over de kwestie AP23/Spijkers weet dat, als het de politiek goed uitkomt mag er immoreel gehandeld worden op politiek niveau en moet alles in de doofpot, zoals: dat er soldaten met voorbedachte rade vermoord zijn zonder enige reden. Gewoon voor de lol. Achtereenvolgende ministers logen er op los en de Tweede Kamer stond te juichen en te joelen. Alles zit nu veilig opgeslagen in de politiek immorele Haagse beerput.
      De klokkenluider Spijkers, zoals alle klokkenluiders als men de kans krijgt, werd flink in zijn ballen geknepen, uiteraard wel op integere wijze.

    2. Ministers zijn de koppen van jut van hun ministeries. Yes minister laat zien hoe een opstandige minister wordt kalt gestellt. Het parlement is ook totaal irrelevant. Hun ijdelheid is gekwetst als ze niet “geïnformeerd” zijn. Alsof dat de slachtoffers helpt! Niets is zo interessant als een minister beentje lichten. Als die dan nog de schuld terecht afschuift op een voorganger, zijn de rapen gaar. Die is spelbreker! Het spel is interessanter dan de knikkers. 90 dode Iraki zijn die knikkers. Parlementariërs maken zich niet sterk voor een waardige schadevergoeding aan slachtoffers. “We zijn wel verantwoordelijk, maar niet aansprakelijk”. Slachtoffers moeten maar naar de Iraakse overheid gaan. Wij spelen wel leuk mee met onze starfighters, wat ons leuke internationale baantjes oplevert, maar als het mis gaat verschuilen we ons achter grote broer Amerika.
      Ministeries regeren. Minister en parlement spelen abjecte spelletjes .

    Comments are closed.